Afd. Gezelschapsdieren
0595 44 18 00

Afd. Landbouwhuisdieren
0595 44 17 06

Afd. Paarden
06 22 84 71 63

teamfoto 4

Katvriendelijke praktijk

banner katvriendelijk

Dierenkliniek Winsum is de eerste katvriendelijke praktijk van Nederland. Wilt u meer informatie over wat dit inhoudt voor uw huisdier? Ga dan naar onze speciale pagina over de katvriendelijke praktijk.

 

Pup of kitten aanschaffen?

Bent u van plan om binnenkort een pup of kitten aan te schaffen? Wij hebben de belangrijkste informatie voor u op een rijtje gezet.

Lees verder

Landbouwhuisdieren

Landbouwhuisdieren (36)

Subcategorieën

Huisvesting & Koecomfort

Huisvesting & Koecomfort

Koesignalen diamantKoecomfort is in onze ogen één van de belangrijkste voorwaarden voor de koe om goed melk te kunnen geven en daarnaast oud te worden. Vanuit de duurzaamheidsmonitor zien we dat de levensproductie en de gemiddelde productie per koe per levensdag zeer sterk variëren tussen de bedrijven. Ieder bedrijf is uniek en streeft zijn eigen doelen na. Toch lijkt het ons belangrijk dat Koecomfort in de zowel in de huidige huisvesting als in mogelijke nieuwe huisvesting meegenomen moet worden. Als basis voor dit koecomfort kijken we als dierenarts vanuit de koe naar de stal. De koe heeft verschillende behoeftes waarbij de koesignalendiamant goede samenvatinng is van wat de koe precies wil. 

Wat kunnen wij voor u betekenen:

  • Cursus koecomfort met daarin aandacht voor jongvee, melkvee en droge koeien
  • Analyse duurzaamheidsmonitor
  • Beoordeling koecomfort + advies
  • Bedrijfsspecifiek advies bij nieuwbouw, verbouw en/of renovatie

Strohokken:

Strohokken zijn prachtige verblijven voor uw koeien die wel wat extra zorg kunnen gebruiken. In de Handleiding strohokken Vetvice dec 2011 vindt u een uitgebreid verhaal over waar een goed strohok eigenlijk aan zou moeten voldoen.

Hoe gedraagt een koe zich:

Koeien zijn gewoontedieren en preferen een nauwgezette dagelijkse routine. In Hoe gedraagt een normaal rund zich? vind u een beknopt en leuk artikel waarin het gedrag van de koe centraal staat. Bij de bouw van een nieuwe stal of van renovatie moet het gedrag van de koe eigenlijk altijd centraal staan. Kan uw koe in de nieuwe situatie zijn normale gedrag nog uitvoeren, zoals in het artikel beschreven staat? Dat is de centrale vraag die altijd terug komt!

Verantwoord Diergeneesmiddelen gebruik

Verantwoord Diergeneesmiddelen gebruik

Verantwoord Diergeneesmiddelen gebruik:

Met zijn allen streven we naar een correct gebruik van diergeneesmiddelen. Op deze manier is de werking ervan controleerbaar, wordt resistentieontwikkeling voorkomen en zorgt dit niet voor administratieve problemen. Ook voor de voedselveiligheid is het noodzakelijk om diergeneesmiddelen op een correcte manier toe te passen. Niemand wil zelf zuivel of vlees consumeren waar resten van diergeneesmiddelen en/of andere stoffen in aanwezig zijn. De Nederlandse Zuivel staat hoog aangeschreven en dit moeten we gezamenlijk zien te handhaven. In deze tekst willen wij enkele praktische tips geven om het gebruik van diergeneesmiddelen op een goede manier te laten verlopen.

Praktisch gebruik:

  • Bewaar geneesmiddelen volgens bijsluiter: gekoeld, niet in zonlicht etc.
  • Prik flesjes altijd aan met een schone naald en spuit. Een vuile naald zorgt voor besmetting, waardoor het diergeneesmiddel haar werking kan verliezen
  • Noteer de aanprikdatum op het flesje. Bij aanprikken komt er lucht bij
  • Raadpleeg uw Bedrijfsbehandelplan voor het juiste geneesmiddel en dosering
  • Voorkom onderdoseren. In geval van onderdoseren kan het middel onvoldoende zijn werk doen en in geval van antibiotica evt. resistentie opwekken
  • Maak de kuur af. Als u dit niet doet kan het middel eveneens onvoldoende zijn werk doen en in geval van antibiotica evt. resistentie opwekken

Therapie evaluatie:

Knappen de dieren goed op na behandeling? Moet u langer behandelen dan voorheen? Moet u dieren vroegtijdig afvoeren, omdat de behandeling niet aanslaat? Om op deze vragen een antwoord te geven is het goed om eens in de paar maanden stil te staan bij uw standaard behandelingen. Het kan goed zijn dat in uw geval de diergeneesmiddelen onvoldoende hun werk doen. Vervolgens is het de vraag: Waarom "verliezen" deze geneesmiddelen hun werking? Hebben we nog steeds te maken met dezelfde aandoening/verwekker? Wordt er voldoende gedoseerd? Zijn er alternatieven? Kan ik preventief voorkomen dat ik moet behandelen? Al deze vragen houden u en ons dagelijks bezig en therapie evaluatie wordt dan ook nooit teveel gedaan. Zeker als middelen niet werken is het zonde om deze nog wel toe te passen op uw bedrijf! 

Ervaringen Startvac Neutel

Ervaringen Startvac Neutel

Startvac mastitis – “Ervaring uit de praktijk”

Bedrijfsprofiel: Melkveehouderij Neutel

Thijs Neutel Voerpad

Aantal melkkoeien: 180

Productie: 9.375 liter melk

Gehalten: 4.48% vet en 3.62% eiwit

In 2012 begon de familie Neutel met de STARTVAC vaccinatie, omdat er teveel mastitisgevallen waren (sommige kwartalen tot 40% op jaarbasis) en er werden te veel koeien afgevoerd met een hoog celgetal. Uit melkonderzoek (BO) bleek een hoog aantal SAU en CNS besmettingen te komen. Het probleem lag vooral bij koeien met een chronische SAU (Staphylococcus aureus) besmetting. Deze koeien waren lastig te behandelen, hadden een hoog celgetal en om verdere besmetting van het koppel te voorkomen werden deze dieren snel afgevoerd. Thijs: "Daarnaast hadden we af en toe een keer een koe met E. coli. Samen met SAU en CNS zorgden deze 3 ziekteverwekkers voor 80–90% van de mastitis gevallen bij ons op het bedrijf".

  Vaccinatie:

De eerste tijd na het begin van de vaccinatie was er een afname van het aantal SAU en CNS besmettingen en daarmee een afname van nieuwe hoog celgetal dieren. Tegen de tijd dat er opnieuw gevaccineerd moest worden steeg het aantal mastitisgevallen weer om vervolgens na vaccinatie weer te dalen. Op het gebied van celgetal zagen we een lichte daling van rond de 200 naar gemiddeld 150. Het celgetal is wel veel gemakkelijker onder controle te houden (minder schommelingen) en er hoeven veel minder koeien te worden afgevoerd vanwege hoog celgetal en chronische mastitis.

E. coli was niet de eerste reden om te gaan vaccineren met Startvac. "We hadden af en toe een koe met E. coli, deze koeien waren doodziek en overleefden het ook niet altijd. Sinds het vaccineren hebben we geen dode koe meer gehad (de verschijnselen zijn nu veel milder). Wel hebben we nu met de gescheiden mest in de boxen af en toe nog een colimastitis. Dit wordt bevestigd door de BO uitslag".

De DDD is gestaag gezakt. "Ik ben er van overtuigd dat vaccineren hierbij heeft geholpen. Te meer, omdat we in het verleden SAU vaak 3 dagen in de nek (Mamyzin) en 5 dagen in de uier behandelden (Ubrolexin). Momenteel behandelen we de koe in de meeste gevallen alleen nog maar in de uier volgens behandelplan. De genezingsresultaten zijn niet minder geworden. Aan de andere kant werd er gemakkelijk afscheid genomen van koeien in het quotumtijdperk. Jongvee was voldoende aanwezig. Ook werd na de introductie van Orbeseal vrij snel met de dubbeltherapie (droogzetter + seal) gestart. Daardoor hebben we ook behoorlijk minder mastitis gekregen in het begin van de lactatie".

  Groei:

De laatste jaren is het bedrijf gegroeid en zijn er in april 2016 nog melkkoeien aangekocht van één bedrijf om robot 3 vol te krijgen. Na een maand van acclimatiseren zijn deze dieren in mei voor het eerst gevaccineerd. "In mei en juni hadden we toch extra uierontsteking in de groep met aangekochte koeien. Hierbij werden verschillende ziekteverwekkers aangetoond. Na juni is het aantal mastitis gevallen weer gezakt tot een normaal niveau. Tijdens de warme periode (eind juli begin augustus) hebben we juist bij onze eigen koeien die in de nieuwe stal met diepstrooisel boxen lopen een behoorlijke Coli uitbraak gehad. Hierbij kon ik duidelijk merken dat koeien minder ziek waren en soms met alleen uiermint en extra melken er door kwamen".

  Droogzetten:

Thijs: "Selectief droogzetten doen we sinds begin 2014. Ik zag er aardig tegenop om er aan te beginnen, maar met de juiste werkwijze, hygiënisch en in de bekapbox, en met het drukken van de productie (geen krachtvoer en 1x daags melken) valt het mij mee hoe het gaat. Mijn gevoel zegt dat vaccineren hier ook bij helpt. Wel heb ik gemerkt dat de koeien, nu niet alles meer met antibiotica wordt drooggezet, gevoeliger zijn voor een besmetting via bijvoorbeeld een koe die melk uitligt tijdens de droogstand.

  Thijs Neutel kalverenKostenplaatje:

We vaccineren nu elke 3 maanden en dat is een behoorlijke investering. In het begin vaccineerden we elke 4 maanden, dat was goedkoper, maar zagen dan aan het einde van de periode het aantal mastitisgevallen stijgen. Met een vaccinatie elke 3 maanden hebben we daar veel minder last van. Het grootste gedeelte van de koeien, en alle pinken en droge koeien kunnen vast staan. Op deze manier kan de dierenarts rustig en vlot werken. De laatste 15–20 koeien wisselen we tussendoor om. Op deze manier is het vaccineren van 200 dieren binnen een half uur klaar. We hebben geen bijwerkingen gezien na vaccinatie. Registratie gebeurt in de computer en kalfvaarzen krijgen een maand na de groepsvaccinatie de 2e vaccinatie. Het is best moeilijk om te berekenen wat precies de kosten en baten zijn, maar als je uitgaat van ±€ 20 per koe per jaar aan vaccinatiekosten (eens in de 4 maand enten) en € 200 aan kosten voor een mastitis geval (wat volgens mij aan de lage kant is als je de arbeid e.d. en schade aan het kwartier ook meeneemt) komt het er op neer dat je 10% minder uierontsteking moet hebben. Dat hebben we de eerste jaren zeker gerealiseerd. Nu we onze SAU besmetting onder controle hebben, kun je je afvragen of het nog uit kan. Aan de andere kant zijn de risico’s op een aantal andere gebieden toegenomen (selectief droogzetten, diepstrooisel met kans op Coli in de zomer). Daarnaast speelt arbeidsplezier ook mee. Iedere koe die je moet behandelen en uithouden is zeer vervelend!

Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...

Anneke Nicolay

Als kleindochter van een boer en dochter van een dierenarts zat Anneke als klein meisje al veel tussen de koeien en andere dieren. Met haar vader mee de boer op was een favoriete bezigheid. Omdat de praktijk aan huis zat kon ze ook al meekijken met de spreekuren en operaties. En zodoende rolde Anneke ook het vak in. Anneke is zowel bij de kleine - als grote huisdierenafdeling werkzaam. Voor de grote huisdieren draagt zij samen met Natasja zorg voor alle voorkomende werkzaamheden. Van de administratie met betrekking tot gezondheidsplannen tot het laboratorium en van het klaarzetten van medicijnen tot het schoonmaken van de snijsetjes. Als echte dierenvriend heeft ze thuis gezelschap van hond Pip (foto).

UDD Regeling & Medicijnen

UDD Regeling & Medicijnen

UDD Regeling:

Met ingang van 2014 zijn alle antibiotica UDD geworden. UDD staat voor uitsluitend door de dierenarts toe te passen. Dit betekent dat veehouders zelf geen enkele antibiotica mogen toepassen en op hun bedrijf hebben, tenzij: 

  1. Een schriftelijke overeenkomst tussen veehouder en dierenarts (het 1-op-1 contract) en de aanwezigheid van een bedrijfsdossier.
  2. Regelmatig bedrijfsbezoek: De dierenarts moet 4x per jaar een bedrijfsbezoek plannen en daarin aandacht besteden aan de diergezondheid en het antibioticagebruik. Op de bedrijven die gebruik maken het PBB als kwaliteitsborging combineren wij dit bezoek met de UDD regeling. Op bedrijven die gebruik maken van CDM of KoeKompas moet hiervoor een aparte afspraak gemaakt worden. Gezamenlijk met de veehouder kiezen wij hierin een werkbaar systeem.
  3. Jaarlijse evaluaties van de gezondheidssituatie en het antibioticagebruik (opstellen nieuw Bedrijfsgezondheidsplan en Bedrijfsbehandelplan)

Formularium rundvee:

In december 2016 is een nieuw Formularium melkvee beschikbaar gekomen voor ons als rundveedierenartsen. Dit formularium is een beargumenteerde richtlijn voor het antibioticumgebruik bij melkvee. Het doel van het formularium is voorwaarden te scheppen voor optimale effectiviteit en het voorkomen van het ontstaan en het verspreiden van resistente bacteriën door diergeneeskundig antibioticumgebruik. Per aandoening staan eerste, tweede en eventueel derdekeuzemiddelen vermeld. Het gaat hierbij om werkzame stoffen en niet om productnamen. Aan de hand van dit Formularium kiezen wij als praktijk de te gebruiken middelen die vervolgens op het Bedrijfspecifieke Behandelplan (BBP) van de veehouder komen te staan.

De medicijnvoorraad:

Veehouders mogen voor maximaal 15% van de koeien medicijnen op het bedrijf op voorraad hebben. Dit mogen alleen medicijnen zijn die op het bedrijfsbehandelplan staan. Als voorbeeld moet een veehouder meer dan 100 koeien melken wil hij/zij gebruik kunnen maken van een doos met 60 uierinjectoren (behandeling 15 dieren) voor het droogzetten van de koeien. 1e 2e en 3e keuze

2e keuze middelen:

2e keuzemiddelen met uitzondering van uierinjectoren voor mastitis mogen enkel voor individuele dieren worden voorgeschreven door de dierenarts. Deze middelen mogen nog tot maximaal 14 dagen na de voorschrijfdatum op het bedrijf aanwezig zijn. Zijn deze 14 dagen verstreken dan moet het medicijn worden afgevoerd van het bedrijf. Voor 2017 zijn de regels aangepast, waardoor 2e keuze middelen langer op het bedrijf aanwezig mogen zijn. Vóór 2017 mochten 2e keuze antibiotica alleen worden voorgeschreven nadat een rundveedierenarts het dier gezien had, daar een diagnose bij gesteld had en dit in een visiteverslag had verwerkt. Vanaf 2017 moet er wel contact zijn geweest met een rundveedierenarts, maar hoeft deze niet ieder ziek dier te beoordelen.

Toepassen 3e keuze middelen:

Het gebruik van 3e keuze middelen is alleen toegestaan op het moment dat er aanvullend onderzoek is gedaan, waaruit blijkt dat de ziekteverwekker niet reageert op een 1e of 2e keuzemiddel. In individuele gevallen mag de dierenarts, mits uitgebreid onderbouwd hiervan afwijken en voor de inviduele koe een 3e keuzemiddel toepassen. Er moet hiervoor een diergeneeskundige noodzaak aanwezig zijn.

Transitiefase

Transitiefase

De transitiefase is de voorbereiding van de koe voor de nieuwe lactatie en is daarmee ook de belangrijkste risicoperiode op het onstaan van diverse aandoeningen. Een suboptimale transitie kan zorgen voor de volgende aandoeningen: Relaties verse koeien ziekten

  • Melkziekte
  • Slepende melkziekte
  • Aan de nageboorte blijven staan
  • Baarmoederontsteking
  • Leververvetting
  • Lebmaag verplaatsingen

Daarnaast zijn koeien met een suboptimale transitie vatbaarder voor mastitis, kreupelheid en worden zodoende ook pas later weer drachtig. In de afbeelding ziet u dat de verschillende aandoeningen ook weer een risicofactor zijn voor de andere aandoeningen. De totale kosten per koe per koppel kunnen aardig oplopen door: een verminderde melkproductie, kosten behandeling, langere TKT en ten slotte ook de kosten van gedwongen afvoer. Het blijkt dat bij 70% van de koeien die in de eerste 120 dagen na afkalven afgevoerd worden de oorzaak in de droogstand ligt. Alle reden dus om uw transitie nader te bekijken en te analyseren. I

Wat kunnen wij voor u betekenen?:  "de Verse Koeien Check"

Wat houdt de verse koeien check in? Tijdens een eerste (regulier) bezoek krijgt u een checklist m.b.t. de droogstand. Aanlsuitend doen wij verschillende metingen aan zowel de koeien als de vaarzen. Welke metingen doen wij onder andere: opnemen temperatuur, conditiescore, onderzoek baarmoeder en het testen van de energie- en calciumstatus. De resultaten van deze metingen  (zie bijvoorbeeld onderstaande afbeelding) en de ingevulde checklist bespreken wij het liefst gezamenlijk met u en uw voerleverancier.

Transitiemanagement

Andere zaken die we voor u kunnen doen:

  • Losse metingen: Conditie, Bloedwaarden, Urinewaarden etc.
  • Doorlopen checklist Droogstand
  • Beoordelen droogstandsrantsoen
  • Advisering huisvesting droge koeien, afkalfhok & opstarten van de melkkoeien
  • Cursus: Transitiemanagement

 

 

Klauwgezondheid

Klauwgezondheid

Klauwgezondheid is een belangrijke reden van afvoer van koeien op een melkveebedrijf. Vaak spelen diverse zaken een rol en moet eerst een goede inventarisatie gemaakt worden van de aandoeningen die op het bedrijf voorkomen. Aan de hand van deze bevindingen kan een lijst met risicofactoren worden opgesteld. In hoeverre deze risico's een rol spelen is zeer bedrijfsspecifiek. Zaken die aandacht behoeven zijn: Rubber melkstal

  • Voeding (Conditie koeien, pensverzuring?)
  • Huisvesting
    • Vloer stal en kavelpad (glad, draaipunten melkstal, oneffen?)
    • Ligboxen (maatvoering)
    • Ventilatie
  • Hygiëne:
    • Roosterschuif / -robot
    • Dichte vloer met schuif
    • Voetenbad
  • Overbezetting
  • Fokkerij

Wat kunnen wij voor u betekenen?:

  • Risico inventarisatie klauwproblemen
  • Indivdiuele behandelingen, zoals tylomen verwijderen etc.
  • Advisering rondom specifieke aandoeningen, huisvesting, voetbaden etc.

Voetbaden:

Voetbaden kunnen preventief infectieuze aandoeningen drastisch verminderen. Aan welke eisen moet een goed voetenbad voldoen: minimaal 3 meter lang (zodat elke klauw er 2x ingezet wordt), 15 cm diep (vloeistof moet tot aan de bijklauwen te komen) en 80 cm breed. Een voetenbad heeft het meeste zin als de koeien met “schone” klauwen door het voetenbad gaan. Op deze manier kan de werkzame stof het beste haar werk doen. Ververs het voetenbad tijdig, zodat het geen "besmettingsbak" wordt. Houdt je aan de bijsluiter bij de verschillende verpakkingen met betrekking tot de dosering, de frequentie van voetbaden (1x per week, 1x per 2 weken etc.) en het aantal passages waarbij het voetenbad ververst moet worden.

Tyloom verwijderen:

CIMG4708Tylomen zijn grote woekeringen in de de tussenklauwspleet, waardoor een koe uiteindelijk kreupel gaat lopen. Ze ontstaan doordat een chronische ontsteking (tussenklauwontsteking en/of stinkpoot) steeds verder uit gaat breiden. Irritatie geeft woekering en woekering geeft weer irritatie. Op deze woekering kan bijvoorbeeld ook weer Mortellaro ontstaan. Als behandeling moet de ondervoet verdoofd worden, zodat de gehele tyloom met een mes weggesneden kan worden. Er zijn twee verschillende methodes die wij in de praktijk toepassen:

  • Thermochirurgische methode: met behulp van een elektrisch mes wordt onder verdoving het tyloom verwijderd. Dit mes kan snijden en dichtbranden in dezelfde handeling. De kans op bloedingen en nabloeden is hierdoor minimaal geworden. Na het verwijderen wordt de klauw in verband gezet, dit moet na enkele dagen verwisseld worden voor een nieuw verband. In verband met twee weken hersteltijd is het begin van de droogstandsperiode de ideale tijd om tylomen weg te halen, maar het kan ook gedurende de lactatie gebeuren. De kans op terugkeer van het tyloom is nihil. Als U in het bezit bent van een goed werkende klauwbekapbox en een hogedruk reiniger (klauw schoonspuiten) dan is het verwijderen van het tyloom meestal een karwei van 30–45 minuten. uit praktijkonderzoek van de Universiteit blijkt dat 82 % van de tylomen goed te verwijderen is. Na een jaar loopt zo`n 68% van de dieren nog goed en 25% redelijk en is 6 % kreupel. 94% Van de veehouders vond na afloop de ingreep de moeite waard.
  • Scalpel methode: zoals hierboven beschreven maar dan met een gewoon scalpelmes: Dit geeft wat meer kans op nabloeden. Verder is het principe hetzelfde als bovenstaande.

 

 

Qlip

Qlip

Qlip

Qlip en u als melkveehouder:

Qlip komt bij u op het melkveebedrijf voor de periodieke controle als onderdeel van de kwaliteitsborging door de zuivel. Dit bezoek staat ook wel bekend als Keten Kwaliteit Melk. Op KKM vindt u de nodige informatie rondom deze kwaliteitsborging. Via het kopje beoordeling en certificeren kunt u meer informatie vinden rondom deze controle. Een handige checklist met zaken die u klaar moet leggen: Klaar te leggen documenten Wij vertrouwen erop dat u met deze informatie probleemloos door uw controle komt.

Qlip en ons als dierenarts:

Op een gedeelte van onze melkveebedrijven voeren wij 3 maandelijks het Periodiek Bedrijfs Bezoek (PBB). Om u eens mee te nemen in de regelgeving rondom dit PBB hebben we hierbij het Qlip Waarnemingsprotocol PBB voor u weergegeven.

Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Regelgeving Rundveehouder

Regelgeving Rundveehouder

VKI (Voedsel Keten Informatie):

Voordat een dier naar de slacht kan dient u als rundveehouder een VKI formulier in te vullen. Dit kan via de website van Inforund. of door te bellen met Inforund. Het VKI dient ervoor te zorgen dat er geen dieren geslacht worden die nog diergeneesmiddelen bevatten (de wachttermijn is nog niet verstreken), ziek zijn en of andere risico's vormen voor de voedselveiligheid. De verantwoordelijkheid voor het correct invullen ligt bij de veehouder. Ook moet de 1-op-1 dierenarts vermeld worden op het formulier, zodat deze bij mogelijke vragen door de NVWA benaderd kan worden. Via de NVWA kregen wij als praktijk de melding dat er nog teveel formulieren niet correct worden ingevuld. Enkele voorbeelden:

  1. Er staat geen medicatie op het formulier, terwijl de koe wel spuitplekken bevat.
  2. Het ingevulde RegNL nummer van het medicijn klopt niet/bestaat niet
  3. De toegepaste dosering/tijdsduur van behandeling van het medicijn komt niet overeen met de bijsluiter

Als rundveedierenartsen willen we graag benadrukken dat u het VKI formulier naar eer en geweten in moet vullen. Om even bij de voorbeelden te blijven:

  1. In geval van een spuitplek is het eigenlijk heel logisch dat de NVWA contact met u en met ons op zal nemen en daarmee het slachtproces stil komt te liggen. In de meeste gevallen betreft het een onschuldige injectie met een medicijn, waar geen wachttijd op zit. In dat geval kunt u dit rustig melden en krijgen wij en u geen onnodige telefoontjes.
  2. De NVWA constateerde dat in veel gevallen de RegNL nummers van de ingevulde medicijnen niet kloppen. Dit heeft er alles mee te maken dat u als veehouder de medicatie veelal invoert in uw management systeem. Hierin heeft u de standaard behandelingen met de bijbehorende medicijnen ingevoerd. Let op: de toegepaste medicijnen in het managementprogramma komen lang niet altijd overeen met de daadwerkelijk toegepaste middelen. Als voorbeeld zijn er verschillende typen diatrim geregistreerd. Wachttijden worden door de jaren heen aangepast, echter dit wordt niet altijd in het managementsysteem aangepast. Als voorbeeld is de wachttijd vlees van Neopen aangepast van 56 naar 89 dagen. Ons advies: Controleer een paar keer per jaar of de behandelplannen in uw managementsysteem overeen komen met het BBP dat we jaarlijks met u opstellen.
  3. In geval van een afwijkende dosering/tijdsuur van behandeling van het medicijn zal daarmee ook de wachttijd veranderen. In dit geval gaat het om off-label gebruik, waarbij de wachttijd verandert naar 7 dagen voor de melk en 28 dagen voor het vlees. Ook dit heeft gevolgen voor het moment waarop u een koe naar de slacht mag doen.

Regelgeving voor u als melk-/rundveehouder:

Elke veehouder met 5 of meer runderen moet een 1-op-1 contract met een geborgde rundveedierenarts van een dierenartsenpraktijk hebben. Deze is in principe onbeperkt geldig maar kan te allen tijde opgezegd worden. Bij wisseling (zowel binnen als buiten de dierenartsenpraktijk) naar een andere geborgde rundveedierenarts moet het bedrijfsdossier van het afgelopen jaar meegaan naar de volgende dierenarts. De volgende dierenarts is verantwoordelijk voor het opvragen hiervan bij de "oude” dierenarts. 

Vanaf januari 2012 is het voor elk bedrijf met 5 of meer runderen verplicht een Bedrijfsgezondheidsplan (BGP) en een Bedrijfsbehandelplan (BBP) te hebben. Beide plannen zijn slecht 12 maanden geldig en moeten vervolgens geëvalueerd en herzien worden. Het BGP & BBP moet aan verschillende eisen voldoen. Om u hier een idee van te geven kunt u op de volgende link klikken: SGD Besluit Minimumeisen BGP & BBP.pdf

Vernieuwen van het BGP & BBP:

Ieder jaar dient het Bedrijfsgezondheidsplan & Bedrijfsbehandelplan opnieuw geupdate en geëvalueerd te worden. Qua regelgeving is de veehouder hier zelf verantwoordelijk voor. Om het maken van het bedrijfsgezondheidsplan te vergemakkelijken kunt u het volgende document bekijken en invullen als voorbereiding: Veehouder_invulversie_BGP_kengetallen.doc

Controle: De onafhankelijke beoordeling van het melkveebedrijf gebeurd door Qlip, voor jongvee/vleesvee geldt een contract met of IKB-Rund of Qrund. De veehouder moet zichzelf bij één van de genoemde kwaliteitssystemen aanmelden. Als dit niet is gebeurd mag u vanaf juni 2013 geen dieren meer voor de slacht aanbieden, u krijgt dan namelijk geen VKI formulier meer. Voor melkveehouders die leveren aan FrieslandCampina is het niet op tijd (binnen 1 maand na de verloopdatum) “vernieuwen” van het BGP & BBP een zogenaamd “hard punt” en heeft daarmee dus consequenties. 

Verantwoordelijkheid Veehouder:

  • Het opstellen van een 1-op-1 overeenkomst met een Geborgde Rundveedierenarts
  • Het kunnen overleggen van een actueel bedrijfsdossier
  • Het tijdig plannen van bedrijfsbezoeken door een Geborgde Rundveedierenarts
  • Het behandelen van zijn dieren volgens het advies van de dierenarts middels visites & BBP
  • Het treffen van preventieve maatregelen

Regelgeving voor ons als Geborgde Rundveedierenartsen:

Het SGD staat voor de Stichting Geborgde Dierenarts. Voor specfiek rundvee is de stichting in het leven geroepen om op een maatschappelijk verantwoorde manier om te gaan met rundveegezondheid. Om dit voldoende te borgen is door het College van Belanghebbenden Geborgde Rundveedierenarts het Reglement “Geborgde Rundveedierenarts” opgesteld. Dit betekent dat alleen geborgde rundveedierenartsen zich bezig mogen houden met de gezondheidszorg van rundvee.

Onderdelen hiervan zijn:

  • Het 1-op-1 contract met de rundveehouders
  • Bedrijfsgezondheidsplan (BGP)
  • Bedrijfsbehandelplan (BBP)
  • Inhoudelijke beoordeling 

Controle: 

  • Een jaarlijkse onafhankelijke beoordeling en certificatie van de “Geborgde rundveedierenarts” door VERIN. Een belangrijk onderdeel, naast allerlei administratieve zaken, is het voorschrijfgedrag van medicatie en de specifieke onderbouwing daarvan.
  • Intercollegiaal Overleg Dierenartsen (Inhoudelijke beoordelingen van de in onze praktijk opgestelde BGP's)
  • Inhoudelijke toetsing opstellen van het Periodiek Bedrijfs Bezoek (PBB)

Verantwoordelijkheid Dierenarts:

  • Inhoudelijke input leveren aan het bedrijfsdossier d.m.v. visites, logboeken & diagnostiek
  • Inhoudelijk opstellen van het BBP
  • Inhoudelijk opstellen van het BGP (met daarin oog voor preventieve maatregelen)

Algemene voorwaarden:

Op (behandelings)overeenkomsten zijn van toepassing de Algemene voorwaarden van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht onder nummer 22/2008.

 

Infectieziekten & Insleep

Infectieziekten & Insleep

Infectieziekten vormen een belangrijke belemmering voor melkvee om naar verwachting te produceren. Van de meeste infectieziekten kunnen de runderen ziek worden, daarnaast tasten deze ziekten de weerstand van de dieren aan, waardoor ze vatbaarder worden voor andere ziekten. De belangrijkste infectieziekten bij het rund zijn de volgende:

  1. BVD: de belangrijkste weerstandsverlager bij melkvee!
  2. IBR
  3. Salmonella
  4. ParaTBC

Op dierziekten gezondheidsdienst kunt u informatie vinden over deze aandoeningen. Voor een specifiek plan van aanpak  op uw bedrijf kunt u natuurlijk bij ons terecht.

Insleep:

Een melkveehouder kan op diverse manieren infectieziekten en andere aandoeningen op zijn bedrijf binnenkrijgen. Verreweg de belangrijkste factor is de aanvoer van levend vee. Daarnaast spelen ook de aanvoer van (ruw)voer, mest en erfbetreders een belangrijke rol. Hierbij valt te denken aan de veehandelaar, de veetransporteur (zowel de koeien als de kalveren), de inseminator, voervertegenwoordigers, dierenartsen, maar bijvoorbeeld ook loonwerkers die met hun materieel op de boerderij komen. Naast de eerder genoemde infectieziekten kunnen met levend vee ook andere aandoeningen worden binnengebracht: Mortellaro, mastitisverwekkers, coccidiose, leverbot, maagdarm- en longwormen en talloze andere niet-bedrijfseigen kiemen op het bedrijf binnenkomen. Het gezegde: "Bezint eer ge begint" doet zijn naam veelvuldig eer aan. 

Wilt u toch vee aankopen dan is het belangrijk om vooraf de risico's goed in beeld te hebben en deze, voor zo ver mogelijk, te minimaliseren. Te denken valt daarbij aan het navragen van dierziekte statussen, bloed en/of mestonderzoek, productiecijfers (groei, melkproductie, celgetal etc.), eerdere behandelingen etc.

Wat kunnen wij voor u betekenen?:

  • Kennis omtrent de dierziekten:
    • Hoe verspreiden ze?
    • Wat is de betekenis voor uw koppel?
    • Hoe kunt u infecties voorkomen?
  • Opstellen risicoinventarisatie: Welke risicofactoren zijn er en waar hebt u zelf als veehouder invloed op?
  • Opstellen plan van aanpak m.b.t. infectieziekten
  • Advisering m.b.t. aankoop/verkoop van vee
Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Pagina 1 van 3

Even voorstellen

Anouk Schipper-Helmholt

Anouk Schipper-Helmholt U bent Anouk wellicht al tegen gekomen bij ons op de praktijk. Anouk is sinds 1 mei 2016 werkzaam bij ons. Zij is in 2005 afgestudeerd als dierenarts en heeft na haar afstuderen jaren als dierenarts gewerkt in de praktijk. De afgelopen paar jaar was zij in dienst als dierenarts…

Adresgegevens

Hoofdlocatie Winsum
Lombok 27
9951 SC Winsum (Groningen)

Dependance Leens
Valge 1
9965 PD Leens