Afd. Gezelschapsdieren
0595 44 18 00

Afd. Landbouwhuisdieren
0595 44 17 06

Afd. Paarden
06 22 84 71 63

Laboratorium

Melk:

Celgetalbepaling:

Met een celgetalmeter kunnen we op de praktijk per kwartier het celgetal meten. Dit onderzoek kan alleen bij melk, die niet ingevroren is geweest. Het meten van het celgetal is voor u als veehouder handig om te bepalen welk kwartier de boosdoener is bij een hoog celgetal koe, of om te kijken of een koe genezen is na een behandeling.

Bacteriologisch Onderzoek (BO):

Door bacteriologisch onderzoek van de melk kunnen we de verwekker van de uierontsteking of van het hoge celgetal bepalen. Van de melk wordt een kweek gemaakt, en deze wordt een dag later "afgelezen". Met deze uitslag kunnen we u een gericht behandeladvies geven. Melk voor bacteriologisch onderzoek mag wel zijn ingevroren. De dag nadat u de melk gebracht heeft krijgt u via de mail, of anders indien gewenst, een (eerste) uitslag.

Gevoeligheidsbepaling (ABG):

Na het kweken van een verwekker tijdens het bacteriologisch onderzoek kan gekeken worden voor welke antibiotica deze bacterie gevoelig is. Dan moet er opnieuw een kweek ingezet worden, nu met verschillende antibiotica. Zo krijgt u inzicht in de gevoeligheid voor antibiotica van de verschillende bacterien die uierontsteking of hoog celgetal veroorzaken op uw melkveebedrijf.

Mest:

Onderzoek van mest van jonge kalveren met diarree:

Diarree is nog steeds een veel voorkomende aandoening bij jonge kalveren. Mest van een kalf met diarree kunnen wij met behulp van een sneltest onderzoeken op de veroorzakers E.coli, Rotavirus, Coronavirus en Cryptosporidiën. Aan de hand van de uitslag kunnen wij u een gerichte behandeling adviseren voor de kalveren met diarree en een plan van aanpak om diarree in de toekomst te voorkomen. De uitslag van het onderzoek krijgt u binnen een dag.

Coccidiose:

Coccidiose is een oorzaak van diarree en groeivertraging bij de kalveren. Met behulp van microscopisch onderzoek van de mest kunnen we kijken of er eitjes van coccidiën in de mest zitten en de kalveren dus last hebben van coccidiose. De kalveren kunnen in de bek behandeld worden.

Maagdarmwormen:

Weidend jongvee komt in aanraking met maagdarmwormen. Zo ontwikkelen zij weerstand tegen deze maagdarmwormen. Een maagdarmworminfectie veroorzaakt echter groeivertraging. Met behulp van microscopisch onderzoek van de mest kunnen we kijken of het jongvee een maagdarmwormen infectie doormaakt. Zo kunt u tijdig de maagdarmwormen bestrijden en de groeivertraging minimaliseren.

Longwormen:

Weidend jongvee komt in aanraking met longwormen. Als gevolg van een longworminfectie gaat het jongvee hoesten. Door middel van mestonderzoek kunnen we kijken of er longwormlarven in de mest aanwezig zijn. Zeker bij een longworminfectie is het erg belangrijk deze snel op te sporen en te bestrijden om schade aan de longen te voorkomen.

Bloed:

Calcium en Magnesium:

Melkziekte is nog steeds een veel voorkomend probleem bij net afgekalfde melkkoeien. Deze koeien reageren vaak goed op behandeling met een melkziekte infuus. Wanneer koeien niet of slecht reageren op een melkziekte infuus kan het calcium en het magnesium gehalte in het bloed bepaald worden om te bepalen of dit daadwerkelijk het probleem is.

CPK:

Bij een liggende koe kan er sprake zijn van spierschade. Bij ernstige spierschade komen er veel spierenzymen (CPK) vrij in het bloed. De bepaling van de spierenzymen in het bloed kan helpen om een inschatting te maken van de ernst van de spierschade en zo ook van de kans op herstel van de koe.

Ontstekingsbeeld:

Bij koeien die het om onbekende reden niet goed produceren en eventueel koorts hebben kan het nuttig zijn om te kijken of er sprake is van een ontsteking. In het bloed wordt gekeken of er sprake is van een acute of een chronische ontsteking. Zo kan bepaald worden of een behandeling nodig is en nog zin heeft. Hiervoor bepalen we zowel het totaal eiwit als het albumine. Daarnaast kunnen we ook een bloedbeeldonderzoek uitvoeren.

Urine:

Om te weten of de magnesiumvoorziening van de droogstaande, en soms ook de melkgevende koeien voldoende is, kan urine van 5 dieren onderzocht worden. Het magnesiumgehalte in de urine wordt dan bepaald. Dit geeft een goed beeld van de magnesiumvoorziening.  

Biest:

De biestkwaliteit is van groot belang voor de weerstand van het kalf in de eerste levensdagen. Als de biestkwaliteit onvoldoende is, hebben de kalveren veel meer kans op diarree en longinfecties. Door middel van onderzoek van de biest kijken we of er voldoende afweerstoffen in zitten om het kalf een goede weerstand mee te geven.

Laatst aangepast op dinsdag, 18 oktober 2016 16:54

Adresgegevens

Hoofdlocatie Winsum
Lombok 27
9951 SC Winsum (Groningen)

Dependance Leens
Valge 1
9965 PD Leens