Afd. Gezelschapsdieren
0595 44 18 00

Afd. Landbouwhuisdieren
0595 44 17 06

Afd. Paarden
06 22 84 71 63

teamfoto 4

Katvriendelijke praktijk

banner katvriendelijk

Dierenkliniek Winsum is de eerste katvriendelijke praktijk van Nederland. Wilt u meer informatie over wat dit inhoudt voor uw huisdier? Ga dan naar onze speciale pagina over de katvriendelijke praktijk.

 

Pup of kitten aanschaffen?

Bent u van plan om binnenkort een pup of kitten aan te schaffen? Wij hebben de belangrijkste informatie voor u op een rijtje gezet.

Lees verder

Schapen & Geiten

Schapen & Geiten (9)

Regelgeving & Behandelplan Schapen

Regelgeving & Behandelplan Schapen

Regelgeving: Schapen dijk

In het kader van de veranderende regelgeving zullen wij hier nog een stuk plaatsen wat op dit ogenblik speelt.

 

Behandelplan Schapen:

Voor u als schapenhouder/ster hebben wij een Behandelplan Schaap gemaakt. Met behulp van dit plan kunt u snel zien bij de verschillende aandoeningen welke medicijnen u het beste kunt gebruiken. De regelgeving met betrekking tot antibioticagebruik is de laatste tijd flink aangescherpt. Daarom is het belangrijk om het juiste medicijn bij de juiste aandoening in te zetten!

Behandelplan Schaap Mei 2015.pdf

 

Algemene voorwaarden:

Op (behandelings)overeenkomsten zijn van toepassing de Algemene voorwaarden van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht onder nummer 22/2008.

 

Natuurlijke geboorte of keizersnede?

Natuurlijke geboorte of keizersnede?

Soms lukt het schapen niet om op een natuurlijke manier te bevallen. Omdat het lam toch het liefst levend geboren wordt er een keizersnede gedaan. Bent u benieuwd hoe dat gaat? Dat kan u hieronder zien!

Een kleine beschrijving:
De dierenarts voelt via de geboortegang of het lam via de normale weg geboren kan worden. Wanneer dit om wat voor reden niet lukt, wordt besloten een keizersnede te doen. Daarvoor dient de ooi op de rechterzijkant te liggen. Aangezien zij zelf niet stilletjes blijft liggen, zal ze moeten worden vastgebonden. Dit kan op een hek, op een stropak of een grote plank, wat maar voorhanden is. Dan maakt de dierenarts de plek vrij waar de snede moet komen en waar dus straks het lam (vaak is het er maar eentje) door geboren wordt. Dus scheren, wassen en desinfecteren. Op de plaats van de snede wordt de ooi lokaal verdoofd per injectie. De snede wordt geplaatst en de huid, onderhuids vet en spierlagen worden ingesneden. Vervolgens wordt de buik geopend en gaat de dierenarts op zoek naar de baarmoeder.

Is de baarmoeder in zicht, dan wordt deze geopend en wordt het lam uit de vliezen gehaald. Bij de ooi worden baarmoeder, spierlagen en huid weer gehecht, waarna ze losgemaakt wordt en het lam kan gaan verzorgen en melk geven.. Als het goed is staat het lam al in het hok of is het druk bezig op te staan op het moment dat de dierenarts klaar is.

 

 

 

 

 

 

Zoönosen

Zoönosen

keurmerk zoonosen klein jpgZoönosen zijn aandoeningen die van dier op mens overgedragen kunnen worden. Mensen kunnen daar dus ook ziek van worden! Om deze reden is het belangrijk om te weten dat u als veehouder een mogelijk risico vormt voor de bezoekers op uw bedrijf. Om het risico op besmetting zo klein mogelijk te houden is er een checklist beschikbaar met mogelijke risicopunten op uw bedrijf. Deze checklist kunnen wij voor uw langslopen. Als alles in orde is ontvangt u van de GD aansluitend een “Keurmerk Zoönosen” dat u op uw bedrijf op kunt hangen.

Checklist_zoonosen.pdf

Keurmerk_zoonosen_GD.pdf

Vaccinaties Schapen & Geiten

Vaccinaties Schapen & Geiten

Tegen een aantal ziektes kunnen schapen gevaccineerd worden:schapen

•  Blauwtong
•  “Het Bloed”
•  Zomerlongontsteking (Pasteurella)
•  Zere bekjes (Ecthyma)
•  Rotkreupel
•  Q-koorts

Blauwtong:

Schapen en lammeren hoeven maar 1x per jaar gevaccineerd te worden. Het beste is om dit te doen vlak voor het knuttenseizoen, dus van mei tot en met juli. De knut is het mugje dat de ziekte overbrengt. De dieren zijn dan het hele jaar beschermd. Geiten moeten de eerste keer dat ze geënt worden twee keer geënt worden met een tussentijd van 3 weken. Lammeren kunnen vanaf 3 weken leeftijd geënt worden.

 

“Het bloed”:

Ooien vaccineren: 4 weken voor het aflammeren. Enters vaccineren: 8 en 4 weken voor het aflammeren en na 4 weken de herhalingsvaccinatie. De lammeren krijgen nu via de biest afweerstoffen binnen tegen het bloed. Deze bescherming voor “Het bloed” werkt ±12 weken.

Een andere optie is om de lammeren te gaan vaccineren. Dit kan vanaf 2 weken leeftijd en moet dan voor een optimale bescherming ook herhaald worden na 4-6 weken.

 

Het Bloed & Zomerlongontsteking:

Ooien vaccineren: 4 weken voor het aflammeren. Enters vaccineren: 8 en 4 weken voor het aflammeren en na 4 weken de herhalingsvaccinatie. De lammeren krijgen nu via de biest afweerstoffen binnen tegen het bloed en zomerlongontsteking. De bescherming voor het bloed werkt ± 12 weken, die voor zomerlongontsteking aanmerkelijk korter, slechts 3 á 4 weken. Een andere optie is om de lammeren te gaan vaccineren. In dit geval houdt de bescherming voor zomerlongontsteking veel langer aan, namelijk bijna 2 maanden. Lammeren vaccineren kan vanaf 3 weken leeftijd met na 4 weken een herhalingsvaccinatie.

 

Zere Bekjes (Ecthyma):

Al sinds enkele jaren vaccineren wij op enkele bedrijven met succes tegen zere bekjes. Het vaccin dat wij gebruiken, is een levend vaccin en moet daarom ook alleen ingezet worden op bedrijven die problemen hebben of vorig jaar problemen hebben gehad met zere bekjes. De ooien kunnen voor het aflammeren gevaccineerd worden. De ooien maken zelf afweerstoffen en geven deze afweer door via de biest aan de lammeren. Een andere mogelijkheid is om bij de eerste verschijnselen van zere bekjes te gaan vaccineren. De dieren zullen veel sneller van de infectie afkomen en de symptomen zullen aanmerkelijk minder zijn. Preventief ooien vaccineren: Eenmalige injectie 3-4 weken voor het aflammeren. Tijdens besmetting: Eenmalige injectie; een enkele keer is na 10 dagen een herhalingsinjectie nodig als de verschijnselen niet snel genoeg opknappen.

 

Rotkreupel:

De vaccinatie tegen rotkreupel is zeer effectief om de ziekte te voorkomen en om een infectie die er al is zo snel mogelijk onder controle te krijgen. De vaccinatie werkt 4-6 maanden effectief, het is dus verstandig om vlak voor een risicoperiode te gaan vaccineren. De injectie is pijnlijk en geeft een lokale reactie. In verband met de heftige reactie, is het niet verstandig drachtige dieren in de laatste twee maanden van de dracht te vaccineren. Basisvaccinatie: 2x vaccineren met een tussentijd van 4 tot 6 weken. Herhaling voor iedere risicoperiode. Lammeren kunnen vanaf een leeftijd van 3 maanden gevaccineerd worden.

 

Q-koorts:

In verband met de uitbraak van Q-koorts in Nederland kan er gevaccineerd worden tegen Q-koorts. Professionele melkschapenbedrijven en bedrijven met een publieke functie (open dagen, kinderboerderij, deelname keuringen etc.) zijn verplicht om voor 1 augustus alle dieren te vaccineren tegen Q koorts. Als u uw dieren vrijwillig wilt laten vaccineren, kunt u dat bij de praktijk aanvragen en kunnen wij het vaccin bestellen.

Ziekten rondom het aflammeren

Ziekten rondom het aflammeren

Slepende melkziekte:

Deze aandoening wordt gezien in de laatste weken van de dracht bij ooien die drachtig zijn van meerlingen. Doordat de lammeren zoveel energie vragen om te groeien en ook veel ruimte innemen in de buik van de ooi, kan deze niet voldoende voer opnemen. Zij gaat haar eigen vetreserves aanspreken, maar dat loopt uit de hand. De afvalproducten die vrij komen bij de vetverbranding kunnen door de lever niet verwerkt worden en komen in het bloed terecht. Deze stoffen werken vergiftigend voor het schaap en zij zal daardoor nog minder gaan eten. De adem van het dier ruikt naar aceton.

Verschijnselen: De dieren lopen eerst wat slingerend, worden dan extreem sloom, herkauwen en eten niet meer en sterven uiteindelijk. 

Risicofactoren voor het optreden van de ziekte:

  • Meerlingdrachten
  • Vette ooien (conditiescore >4,0)
  • Te abrupte voerovergangen (van buiten naar binnen)
  • Slechte / matige kwaliteit van het voer in het laatste gedeelte van de dracht
  • Plotselinge stress als gevolg van selecteren, scheren, bekappen etc.

Therapie:

In een vroeg stadium helpt een behandeling door ons nog wel, maar vaak is de ontsporing al te ver en sterft het dier ondanks de inspanningen.

Voorkomen is beter dan genezen! Als u 1 dier in de koppel heeft met slepende melkziekte, moeten er voor de hele groep maatregelen worden getroffen! Voor een specifiek advies: neem dan contact op met de praktijk!

Melkziekte:Lijfbieder lepel

Deze aandoening lijkt wat verschijnselen betreft veel op slepende melkziekte. De oorzaak is echter een te laag calcium gehalte in het bloed. Ook dit treedt al enkele weken voor het aflammeren op, maar kan ook na het aflammeren nog voorkomen. Na een geleidelijke verlaging van het calcium in het bloed kan door een verminderde voeropname, plotselinge stress en calcium-arm voer een zodanig tekort optreden dat dieren ziek worden. Verschijnselen: De dieren worden traag en sloom, blijven achter bij het koppel, willen niet eten, reageren schrikkerig, lopen slingerend of kunnen niet meer staan. Om de diagnose te stellen kunnen we op de praktijk binnen 10 min. het calciumgehalte in het bloed onderzoeken. Ernstige gevallen worden behandeld met een calcium infuus. Milde verschijnselen kunnen behandeld worden door 20 ml/cc Calcitad onderhuids toe te dienen. Dit kan meerdere malen herhaald worden. Daarnaast moet overgegaan worden op calciumrijker voer, bijv. brokken of de voeding hiermee aanvullen. Wederom wilt u hiermee ook de overige dieren behoeden voor dezelfde verschijnselen.

Lijfbieder:

Een lijfbieder is een schaap met een roze uitpuiling uit de schede. Soms is ook de baarmoedermond te zien als een rozet. Dit wordt met name tijdens de laatste weken van de dracht gezien. Als het niet ernstig is, zakt het zo af en toe terug. Ook kan het zijn dat het dier er enorm op perst. Omdat er een erfelijke component aanwezig is, wordt geadviseerd om met dit schaap en haar lammeren niet verder te fokken. Behalve een erfelijke oorzaak kan dit veroorzaakt worden door een verhoogde druk in de buikholte, met name bij een meerlingdracht (2-4 lammeren). De therapie kan zijn het plaatsen van een “lepel” of het zetten van een bühnerhechting (een strik). Dit zorgt ervoor dat de boel binnen blijft en het schaap er niet meer op perst. Als het schaap toch doorgaat of begint met persen is het erg moeilijk om het schaap en de lammeren te redden. Zorg er in ieder geval voor dat het schaap ondanks het persen wel blijft eten. Soms kunnen de lammeren er eerder uitgehaald worden als het echt niet meer gaat. Vooral als een schaap een bühnerhechting heeft moet u goed opletten of het schaap al aan het lammeren is. De knoop kan er dan even uitgehaald worden, zodat de lammeren geboren kunnen worden. Daarna kan de strik weer aangetrokken worden. De bühnerhechting moet door een dierenarts gezet worden.

Drachtonderzoek:

Drachtonderzoek:

lamEchografie:

Door middel van echografisch onderzoek (scannen), kunnen we bij schapen en geiten vanaf 35-40 dagen na de dekking vaststellen of een ooi drachtig is. Dit gebeurt door de kop van de scanner op de huid in de lies van het dier te leggen. Op het beeldscherm kunnen we dan zien of een dier drachtig is. Zo kunnen guste dieren er al in een vroeg stadium uitgehaald worden. U moet wel zeker weten dat de ram er 40 dagen niet bijgelopen heeft! Jongere drachten kunnen we niet vaststellen! Om te kunnen bepalen hoeveel lammeren het schaap draagt moeten we iets langer kijken. Dit kan wel de moeite waard zijn als u van plan bent om de schapen op verschillende manieren te gaan voeren.

 

Laboratorium schaap & geit

Laboratorium schaap & geit

Op de praktijk doen wij zelf mestonderzoek en daarbij kijken we naar de aanwezigheid van wormeieren en/of coccidiose. Daarnaast kunnen wij bloed van schapen op een aantal zaken onderzoeken. Voor ander onderzoek sturen wij het bloed door naar extern laboratorium zoals bijvoorbeeld de Gezondheidsdienst (GD)schaap lam

Mestonderzoek:

Als u van een individueel lam of schaap of van de koppel wilt weten of het besmet is met wormen en/of coccidiose, kunt u verse (!) mest inleveren op de praktijk (bij voorkeur 's ochtends als er een assistente aanwezig is). De mest wordt dan dezelfde dag onderzocht en u ontvangt direct een uitslag per mail of telefonisch. Verse mest wil zeggen dat u zelf mest met een handschoen uit het rectum van het schaap haalt. Een andere optie is om net gevallen mest van de grond op te rapen. Oude mest van de grond kan eieren bevatten van wormen uit de grond, het verschil is onder de microscoop niet te goed te zien en het geeft dus geen goede diagnose.

Eitelling (wormen & coccidiose):

Om te kijken of ontwormen van een koppel schapen of lammeren nodig is doen wij een eitelling op mest. Voor een betrouwbare eitelling hebben wij mest van ongeveer 10 dieren nodig. U kunt de mest van 10 dieren in 10 zakjes inleveren, zodat wij er een mengmonster van maken. U mag dat ook zelf doen, zorgt u er dan wel voor dat er van elk dier ongeveer evenveel mest in het zakje komt. Uit de eitelling komt een getal, dat is het EPG (eieren per gram). Aan de hand van het EPG in combinatie met de verschijnselen adviseren wij of u of ontwormen voor uw koppel nodig is. Mestonderzoek is noodzakelijk om een goed ontwormplan op te stellen. In veel gevallen is ontwormen niet nodig en kan in combinatie met omweiden zo lang mogelijk uitgesteld worden. Dit bespaart u veel geld en moeite en zorgt er ook voor dat er minder kans is op ontwikkeling van resistentie van de wormen tegen de ontwormmiddelen. We kunnen door middel van dit onderzoek eieren van Nematodirus, Haemonchus (lebmaagworm) en andere spoelwormen zien. Daarnaast onderzoek we de mest ook op de aanwezigheid van coccidiose eitjes. Behandelen tegen coccidiose heeft alleen zin bij lammeren. Schapen kunnen het wel bij zich dragen, maar vaak in kleine hoeveelheden en ze zijn er niet ziek van.

Wanneer mestonderzoek:

  • Preventief (2-3 weken na omweiden) om te zien of uw schapen / lammeren ontwormd moeten worden (in veel gevallen is ontworming niet noodzakelijk!)
  • Bij problemen
  • !!! Na ontwormen !!! Het is aan te raden om op 10 dagen na ontworming een mengmestmonster in te leveren om te kijken of de ontworming zijn/haar werk heeft gedaan. Steeds vaker komen we koppels tegen waarin de problemen ook na ontworming door blijven gaan. In deze gevallen is het doen van mestonderzoek zeer waardevol. Op deze manier kan bespaard worden op de kosten van niet-werkende ontwormingmiddelen!
Leverbot:

Onderzoek op eieren van leverbot doen kunnen wij zelf op de praktijk doen. Benodigd hiervoor is minimaal 8 gram mest. Neem bij voorkeur een mengmestmonster van minimaal 6-10 dieren, zodat de uitslag een betrouwbaar beeld geeft van de koppel.

Bloedonderzoek:

Bloed van schapen en geiten kan op de praktijk onderzocht worden op:
• Calcium: om melkziekte aan te tonen of uit te sluiten
• Magnesium: om kopziekte aan te tonen of uit te sluiten en speelt ook vaak een rol bij melkziekte
• Glucose: is te laag bij slepende melkziekte

Bloed kan doorgestuurd worden naar de GD voor onderzoek op bijvoorbeeld Leverbot en mineralen (zoals Koper en Cobalt). Verder zijn er de specifieke programma’s van de GD voor allerlei ziekten.

Wormen bij het schaap

Wormen bij het schaap

schaapPreventief ontwormen?:

In vrijwel de hele wereld staat preventief en vaak ontwormen sterk ter discussie. In sommige landen is het zelfs verboden, omdat de resistentie van alle wormen tegen de beschikbare wormmiddelen toeneemt. Ook in Nederland wordt er regelmatig resistentie tegen alle beschikbare middelen aangetoond. Dit betekent dat de ontwormmiddelen niet meer werken en de dieren alsnog doodgaan of lijden aan de worminfectie (verminderde groei). Het is dus zaak om ontwormen tot het minimum te beperken, maar ziekte dient wel voorkomen te worden. Denk niet dat het resistentieprobleem uw deur wel voorbij zal gaan!

Met een uitgekiend Beweidingsschema, specifiek voor uw bedrijf, kunnen we ervoor zorgen dat u pas laat in het jaar hoeft te beginnen met ontwormen, zonder een te hoog risico op problemen. Voor het maken van zo’n schema, kunt u bij ons terecht. U kunt zo een heel bedrag en moeite voor ontwormen uitsparen! Verder kunnen we u aan de hand van Mestonderzoek van een koppel adviseren over ontwormen en wanneer dit nodig is. Op de praktijk zijn verschillende middelen voor ontworming te verkrijgen. Voor advies kunt u altijd bellen (0595 - 441706) of langskomen op de praktijk.

GEITEN ONTWORMEN: ALTIJD 1,5-2x DE DOSERING VAN SCHAPEN!
Voorbeeld schaap is 1 ml per 50 kg dan is het voor de geit 1,5 tot 2 ml per 50 kg!

Haemonchus contortus / Lebmaagworm:

Deze worm zorgt vooral vanaf juli voor problemen. De lebmaagworm geeft geen diarree, maar zuigt in de lebmaag bloed. Bij een heftige infectie kunnen de schapen acuut sterven zonder dat er verschijnselen zijn op te merken. De dieren worden slap en erg bleek (te zien aan de slijmvliezen van de ogen). Ook kan het zijn dat, bij een minder heftige infectie, de lammeren niet groeien en een dorre vacht hebben. De cyclus van deze worm (vanaf de eitjes die op de weide komen totdat de schapen hieruit weer geïnfecteerd kunnen worden) duurt 3 weken, van maart t/m mei en van september t/m november. In de zomer (juni t/m augustus) duurt de cyclus maar 2 weken. Om weidebesmetting in het voorjaar tegen te gaan, moeten de ooien min. 2 dagen voor het naar buiten gaan, of bij het aflammeren, behandeld worden met een middel als Oramec, Dectomax of Cydectin. 

Afbeelding: Wormen & coccidiose door het seizoen heen. Lintwormen zijn in deze afbeelding buiten beschouwing gelaten en spelen normaal gesproken een zeer beperkte rol. Wormenseizoen

Nematodirus / Voorjaarsworm:

Een worm die erg gevaarlijk kan zijn, speciaal bij lammeren. Problemen ontstaan meestal zo’n 3 weken na het naar buiten gaan. De lammeren hebben (ernstige) donkere diarree, drogen uit en sterven uiteindelijk door uitdroging. Het probleem ontstaat meestal op een weide waar vorig jaar ook lammeren hebben gelopen. Schapenlammeren die laat in het voorjaar geboren worden kunnen ook in de herfst nog besmet worden met Nematodirus. Deze lammeren hebben in het voorjaar namelijk geen weerstand opgebouwd tegen nematodirus. Lammeren moeten behandeld worden met een middel waar een bezimidazol in zit (Bovex of Panacur suspensie). Op de praktijk kunnen we u goed adviseren, de dosering is hier erg belangrijk. Volwassen schapen hoeven niet behandeld te worden.

Trichostrongyliden:

Dit zijn wormen die in de darmen voorkomen en wèl diarree veroorzaken. Daarnaast vermageren de schapen en groeien de lammeren aanzienlijk minder. Ze zorgen meestal na het voorjaar, dus zomer en najaar, voor problemen. Om te weten of dit de oorzaak is van de problemen, kan er mestonderzoek gedaan worden. 

Wat kunnen wij voor u betekenen?:

  • Beweidingsadvies & opstellen bedrijfsspecifiek beweidingsschema
  • Mestonderzoek + advies
  • Behandeladvies voor wormen, coccidiose en/of leverbot
  • Cursus: "Wormen bij het schaap"
Jaarkalender & Gezondheidsplan Schapen

Jaarkalender & Gezondheidsplan Schapen

Schapen 1

 

De jaarkalender:

Om het u gemakkelijk te maken hebben wij een digitale jaarkalender gemaakt waarin per maand aangegeven staat waar u op kunt letten met betrekking tot de gezondheid van uw schapen. Deze jaarkalender kunt u ook zien als uw bedrijfsgezondheidsplan. Via Jaarkalender & BGP Schaap kunt u dit plan direct downloaden en opslaan op uw computer.

Voor specifieke tips en vragen, neem contact met ons op: 0595 - 441706.

 

Even voorstellen

Françoise Rey

Françoise Rey is in 2000 afgestudeerd aan de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Daarna is zij enige jaren werkzaam geweest op de paardenklinieken van de Universiteit Utrecht, zowel in de patiëntenzorg als voor het geven van onderwijs. Daarna is zij in 2004 neergestreken in het Groningse Winsum als Erkend Paardendierenarts. Naast…

Adresgegevens

Hoofdlocatie Winsum
Lombok 27
9951 SC Winsum (Groningen)

Dependance Leens
Valge 1
9965 PD Leens