Afd. Gezelschapsdieren
0595 44 18 00

Afd. Landbouwhuisdieren
0595 44 17 06

Afd. Paarden
06 22 84 71 63

teamfoto 4

Katvriendelijke praktijk

banner katvriendelijk

Dierenkliniek Winsum is de eerste katvriendelijke praktijk van Nederland. Wilt u meer informatie over wat dit inhoudt voor uw huisdier? Ga dan naar onze speciale pagina over de katvriendelijke praktijk.

 

Pup of kitten aanschaffen?

Bent u van plan om binnenkort een pup of kitten aan te schaffen? Wij hebben de belangrijkste informatie voor u op een rijtje gezet.

Lees verder

Landbouwhuisdieren

Landbouwhuisdieren (36)

Subcategorieën

Drachtonderzoek:

Drachtonderzoek:

lamEchografie:

Door middel van echografisch onderzoek (scannen), kunnen we bij schapen en geiten vanaf 35-40 dagen na de dekking vaststellen of een ooi drachtig is. Dit gebeurt door de kop van de scanner op de huid in de lies van het dier te leggen. Op het beeldscherm kunnen we dan zien of een dier drachtig is. Zo kunnen guste dieren er al in een vroeg stadium uitgehaald worden. U moet wel zeker weten dat de ram er 40 dagen niet bijgelopen heeft! Jongere drachten kunnen we niet vaststellen! Om te kunnen bepalen hoeveel lammeren het schaap draagt moeten we iets langer kijken. Dit kan wel de moeite waard zijn als u van plan bent om de schapen op verschillende manieren te gaan voeren.

 

Laboratorium schaap & geit

Laboratorium schaap & geit

Op de praktijk doen wij zelf mestonderzoek en daarbij kijken we naar de aanwezigheid van wormeieren en/of coccidiose. Daarnaast kunnen wij bloed van schapen op een aantal zaken onderzoeken. Voor ander onderzoek sturen wij het bloed door naar extern laboratorium zoals bijvoorbeeld de Gezondheidsdienst (GD)schaap lam

Mestonderzoek:

Als u van een individueel lam of schaap of van de koppel wilt weten of het besmet is met wormen en/of coccidiose, kunt u verse (!) mest inleveren op de praktijk (bij voorkeur 's ochtends als er een assistente aanwezig is). De mest wordt dan dezelfde dag onderzocht en u ontvangt direct een uitslag per mail of telefonisch. Verse mest wil zeggen dat u zelf mest met een handschoen uit het rectum van het schaap haalt. Een andere optie is om net gevallen mest van de grond op te rapen. Oude mest van de grond kan eieren bevatten van wormen uit de grond, het verschil is onder de microscoop niet te goed te zien en het geeft dus geen goede diagnose.

Eitelling (wormen & coccidiose):

Om te kijken of ontwormen van een koppel schapen of lammeren nodig is doen wij een eitelling op mest. Voor een betrouwbare eitelling hebben wij mest van ongeveer 10 dieren nodig. U kunt de mest van 10 dieren in 10 zakjes inleveren, zodat wij er een mengmonster van maken. U mag dat ook zelf doen, zorgt u er dan wel voor dat er van elk dier ongeveer evenveel mest in het zakje komt. Uit de eitelling komt een getal, dat is het EPG (eieren per gram). Aan de hand van het EPG in combinatie met de verschijnselen adviseren wij of u of ontwormen voor uw koppel nodig is. Mestonderzoek is noodzakelijk om een goed ontwormplan op te stellen. In veel gevallen is ontwormen niet nodig en kan in combinatie met omweiden zo lang mogelijk uitgesteld worden. Dit bespaart u veel geld en moeite en zorgt er ook voor dat er minder kans is op ontwikkeling van resistentie van de wormen tegen de ontwormmiddelen. We kunnen door middel van dit onderzoek eieren van Nematodirus, Haemonchus (lebmaagworm) en andere spoelwormen zien. Daarnaast onderzoek we de mest ook op de aanwezigheid van coccidiose eitjes. Behandelen tegen coccidiose heeft alleen zin bij lammeren. Schapen kunnen het wel bij zich dragen, maar vaak in kleine hoeveelheden en ze zijn er niet ziek van.

Wanneer mestonderzoek:

  • Preventief (2-3 weken na omweiden) om te zien of uw schapen / lammeren ontwormd moeten worden (in veel gevallen is ontworming niet noodzakelijk!)
  • Bij problemen
  • !!! Na ontwormen !!! Het is aan te raden om op 10 dagen na ontworming een mengmestmonster in te leveren om te kijken of de ontworming zijn/haar werk heeft gedaan. Steeds vaker komen we koppels tegen waarin de problemen ook na ontworming door blijven gaan. In deze gevallen is het doen van mestonderzoek zeer waardevol. Op deze manier kan bespaard worden op de kosten van niet-werkende ontwormingmiddelen!
Leverbot:

Onderzoek op eieren van leverbot doen kunnen wij zelf op de praktijk doen. Benodigd hiervoor is minimaal 8 gram mest. Neem bij voorkeur een mengmestmonster van minimaal 6-10 dieren, zodat de uitslag een betrouwbaar beeld geeft van de koppel.

Bloedonderzoek:

Bloed van schapen en geiten kan op de praktijk onderzocht worden op:
• Calcium: om melkziekte aan te tonen of uit te sluiten
• Magnesium: om kopziekte aan te tonen of uit te sluiten en speelt ook vaak een rol bij melkziekte
• Glucose: is te laag bij slepende melkziekte

Bloed kan doorgestuurd worden naar de GD voor onderzoek op bijvoorbeeld Leverbot en mineralen (zoals Koper en Cobalt). Verder zijn er de specifieke programma’s van de GD voor allerlei ziekten.

Wormen bij het schaap

Wormen bij het schaap

schaapPreventief ontwormen?:

In vrijwel de hele wereld staat preventief en vaak ontwormen sterk ter discussie. In sommige landen is het zelfs verboden, omdat de resistentie van alle wormen tegen de beschikbare wormmiddelen toeneemt. Ook in Nederland wordt er regelmatig resistentie tegen alle beschikbare middelen aangetoond. Dit betekent dat de ontwormmiddelen niet meer werken en de dieren alsnog doodgaan of lijden aan de worminfectie (verminderde groei). Het is dus zaak om ontwormen tot het minimum te beperken, maar ziekte dient wel voorkomen te worden. Denk niet dat het resistentieprobleem uw deur wel voorbij zal gaan!

Met een uitgekiend Beweidingsschema, specifiek voor uw bedrijf, kunnen we ervoor zorgen dat u pas laat in het jaar hoeft te beginnen met ontwormen, zonder een te hoog risico op problemen. Voor het maken van zo’n schema, kunt u bij ons terecht. U kunt zo een heel bedrag en moeite voor ontwormen uitsparen! Verder kunnen we u aan de hand van Mestonderzoek van een koppel adviseren over ontwormen en wanneer dit nodig is. Op de praktijk zijn verschillende middelen voor ontworming te verkrijgen. Voor advies kunt u altijd bellen (0595 - 441706) of langskomen op de praktijk.

GEITEN ONTWORMEN: ALTIJD 1,5-2x DE DOSERING VAN SCHAPEN!
Voorbeeld schaap is 1 ml per 50 kg dan is het voor de geit 1,5 tot 2 ml per 50 kg!

Haemonchus contortus / Lebmaagworm:

Deze worm zorgt vooral vanaf juli voor problemen. De lebmaagworm geeft geen diarree, maar zuigt in de lebmaag bloed. Bij een heftige infectie kunnen de schapen acuut sterven zonder dat er verschijnselen zijn op te merken. De dieren worden slap en erg bleek (te zien aan de slijmvliezen van de ogen). Ook kan het zijn dat, bij een minder heftige infectie, de lammeren niet groeien en een dorre vacht hebben. De cyclus van deze worm (vanaf de eitjes die op de weide komen totdat de schapen hieruit weer geïnfecteerd kunnen worden) duurt 3 weken, van maart t/m mei en van september t/m november. In de zomer (juni t/m augustus) duurt de cyclus maar 2 weken. Om weidebesmetting in het voorjaar tegen te gaan, moeten de ooien min. 2 dagen voor het naar buiten gaan, of bij het aflammeren, behandeld worden met een middel als Oramec, Dectomax of Cydectin. 

Afbeelding: Wormen & coccidiose door het seizoen heen. Lintwormen zijn in deze afbeelding buiten beschouwing gelaten en spelen normaal gesproken een zeer beperkte rol. Wormenseizoen

Nematodirus / Voorjaarsworm:

Een worm die erg gevaarlijk kan zijn, speciaal bij lammeren. Problemen ontstaan meestal zo’n 3 weken na het naar buiten gaan. De lammeren hebben (ernstige) donkere diarree, drogen uit en sterven uiteindelijk door uitdroging. Het probleem ontstaat meestal op een weide waar vorig jaar ook lammeren hebben gelopen. Schapenlammeren die laat in het voorjaar geboren worden kunnen ook in de herfst nog besmet worden met Nematodirus. Deze lammeren hebben in het voorjaar namelijk geen weerstand opgebouwd tegen nematodirus. Lammeren moeten behandeld worden met een middel waar een bezimidazol in zit (Bovex of Panacur suspensie). Op de praktijk kunnen we u goed adviseren, de dosering is hier erg belangrijk. Volwassen schapen hoeven niet behandeld te worden.

Trichostrongyliden:

Dit zijn wormen die in de darmen voorkomen en wèl diarree veroorzaken. Daarnaast vermageren de schapen en groeien de lammeren aanzienlijk minder. Ze zorgen meestal na het voorjaar, dus zomer en najaar, voor problemen. Om te weten of dit de oorzaak is van de problemen, kan er mestonderzoek gedaan worden. 

Wat kunnen wij voor u betekenen?:

  • Beweidingsadvies & opstellen bedrijfsspecifiek beweidingsschema
  • Mestonderzoek + advies
  • Behandeladvies voor wormen, coccidiose en/of leverbot
  • Cursus: "Wormen bij het schaap"
Jaarkalender & Gezondheidsplan Schapen

Jaarkalender & Gezondheidsplan Schapen

Schapen 1

 

De jaarkalender:

Om het u gemakkelijk te maken hebben wij een digitale jaarkalender gemaakt waarin per maand aangegeven staat waar u op kunt letten met betrekking tot de gezondheid van uw schapen. Deze jaarkalender kunt u ook zien als uw bedrijfsgezondheidsplan. Via Jaarkalender & BGP Schaap kunt u dit plan direct downloaden en opslaan op uw computer.

Voor specifieke tips en vragen, neem contact met ons op: 0595 - 441706.

 

Laboratorium rundvee

Laboratorium rundvee

Op de praktijk kunnen wij de onderstaande onderzoeken snel en betrouwbaar voor u uitvoeren:

Melk:

Celgetalbepaling:

Met onze celgetalmeter kunnen we per koe en per kwartier het celgetal meten. Het meten van het celgetal is voor u als veehouder handig om te bepalen welk kwartier de boosdoener is bij een hoog celgetal koe, of om te kijken of een koe genezen is na een behandeling. Daarnaast is het belangrijk om het celgetal te weten voordat koeien wel of niet met antibiotica droogzet. Let op: Dit onderzoek kan alleen bij melk, die niet ingevroren is geweest.

Bacteriologisch Onderzoek (BO):

Door bacteriologisch onderzoek van de melk kunnen we de verwekker van de uierontsteking of van het hoge celgetal bepalen. Nadat de melk wordt ingeleverd wordt deze op 3 verschillende platen uitgeënt, zodat de kiemen daarop kunnen groeien. Na 24 uur worden deze platen afgelezen en is de verwekker bekend. Soms zijn aanvullende tests nodig om echt met zekerheid de juiste bacterie te bepalen. Aan de hand van de uitslag kunnen we u een gericht behandeladvies geven en kunnen preventieve maatregelen genomen worden! In geval van een koegebonden bacterie is de melktechniek zeer belangrijk en in het geval van een omgevingskiem speelt de huisvesting (inclusief weide & strohokken) een belangrijke rol! Melk voor bacteriologisch onderzoek mag wel zijn ingevroren.

Gevoeligheidsbepaling (ABG):

Na het kweken van een verwekker tijdens het bacteriologisch onderzoek kan gekeken worden voor welke antibiotica deze bacterie gevoelig is. De bacterie wordt opnieuw op kweek gezet, nu met verschillende antibiotica. Met de uitslag krijgt u inzicht in de gevoeligheid voor antibiotica van de verschillende bacteriën die uierontsteking of hoog celgetal veroorzaken op uw melkveebedrijf.

Mest:

Onderzoek mest jonge kalveren met diarree:

Diarree is nog steeds een veel voorkomende aandoening bij jonge kalveren. Mest van een kalf met diarree kunnen wij met behulp van een sneltest onderzoeken op de veroorzakers E.coli, Rotavirus, Coronavirus en Cryptosporidiën. Aan de hand van de uitslag kunnen wij u een gerichte behandeling adviseren voor de kalveren met diarree en een plan van aanpak om diarree in de toekomst te voorkomen. De uitslag van het onderzoek krijgt u nog dezelfde dag.

Coccidiose:

Coccidiose is een oorzaak van diarree en groeivertraging bij de kalveren. Met behulp van microscopisch onderzoek van de mest kunnen we kijken of er eitjes van coccidiën in de mest zitten en de kalveren dus last hebben van coccidiose. De kalveren kunnen in de bek behandeld wordenmet Baycox.

Maagdarmwormen:

Weidend jongvee komt in aanraking met maagdarmwormen. Zo ontwikkelen zij weerstand tegen deze maagdarmwormen. Een maagdarmworminfectie veroorzaakt echter groeivertraging. Met behulp van microscopisch onderzoek van de mest kunnen we kijken of het jongvee een maagdarmwormen infectie doormaakt. Zo kunt u tijdig de maagdarmwormen bestrijden en de groeivertraging minimaliseren.

Longwormen:

Weidend jongvee komt in aanraking met longwormen. Als gevolg van een longworminfectie gaat het jongvee hoesten. Door middel van mestonderzoek kunnen we kijken of er longwormlarven in de mest aanwezig zijn. Zeker bij een longworminfectie is het erg belangrijk deze snel op te sporen en te bestrijden om schade aan de longen te voorkomen.

Leverbot:

Om te kijken of uw jongvee last heeft gehad van leverbot kunnen wij op de praktijk mest onderzoeken op leverboteieren. Hiervoor is een mengmestmonster met minimaal 10 gram mest benodigd.

Bloed:

Calcium en Magnesium:

Wanneer koeien niet of slecht reageren op een melkziekte infuus kan het calcium en het magnesium gehalte in het bloed bepaald worden om te zien of dit daadwerkelijk het probleem is.

Fosfor:

Sommige liggende koeien die niet goed vreten hebben een fosforttekort. Aan de hand van de bloeduitslag kunnen we bepalen of het toedienen Ppillen noodzakelijk is.

CPK:

Bij een liggende koe kan er sprake zijn van spierschade. Bij ernstige spierschade komen er veel spierenzymen (CPK) vrij in het bloed. De bepaling van de spierenzymen in het bloed kan helpen om een inschatting te maken van de ernst van de spierschade en zo ook van de kans op herstel van de koe.

Ontstekingsbeeld:

Bij koeien die het om onbekende reden niet goed produceren en eventueel koorts hebben kan het nuttig zijn om te kijken of er sprake is van een ontsteking. In het bloed wordt gekeken of er sprake is van een acute of een chronische ontsteking. Zo kan bepaald worden of een behandeling nodig is en nog zin heeft. Hiervoor bepalen we zowel het totaal eiwit als het albumine. Daarnaast kunnen we ook een bloedbeeldonderzoek uitvoeren.

Urine:

Om te weten of de magnesiumvoorziening van de droogstaande, en soms ook de melkgevende koeien voldoende is, kan urine van 5 dieren onderzocht worden. Het magnesiumgehalte in de urine wordt dan bepaald. Dit geeft een goed beeld van de magnesiumvoorziening.  

Biest:

De biestkwaliteit is van groot belang voor de weerstand van het kalf in de eerste levensdagen. Als de biestkwaliteit onvoldoende is, hebben de kalveren veel meer kans op diarree en longinfecties. Door middel van onderzoek van de biest kijken we of er voldoende afweerstoffen in zitten om het kalf een goede weerstand mee te geven.

Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Vaccinaties Rundvee

Vaccinaties Rundvee

Voor de preventieve aanpak van een aantal ziekten op uw rundveebedrijf, kunt u uw runderen laten vaccineren tegen:

Blauwtong:

Momenteel gezien de uitbraak van Blauwtong in Frankrijk weer zeer actueel! Blauwtong is een ziekte veroorzaakt door het blauwtongvirus, dat wordt overgebracht door knutten (hele kleine mugjes). U kunt uw runderen beschermen tegen blauwtong door vaccinatie. De basisenting bestaat uit 2 vaccinaties met minimaal 3 weken en maximaal 6 weken tussentijd. De basisenting kan vanaf 2–3  maanden leeftijd. Na de basisenting moeten de runderen binnen 365 dagen een hervaccinatie krijgen. Voor export van runderen vanuit Nederland is een goed uitgevoerde en geregistreerde vaccinatie tegen blauwtong vaak een vereiste. De dieren moet dan minimaal 6 weken vóór de dracht de basisenting gehad hebben, en dus al twee keer gevaccineerd zijn!

koe2

IBR:

IBR is een voorste luchtweginfectie met het IBR virus. Koeien hebben hoge koorts, bij een aantal dieren is snot te zien en drachtige dieren kunnen hun kalf verwerpen. Eénmaal besmet met het IBR virus is een rund levenslang besmet. De rest van de runderen kan preventief beschermd worden door te vaccineren met inactief IBR vaccin of actief IBR vaccin (levend vaccin).

BVD:

BVD is een virus dat de weerstand van runderen verlaagd. BVD dragende runderen zijn dieren die continu hun hele leven lang grote hoeveelheden BVD virus uitscheiden. Op deze manier besmetten ze voortdurend de dieren om hen heen. Deze dieren kunnen koorts krijgen, snotteren en hoesten, diarree krijgen en uierontsteking. Met bloedonderzoek kunnen BVD- dragende runderen worden opgespoord. De aanpak van BVD bestaat naast het opsporen van de BVD dragers uit vaccinatie van de runderen ter bescherming tegen een BVD infectie.

Mastitis (Startvac):

Heeft u een mastitisprobleem op uw bedrijf en wordt dit veroorzaakt door Staphylococcus aureus, Coagulase-negatieve stafylokokken of coliformen (E.coli en/of Klebsiella)? Hiervoor bestaat er in Nederland één geregisteerd vaccin. Het vaccin zorgt er niet voor dat uw koeien geen mastitis meer krijgen, maar wel dat het aantal vermindert en dat de koeien "minder" ziek worden dan voorheen. Inmiddels gebruiken enkele veehouders binnen onze praktijk dit vaccin naar alle tevredenheid. Ze zien dat het aantal koeien met mastitis flink is verlaagd en dat de koeien die nog wel ziek worden er sneller weer bovenop komen. Voor een passend advies en vaccinatieschema kunt u contact opnemen met de praktijk. Ervaring Neutel

Kalverdiarree veroorzaakt door E.Coli, Rotavirus & Coronavirus:

Diarree bij kalveren is een veel voorkomend probleem met verschillende oorzaken. Door middel van goede hygiëne en goede biestvoorziening kunnen veel problemen voorkomen worden, maar vaccinatie van de drachtige koeien in of vlak voor de droogstand werkt goed om het probleem onder controle te krijgen. De gevaccineerde runderen zullen extra afweerstoffen tegen E.Coli, Rotavirus en Coronavirus aanmaken en de kwaliteit van de biest wordt zo verhoogd. Deze extra afweerstoffen kunnen uit de biest door het kalf worden opgenomen. Zo krijgt het kalf door opname van deze “superbiest” extra weerstand tegen diarree. De drachtige koeien moeten 3 tot 12 weken voor het afkalven één maal gevaccineerd worden.

Pinkengriep:

Pinkengriep is een luchtweginfectie voornamelijk bij kalveren, veroorzaakt door verschillende virussen. Daarnaast spelen bacteriën ook een rol bij pinkengriep. Jongvee kan door de infectie een groei-achterstand en zelfs een flinke longontsteking met longschade krijgen. Door twee keer te vaccineren met een tussentijd van 4 weken, kunt u het jongvee beschermen tegen pinkengriep. Naast vaccinatie is een frisse en tochtvrije huisvesting voor het jongvee zeer belangrijk bij de preventie van pinkengriep.

Longworm:

Weidend jongvee kan beschermd worden tegen een longworminfectie door middel van vaccinatie met geïnactiveerde longwormlarfjes. Dit is een middel dat in de bek wordt ingegeven. Met de meeste ontwormingsstrategieën tegen maagdarmwormen kan het jongvee toch nog een longworminfectie op-lopen, waardoor er schade aan de longen ontstaat. Het is ook niet zeker of de weerstandsopbouw dan goed gaat. Kalfjes vanaf zes weken oud kunnen twee keer gevaccineerd worden tegen longworm met een tussentijd van vier weken. Vanaf twee weken na de laatste vaccinatie kunnen de dieren de wei in. Vaccineren tegen longwormen garandeert een goede immuniteitsopbouw zonder ziekteverschijnselen.

Ringschurft/ Ringworm/ Ringvuur:

Ernstige ringschurft bij het jongvee veroorzaakt groeivertraging. Het jongvee kan ook door vaccinatie beschermd worden tegen ringschurft. Met een tussentijd van twee weken moeten de kalveren twee keer gevaccineerd worden om ze te beschermen tegen ringschurft.

Wat kunnen wij voor u betekenen?:

Bedrijfsspecifieke advisering rondom de vaccinaties op het melkveebedrijf:

  • Welke opties zijn er?
  • Welk vaccin past het beste op het bedrijf?
  • Welke dieren moeten allemaal gevaccineerd worden?
  • De praktische uitvoer + verslaglegging?
Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Actualiteit medicijnen & Nieuws

Actualiteit medicijnen & Nieuws

Op ceze pagina plaatsen wij nieuwtjes en actualiteiten rondom de medicijnen voor de landbouwhuisideren. Deze pagina kunnen onze veehouders dan ook beschouwen als aanvulling op hun bedrijfsspecifieke behandelplan (BBP). Het meest actuele staat bovenaan.

Pituisan "S" Pro Inj. (Oxytocin) (nov. 2017)

Momenteel is de Oxytocine-ject niet leverbaar. Om deze reden hebben wij Pituisan als vervanger op de plank staan.

  • REG NL 2113
  • Dosering: 1-5 ml.
    • Melk: 0 dagen
    • Vlees: 0 dagen

Engemycine: (november 2017)

Momenteel is Engemycine tijdelijk niet leverbaar, zowel de 100 als 250 ml verpakkingen zijn niet beschikbaar. Als vervanger kiezen wij op dit moment voor Oxymax. Deze is ook beschikbaar in de verpakkingen van 100 en 250 ml. Dit bericht kan daarmee gezien worden als wijziging op uw huidige Bedrijfsspecifieke Behandelplan.

  • REG NL 112077
  • Dosering: 1 ml / 20 kg lichaamsgewicht per dag gedurende 3-5 dagen.
    • Melk: 5 dagen
    • Vlees: 21 dagen

Amynin: (juli 2017)

Amynin dat wij als ondersteunend infuus inzetten was geruime tijd niet leverbaar. Inmiddels is deze literfles met gele inhoud weer beschikbaar. Ter ondersteuning kunnen wij dit infuus geven aan koeien met een leveraandoening, koeien die langdurig liggen, koeien die in shock zijn en verse koeien die het niet optimaal doen. Het infuus bevat diverse vitaminen en mineralen die de koe ondersteunen om er weer bovenop te komen.

Nieuwe Bolussen: (juni 2017)

In de afgelopen periode hebben wij de verschillende beschikbare bolussen met elkaar vergelen. Qua betere werkzaamheid schakelen wij over op nieuwe bolussen. Enkele bestaande bolussen zodoende gaan vervangen door nieuwe.

  • De A-Pill (was al een poosje niet meer leverbaar) wordt vervangen door de C for Acidose.
  • De E-Pill wordt vervangen door de C for Energie
  • De P-Pill wordt vervangen door de C for Phos

Overige bolussen / drenchpoeders:

  • Mag40: Om melkziekte als gevolg van een Magnesium tekort te voorkomen hebben wij de Mag40 bolussen beschikbaar. Toediening van 2 bolussen vindt plaats 2 weken voor de te verwachten kalfdatum.
  • Bovikalc: ter preventie en nabehandeling van melkziekte!
  • Fertiplus Boli: voor toepassing bij jongvee (al dan niet in combinatie met weidegang) en droge koeien.
  • Drench lact: Poeder dat toe te passen is wanneer u ter ondersteuning een koe gaat drenchen. Dit poeder bevat Kalium, Natrium, Calcium, Fosfor en Magnesium.
  • Bovi C3: herkauwpoeder
  • Fyto-stoppoeder: Poeder met daarin looistoffen, zodat de mest dikker wordt.
  • Poeder no. 3: Aanvullend dieetvoeder voor runderen en paarden ter stimulering van de darmwerking en ter bevordering van de maag-darmpassage

Hemo 15: (mei 2017)

Hemo-15 is momenteel weer beschikbaar gekomen. Daarnaast zijn de Amynin ondersteunende infusen ook weer beschikbaar voor ons als dierenartsen.

Transitie: (februari 2017)

Tijdens onze jaarlijkse avond voor de rundveehouders is uitgebreid stilgestaan bij de transitieperiode. Om risicokoeien te ondersteunen in de opstart hebben wij de volgende 2 diergeneesmiddelen beschikbaar:

Kexxtone:

  • REG NL 110814
  • Dosering: eenmalig 1 bolus per dier bij risicodieren (BCS > 4,5 / > 4 mnd droog) 3-4 weken voor afkalven
  • Wachttijd:
    • Melk: 0 uur
    • Vlees: 0 dagen

Imrestor:

  • REG NL 116247
  • Dosering: 2 injecties, waarvan de eerste op 7 dagen voor de verwachte kalfdatum en de tweede binnen 24 uur na afkalven.
  • Wachttijd:
    • Melk: 0 uur
    • Vlees: 0 dagen

Voor meer informatie neem dan contact met ons op.

Nieuw BGP & BBP:

Ter voorbereiding op de jaarlijkse update van het BGP & BBP vindt u hierbij de Veehouder invulversie BGP kengetallen 2017. Door deze kengetallen alvast op te zoeken en in te vullen kunnen wij sneller en effectiever het BGP gezamenlijk met u doorlopen. De focus ligt wat ons beteft echt op de punten die u dit komende jaar wilt gaan verbeteren of waar u mee aan de slag wilt.

Orbenin Lactation (januari 2017):

Vanaf heden hebben een eerste keuze antibiotica voor de behandeing van uierontsteking veroorzaakt door stafylokokken en streptokokken. Omdat de behandelingsduur van deze injector met 6 dagen vrij lang is kan deze injector ook prima ingezet worden voor de behandeling van celgetalkoeien.  

  • REG NL 116383
  • Dosering: iedere 48 uur (3 injectoren per behandeling)
  • Wachttijd:
    • Melk: 96 uur
    • Vlees: 7 dagen

Albiotic Formula & Dexamedium (augustus 2016):

Albiotic formula is tijdelijk niet leverbaar en ook Dexamedium is wederom tijdelijk niet leverbaar.

Eprecis (augustus 2016):

Voor de behandeling van maagdarm- en longwormen hebben voor melkgevende dieren inmiddels ook een injectiepreparaaat. Voordeel van een injectie is dat je goed kunt doseren, de werking sneller is en het niet uitmaakt of het regent of niet.

  • REG NL 115008
  • Dosering: 1 ml per 100 kg LG
  • Wachttijd:
    • Melk: 0 uur
    • Vlees: 63 dagen

Biodyl & Hemo-15:

Biodyl is weer leverbaar. Weliswaar in een Letse verpakking, maar het is er weer. Hemo-15 is nog steeds niet leverbaar en de vraag is of dit nog weer terug zal keren. Voor Hemo-15 is Multivitmin Injection (RegNL 2727) de vervanger. Voor vragen over de toepassing en dosering kunt u bellen en/of de bijsluiter raadplegen.

Dexamedium (maart 2016):

Dexamedium is weer leverbaar. 

Albiotic Formula (jan. 2016):

Naast de Avuloxil, Ubrolexin, Curaclox en Mastiplan hebben we ervoor gekozen om Albiotic weer op de plank te zetten, vanwege het feit dat in dit middel antibiotica zitten met een ander werkingsmechanisme.

  • REG NL 9210
  • Dosering: iedere 12 uur gedurende 1,5 dag (3 injectoren per behandeling)
  • Wachttijd:
    • Melk: 84 uur (3,5 dag) na de laatste toediening
    • Vlees: 1 dagen na de laatste toediening

Leveringsproblemen: (jan. 2016)

  • Voreen nog niet leverbaar --> vervanger Dexaject
  • Dexamedium nog niet leverbaar--> vervanger Dexaject
  • Engemycine tijdelijk niet leverbaar --> vervanger Oxymax

Oxymax:

  • REG NL 112077
  • Dosering: 1 ml product per 20 kg lichaamsgewicht per dag, gedurende 3–5 dagen
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 5 dagen na de laatste toediening
    • Vlees: 21 dagen na de laatste toediening

Mastiplan LC (nov. 2015):

Er is een nieuwe geregistreerde uierinjector (Mastiplan LC) voor klinische mastitis op de markt gekomen. Naast antibiotica bevat deze injector, prednisolon dat de ontsteking remt en zwelling tegengaat.

  • REG NL 116643
  • Dosering: iedere 12 uur gedurende 2 dagen (4 injectoren per behandeling)
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 5,5 dagen (132 uur)
    • Vlees: 4 dagen

Procapen (evt. vervanger voor Depocilline):

Vanwege de verlengde wachttijd voor de melk van Depocilline hebben wij een vervanger op de plank staan. 

  • REG NL 102321
  • Dosering: 1 ml product per 15 kg lichaamsgewicht per dag, gedurende 3 dagen
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 6 dagen
    • Vlees: 14 dagen

Depocilline aanpassing wachttijden (okt. 2015):

  • Melk: 11 dagen (was 4 dagen)
  • Vlees: 5 dagen(was 7 dagen)

Mamyzin weer leverbaar:

  • REG NL 8652
  • Dosering: 10 gram poeder oplossen in 30 ml vloeistof. Deze 30 ml oplossing in de spier spuiten 1 x daags gedurende 3 dagen.
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 4 dagen na de laatste toediening
    • Vlees: 10 dagen na de laatste toediening

Dexa-ject (mei 2015):

Zowel de Voreen en de Dexamedium zijn momenteel niet leverbaar. Als vervanger kunt u Dexa-ject inzetten. Deze mail fungeert daarmee als wijziging op uw huidige bedrijfsbehandelplan (BBP).

  • REG NL 112615
  • Dosering: éénmalig 1,5 ml per 50 kg lichaamsgewicht in de spier
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 3 dagen
    • Vlees: 8 dagen

Dexamedium (juni 2014):

Als alternatief voor het niet leverbaar zijn van Voreen hebben wij Dexamedium op de plank staan.

  • REG NL 9458
  • Dosering: éénmalig 2 ml per 100 kg lichaamsgewicht in de spier
  • Wachttijd (dagen):
    • Melk: 3 dagen
    • Vlees: 30 dagen

Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Bedrijfsbegeleiding

Bedrijfsbegeleiding

Rundvee paginaVeel melkveehouders kiezen tegenwoordig voor een vorm van bedrijfsbegeleiding door de dierenarts. Bedrijfsbegeleiding is voor elke veehouder anders en kan op vele manieren worden ingevuld. U kunt bij ons in een vast schema komen, bijvoorbeeld 1x per 6 weken, 1x per 4 weken, 1x per 2 weken of zelfs 1x per week. Door middel van bedrijfsbegeleiding verschuift het werk voor ons als rundveedierenartsen steeds meer van de curatieve naar de preventieve kant. "Want een zieke koe beter maken is één ding, voorkomen dat ze ziek wordt is nog leuker"! Samen met u als melkveehouder willen wij zorg dragen voor een betere diergezondheid, beter dierwelzijn en daarmee ook een beter welzijn voor u (de veehouder) zelf. Dat laatste is voor ieder van u weer anders. Dit varieert van de beste technische resultaten tot de laagste kostprijs en van optimale dierverzorging tot zoveel mogelijk werkplezier. Iedere veehouder streeft naar zijn eigen ideale mix en wij hopen u daarmee van dienst te kunnen zijn!

Onderwerpen bedrijfsbegeleiding:

Tijdens de bedrijfsbegeleiding worden diverse onderwerpen belicht afhankelijk van de vraag, te denk valt aan:

Handelingen die we verder tijdens de bedrijfsbegeleiding uitvoeren zijn: het onthoornen van kalfjes, toedienen van verschillende soorten vaccinaties en de behandeling van de op dat moment zieke koeien. Tevens kijken we naar koe- en koppelsignalen in zijn algmeenheid. Dat wil zeggen hoe zien de koeien er uit (voldoende gevuld, geen beschadigingen, lopen de koeien kreupel etc.)? Hoe is de vertering van het voer (mestscores etc.) Hoe gaat het met de jongveeopfok etc.?

Technische analyses:

Uitgebreidere analyses kunnen we uitvoeren met behulp van de melkcontrolegegevens uit Pir-DAP., managementinformatie uit Uniform-Agri, CowVision & Veemanager. Maakt u gebruik van een melkrobot, ook daar kunnen wij u van dienst zijn. Als voorbeeld de uiergezondheid: hierbij maken we veelvuldig gebruik van de droogzetevaluatie en met behulp van een overzicht van de hoogcelgetal koeien. Daarnaast baseren we veel advies op basis eigen onderzoek in ons eigen laboratorium. Voor inzendformulieren klikt u hier.

KoeKompas:

Steeds meer melkveehouders maken gebruik van het KoeKompas. Dit is een risico-inventarisatie van uw bedrijf, waarbij verschillende punten bekeken en beoordeeld worden. Op Zuivelplatform vindt u meer informatie over het nut van een KoeKompas en de praktische uitvoer daarvan. Als praktijk denken we dat KoeKompas een goed instrument is om de verbeterpunten op uw bedrijf vast te stellen. Aan de hand van deze verbeterpunten kunnen gerichte stappen gezet worden om uw bedrijfsvoering te verbeteren en daarmee uw werkplezier, inkomsten, diergezondheid etc. te bevorderen!

Gepubliceerd in Rundvee Lees meer...
Pagina 3 van 3

Even voorstellen

Dierenarts Margrit Terpstra-Meinen

Dierenarts Margrit Terpstra-Meinen Margrit is in 2005 afgestudeerd en heeft daarna eerst 1,5 jaar in een praktijk in Overijssel gewerkt. Hierna is ze vertrokken naar het hoge Noorden en werkt sinds 2007 met veel plezier in Winsum. Rundvee en schapen beslaan het grootste gedeelte van haar tijd, met als speciale interesse uiergezondheid en…

Adresgegevens

Hoofdlocatie Winsum
Lombok 27
9951 SC Winsum (Groningen)

Dependance Leens
Valge 1
9965 PD Leens