Per 1 april zijn wij op zaterdagen gesloten.

T

Lees informatie over teken, thuiskomst na een dierenartsbezoek en toxoplasmose.

  • Teken
  • Thuiskomst na een dierenartsbezoek
  • Toxoplasmose

Teken

Teken

Er komen steeds meer teken voor in Nederland, het gaat hier voornamelijk om de Ixodes ricinus teek. Ook is er een nieuwe teek in Nederland die eerder alleen rond het Middellandse Zee gebied voorkwam: de Dermacentor teek. Teken kunnen onder meer de ziekte van Lyme, Ehrlichiose en Babesiose overbrengen. Van de ziekte van Lyme ondervinden honden en katten veel minder en mildere klachten dan mensen, Babesiose daarentegen is een dodelijke aandoening. Beschermen tegen teken kan op verschillende manieren.

Inleiding

Ieder voorjaar dienen ze zich weer aan: de teken. Teken komen voor in het bos, in struiken, heide en lang gras. Als er een zoogdier, bijvoorbeeld een hond, kat of mens, langsloopt, springen ze hierop. Vervolgens ketenen ze zich vast in de huid en gaan langzaam bloed zuigen. De teek zwelt hierdoor op van 0,1 cm tot wel 1 cm groot. Tijdens dit bloed zuigen kan de teek verschillende gevaarlijke ziekten overbrengen.

Tekensoorten

Ixodes ricinus: ook wel de ‘normale’ Nederlandse teek of schapenteek genoemd. Deze teek brengt o.a. de ziekte van Lyme over.

Dermacentor reticulates: kwam tot voor kort alleen rond het Middellandse Zee gebied voor, want de teek kan alleen maar overleven bij warme winters. Tegenwoordig ook in Nederland aangetroffen. Deze teek brengt o.a. de ziekte Babesiose over.

Overdraagbare ziekten

  • Ziekte van Lyme: wordt veroorzaakt door de parasiet Borrelia burgdorferi die leeft in de teek Ixodes ricinus. De parasiet tast het zenuwstelsel, het hart en de gewrichten aan. Als ziektesymptomen zien we daardoor koorts, wisselende kreupelheid, gewrichtszwelling, opgezette lymfeknopen, verminderde eetlust, lusteloosheid en nierfalen.
  • Ehrlichiose: wordt veroorzaakt door de parasiet Ehrlichia canis. Deze parasiet kan door verschillende teken worden overgebracht en gaat in de witte bloedcellen zitten. Als ziektesymptomen zien we koorts, verminderde eetlust, gewichtsverlies, opgezette lymfeknopen en bloedingen.
  • Babesiose: wordt veroorzaakt door de parasiet Babesia canis die leeft in de teek Dermacentor reticulates. De parasiet nestelt zich in de rode bloedcellen, waardoor het lichaam deze rode bloedcellen als lichaamsvreemd gaat zien en ze kapot maakt. Als ziektesymptomen zien we bloedarmoede (wat zich uit in sloomheid en bleke slijmvliezen), koorts en rood/bruin gekleurde urine.
  • Overig: Anaplasma, Ricketsia en nog vele andere parasieten. Deze parasieten veroorzaken voornamelijk erg vage klachten zoals sloomheid, milde kreupelheid, iets verminderde eetlust etc.

Diagnose

Via bloedonderzoek kan een besmetting met één van bovenstaande ziekten aangetoond worden. Echter moet wel goed bedacht worden dat een besmetting niet automatisch tot klachten leidt en daardoor een positieve bloedtest niet altijd de verklaring van de klachten geeft.

Behandeling

De behandeling bestaat uit een antibioticum-kuur, maar leidt niet altijd tot volledige genezing.

Preventie

Teken vormen een serieus gevaar, dus een goede tekenbestrijding is sterk aan te raden. U kunt hierbij zelf veel doen. Controleer uw hond of kat regelmatig op teken, bijvoorbeeld met een kammetje. Mocht u een teek vinden, verwijder deze dan zo snel mogelijk. Dit is het handigst te doen met een speciale tekentang of -pincet. Niet van te voren de teek met alcohol ‘verdoven’, de teek zal dan juist de ziektekiemen, die hij eventueel bij zich draagt, in de hond of kat overbrengen via z’n speeksel. Nadat de teek verwijderd is, is het wèl verstandig om het wondje te ontsmetten met alcohol.

Er zijn veel anti-tekenmiddelen op de markt. Laat u goed informeren over de werking van de verschillende middelen. Zo bestaan er druppels voor in de nek of speciale tekenbanden. Vaak werken anti-tekenmiddelen ook tegen andere parasieten zoals vlooien of zandvliegjes.

Thuiskomst na een dierenartsbezoek

Thuiskomst na een dierenartsbezoek

Na een bezoek van de kat aan de dierenarts of na opname in de dierenkliniek kan er bij thuiskomst een probleem ontstaan met de thuisgebleven kat(ten).

Katten zijn erg gevoelig voor geurtjes. Een kat die opeens even een andere geur heeft (bezoek aan dierenarts) kan door zijn kathuisgenoten opeens niet meer herkend worden. De thuisgebleven kat ruikt opeens een vreemde kat en kan zich dan agressief tegen deze huisgenoot gaan gedragen.

Een paar suggesties om deze situatie te voorkomen

  • Laat de kat bij thuiskomt eerst even in het mandje zitten en kijk hoe de andere kat(ten) erop reageren. Als de anderen rustig en normaal reageren, kan u het kattenmandje openen en kan de kat eruit komen.
  • Als de andere katten zich gespannen of agressief gedragen, kunt u beter eerst de kat in zijn mandje in een andere kamer zetten. Laat de kat uit zijn mandje en zet eten, drinken en een kattenbak neer. Laat de kat 24 uur in deze ruimte zodat de kat zijn normale geur weer terugkrijgt. Introduceer nu de kat weer in de groep. Meestal geeft het nu geen problemen meer met de andere katten. Mocht dat wel het geval zijn dan kunt u de kat nogmaals een dagje apart zetten.
  • Het gebruik van Feliway (synthetische feromonen) kan de herintroductie ook vergemakkelijken. Feromonen zijn lichaamseigen chemische substanties die door het dier worden uitgescheiden en verspreid om hun terrein af te bakenen en te communiceren met soortgenoten. De kat bedient zich van deze gezichtsferomonen om vertrouwd te raken met de omgeving. De met deze feromonen gemerkte plekken en objecten worden door de kat herkend als geruststellend en bekend. De feromonen worden verspreid door het wrijven met de kop, vanaf de kin tot aan de oren. Feliway vermindert of voorkomt uitingen van stress bij katten. Feliway is verkrijgbaar als spray of als verdamper voor in het stopcontact
  • Blijven de problemen met de andere katten bestaan, dan kunt u beter contact opnemen met uw dierenarts.

Toxoplasmose

Toxoplasmose

Komt toxoplasmose veel voor bij mensen?

Hoe vaak mensen geïnfecteerd raken met T. gondii is afhankelijk van het land. In Nederland raakt ongeveer 70 tot 80 procent van de mensen op enige moment in hun leven geïnfecteerd. Mensen die besmet zijn met T. gondii bouwen afweerstoffen op, die beschermen tegen een volgende infectie.

Wat zijn de symptomen en risico’s van toxoplasmose?
Gezonde mensen, met een goed functionerend immuunsysteem, hebben nauwelijks of helemaal geen last van een besmetting met toxoplasmose. Eventuele klachten die op kunnen treden zijn koorts en opgezette lymfeklieren. Deze klachten worden vaak gekoppeld aan andere ziekten, zoals de griep, waardoor het niet duidelijk is dat het om toxoplasmose gaat.

Bij “hoog-risico” groepen kan een besmetting met toxoplasmose wel gevaarlijk zijn. Hoog-risico groepen zijn:

  • Ongeboren kinderen
  • Baby’s en jonge kinderen
  • Hoogbejaarden
  • Zwangere vrouwen (vanwege het risico voor hun ongeboren kind)
  • Mensen met een verminderd afweersysteem. Bijvoorbeeld mensen die chemotherapie krijgen, mensen met HIV/AIDS en mensen die een orgaantransplantatie gehad hebben en behandeld worden, waarbij het afweersysteem onderdrukt wordt om orgaanafstoting te voorkomen.

In deze hoog-risico groep mensen kan een infectie met T. gondii leiden tot onder andere hersenontsteking, abortus, een doodgeboren kind, ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind en andere problemen die in verband staan met het zenuwstelsel en de ogen.

Zwangerschap en toxoplasmose

Toxoplasmose is zeer risicovol bij zwangere vrouwen. Wanneer een vrouw tijdens haar zwangerschap voor het eerst besmet wordt met T. gondii, is er een kans van ongeveer 20 tot 50 procent dat het ongeboren kind ook besmet raakt. De parasiet kan dan via de placenta bij het kind komen. Dit kan leiden tot een miskraam, of het kindje kan ernstige hersen- en/of oogafwijkingen ontwikkelen. De effecten van een dergelijke infectie zijn het ernstigst wanneer de infectie plaatsvindt tussen maand twee en maand zes van de zwangerschap.

Wanneer een vrouw al eerder in haar leven geïnfecteerd is met T. gondii, heeft zij al afweerstoffen opgebouwd. In dat geval is er geen risico meer dat tijdens een zwangerschap het ongeboren kind besmet raakt.

Hoe kunt u besmet raken met T. gondii?

De meeste mensen worden besmet door niet goed doorbakken besmet vlees te eten. Daarnaast kan besmetting plaatsvinden door grondcontact (tuinieren, recreëren, onvoldoende gewassen groente en fruit uit eigen tuin). Tenslotte is besmetting ook mogelijk via de ontlasting van een besmette kat. Deze kans op dit laatste is echter zeer klein.

Via besmet vlees
Tussengastheren, zoals knaagdieren, vogels, schapen, varkens en koeien, kunnen besmet raken met T. gondii door inname van de infectieuze eitjes. In tegenstelling tot bij katten scheiden deze tussengastheren geen eitjes uit. Het lichaam van deze tussengastheren kan echter wel levenslang geïnfecteerd blijven, waardoor uiteindelijk vlees voor consumptie ook besmet kan zijn. Door het eten van dergelijk besmet vlees kan een mens of dier besmet raken. Het grootste risico op besmetting is er bij niet goed doorbakken vers vlees. Vlees dat een aantal dagen ingevroren is geweest is minder risicovol.

Voor vrouwen die zwanger zijn is het heel belangrijk om tijdens de zwangerschap geen rauw of halfrauw vlees te eten. Verhit al het vlees door en door! Ook rauwe vleesproducten, zoals bijvoorbeeld filet americain, ossenworst, rosbief, rauwe ham en salami zijn risicovol.

Via de grond
Katten scheiden eitjes van T. gondii uit. Deze eitjes kunnen zeer lang overleven, onder bepaalde omstandigheden tot langer dan een jaar. Ze blijven al die tijd besmettelijk. De omgeving kan via de ontlasting van een kat besmet worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een tuin, zandbak of andere plaats waar kattenontlasting terecht kan komen.

Omdat de eitjes zeer lang kunnen overleven, kan het voorkomen dat de ontlasting allang niet meer zichtbaar aanwezig is, maar de grond nog wel degelijk besmet is.  Het is daarom belangrijk om handschoenen te dragen wanneer u in de tuin werkt. Groenten en fruit moet ook altijd eerst goed worden gewassen, voordat u dit gaat eten.

Via de ontlasting van een kat
Katachtigen zijn gastheer voor T. gondii. Dat betekent dat deze parasiet zich in katten kan vermeerderen en door katten verder verspreid kan worden. Nadat een kat besmet is geraakt met deze parasiet, kan T. gondii via de ontlasting van de kat overgedragen worden naar bijna alle andere soorten warmbloedige dieren en dus ook naar de mens.

Geschat wordt dat 20 tot 60 procent van de katten antistoffen heeft tegen T. gondii. Hoewel dus behoorlijk veel katten besmet zijn geweest, scheidt minder dan 1% van de katten ook eitjes uit. Dit komt, omdat katten over het algemeen alleen bij hun eerste besmetting met T. gondii eitjes uitscheiden en dit slechts 14 dagen doen. Daarna zijn ze ook ongevoelig voor de infectie geworden.

Katten worden over het algemeen met T. gondii besmet doordat zij andere besmette dieren eten, zoals knaagdieren en vogels. Besmetting is ook mogelijk wanneer een eigenaar zijn kat rauw of onvoldoende verwarmd vlees voert. De meeste katten raken voor het eerst besmet wanneer ze ongeveer een half jaar oud zijn en hun eerste (besmette) prooidier hebben gegeten.

Na inname verspreidt en vermeerdert T. gondii zich in de kat. Hierbij worden er eitjes gevormd. Katten die voor het eerst besmet worden met T. gondii beginnen meestal tussen de drie en tien dagen na besmetting de eitjes van de parasiet uit te scheiden. Dit duurt ongeveer tien tot veertien dagen. In die tijd worden miljoenen eitjes geproduceerd. Deze komen terecht in de uitwerpselen van de kat. Uiteindelijk heeft  de kat voldoende weerstand opgebouwd en stopt de uitscheiding van de eitjes. De parasiet blijft dan wel in de kat aanwezig, maar in een “stille vorm”. Bij katten die weerstand hebben opgebouwd, is het zeer zeldzaam dat zij later in hun leven opnieuw eitjes van de parasiet verspreiden. Wanneer dit toch gebeurt, gaat het meestal om veel kleinere aantallen eitjes.

De eitjes die via de ontlasting van de kat verspreid worden zijn niet meteen besmettelijk. Eerst moeten deze eitjes zich verder ontwikkelen om infectieus te worden. Dit vindt meestal plaats tussen één en vijf dagen na uitscheiding van de eitjes via de ontlasting. De infectieuze eitjes  zijn vervolgens wel besmettelijk voor dieren en mensen.

Eitjes kunnen zeer lang overleven, onder bepaalde omstandigheden tot langer dan een jaar. Ze blijven dan ook besmettelijk. Het is mogelijk om door die eitjes besmet te raken via de kattenbak die dagen niet verschoond is,en via de omgeving, op plaatsen die besmet zijn geraakt nadat er kattenontlasting terecht is gekomen.

Andere infectieroutes
Voorbeelden van andere infectieroutes zijn inname van eitjes door contact met besmet water en inname van rauwe (ongepasteuriseerde) geitenmelk. Tot slot is het mogelijk besmet te raken door het inademen van “sporen” die zich op stofdeeltjes bevinden. Dit laatste is extreem zeldzaam.

Hoe kunt u het risico van toxoplasmose besmetting verkleinen?

Toxoplasmose is met name voor “hoog-risico groepen” erg schadelijk. Het risico op een besmetting kan verkleind worden door de volgende adviezen te volgen:

Kat
Houd uw kat binnen om te voorkomen dat deze gaat jagen en daarbij besmette vogels of muizen vangt. Zo verkleint u de kans dat uw kat geïnfecteerd wordt door T. gondii.

Voer alleen goed gekookt of commercieel verkrijgbaar eten aan uw kat. Uw kat loopt een verhoogd risico op een toxoplasmose infectie door rauw vlees te voeren. Hierdoor heeft u zelf ook weer een verhoogd risico dat u via uw kat besmet raakt met toxoplasmose.

Wanneer u contact heeft gehad met een kat, is het verstandig om daarna uw handen te wassen, zeker voor het eten. Als uw kat in het verleden al een keer besmet is geweest, dan zal uw kat nu zo goed als zeker geen bron van infectie meer kunnen zijn. Katten scheiden meestal maar eenmaal in hun leven, bij de eerste besmetting, besmette eitjes uit.

Keuken
Draag handschoenen wanneer u met levensmiddelen (zoals groente, fruit en rauw vlees) in aanraking komt. Was uw handen altijd grondig wanneer u klaar bent.

Was groente en fruit goed schoon voordat u dit gaat eten. Op die manier verwijdert u eventuele besmette eitjes op de oppervlakte.

Alle keukenoppervlakken en keukengereedschappen moeten na gebruik schoongemaakt worden met afwasmiddel en warm water om zo eventuele besmettingen door rauw vlees of ongewassen groente te voorkomen.

Zorg dat al het vlees tot minimaal 70 graden Celsius verhit wordt om eventuele besmetting door besmet vlees te voorkomen. Verwarmen met de magnetron is géén veilige manier, omdat dit zorgt voor een onregelmatige verhitting. T. gondii sporen kunnen nog jaren besmettelijk blijven wanneer ze in de koelkast terecht komen.

Tuin
Bedek de zandbak van uw kind om te voorkomen dat katten deze als kattenbak gebruiken. Draag handschoenen wanneer u in de tuin werkt en was uw handen na contact met grond altijd grondig. Er kan ontlasting van katten aanwezig zijn en grond kan besmette sporen bevatten.

Kattenbak
Mensen die tot de hoog-risico groepen behoren kunnen voor alle zekerheid beter geen contact hebben met de kattenbak. Indien mogelijk moeten kattenbakken dagelijks schoongemaakt worden door mensen die niet zwanger zijn en met een goed werkend immuunsysteem.

Draag handschoenen bij het schoonmaken van de kattenbak en was uw handen grondig nadat u de kattenbak schoongemaakt hebt.

Maak kattenbakken dagelijks schoon. Op die manier hebben eventuele eitjes in de kattenbak onvoldoende tijd om infectieus te worden.

Maak de kattenbak regelmatig schoon met desinfecterend middel en kokend water. Vul bijvoorbeeld de kattenbak met kokend water en laat dit vervolgens vijf tot tien minuten staan voordat u het water er weer uit giet.

Gooi kattenbakvulling eerst in een plastic zak en sluit deze goed af, voordat u de vulling weggooit in de vuilnisbak. Gooi kattenbakvulling en ontlasting van uw kat niet in de groenbak, omdat eventuele eitjes van Toxoplasma, maar ook van spoelwormen het composteringsproces kunnen overleven.

Symptomen van toxoplasmose bij de kat

De meeste katten hebben, net als de meeste mensen, geen last van een besmetting met T. gondii. Katten die wel klachten krijgen, kunnen last hebben van algemene klachten, zoals koorts, verminderde eetlust, gewichtsverlies en lusteloosheid. Ook benauwdheid en oogproblemen komen voor. Andere, minder voorkomende klachten bij de kat zijn overgeven, diarree, neurologische klachten, opgezette lymfeklieren, geelzucht en spierpijn.

Infectie bij een drachtige kat kan zorgen voor miskramen, abortus, doodgeboren kittens en sterfte van net geboren kittens. Ook kunnen geboren kittens ernstige afwijkingen vertonen.

Bron: LICG

Terug naar Katten informatie