Per 1 april zijn wij op zaterdagen gesloten.

B

Lees meer informatie over een baarmoederontsteking bij de hond, Babesiose, baby op komst, beweging bij pups, bewegingstherapie, bijsluiters, bijtende honden, blauwalg vergiftiging bij de hond, bloeddrukmeting, bloedonderzoek, botulisme, braken en diarree en bultje bij de hond.

  • Baarmoederontsteking bij de hond
  • Babesiose
  • Baby op komst
  • Beweging bij pups
  • Bewegingstherapie
  • Bijsluiters
  • Bijtende honden
  • Blauwalg vergiftiging bij de hond
  • Bloeddrukmeting
  • Bloedonderzoek
  • Botulisme
  • Braken en diarree
  • Bultje bij de hond

Baarmoederontsteking bij de hond

Baarmoederontsteking bij de hond

Een baarmoederontsteking kan optreden na de loopsheid, na een bevalling maar ook op andere momenten. Bacteriën hebben kans gekregen in de baarmoeder te komen en daar een ontsteking te veroorzaken waarbij pus gevormd wordt. De hond wordt slomer en gaat vaak meer drinken en plassen. De enige juiste therapie is de baarmoeder en eierstokken operatief te verwijderen.

Wat betekent ‘loops zijn’?

De meeste honden worden twee keer per jaar loops. Bij sommige rassen is de tijd tussen twee loopsheden soms wat langer. De eierstokken van de hond gaan, zodra de hond volwassen wordt, hormonen produceren. Onder invloed van deze hormonen gaan het slijmvlies van de baarmoeder en de vagina opzetten. Het slijmvlies wordt sterker doorbloed en er wordt vocht vast gehouden door de cellen daar. Dit heeft tot gevolg dat niet alleen de vulva en vagina gaan opzetten maar ook het slijmvlies aan de binnenzijde van de baarmoeder. Hier komt een beetje vocht en bloed bij vrij en dit geeft de bloederige uitvloeiing bij een loopse teef. De baarmoeder is klaar om eventuele bevruchte eitjes te ontvangen. Wordt de teef niet gedekt of slaat de dekking niet aan dan zakt de zwelling langzamerhand af en komt het slijmvlies weer tot rust.

Wat gaat er mis bij een baarmoederontsteking?

Soms gebeurt het dat bacteriën kans zien de baarmoeder binnen te dringen. Net na de loopsheid is een ideaal moment daarvoor. Ook na een bevalling kan een baarmoederontsteking ontstaan. De baarmoedermond staat vaak nog een beetje open en vaak is er nog een beetje vocht aanwezig, kortom een ideale voedingsbodem voor de bacteriën om zich te vermenigvuldigen. Als het lichaam geen kans ziet deze bacteriën op tijd onschadelijk te maken, ontstaat er een ontsteking in de baarmoeder en uiteindelijk vult de baarmoeder zich dan met pus.

Symptomen

Meestal zal de hond wat slomer zijn. Dit betekent dat de hond minder speels en sneller moe is. Vaak heeft zij ook minder eetlust. Wat vooral opvalt is dat de hond meer zal gaan drinken en dus ook meer zal plassen. Als de baarmoedermond open staat zal er een gelige tot donkerbruine uitvloeiing uit de vulva komen. Is de baarmoedermond dicht dan zien we dat natuurlijk niet. Om een baarmoederontsteking vast te stellen, wordt een bloedonderzoek gedaan en een röntgenfoto of echo gemaakt.

Therapie

Er is eigenlijk maar één goede therapie en dat is zo snel mogelijk de baarmoeder operatief verwijderen. Wordt er geen therapie ingesteld dan zal de hond zichzelf op den duur gaan vergiftigen door de gifstoffen die in de baarmoeder geproduceerd worden. Ook een antibiotica kuur zal de verschijnselen maar tijdelijk onderdrukken.

Babesiose

Babesiose

Babesiose is een infectie die wordt overgedragen door teken. Katten zijn niet gevoelig voor deze infectie. Een hond kan de ziekte ontwikkelen nadat een besmette teek gedurende twee tot drie dagen bloed heeft gezogen. Dit kan na vier tot zeven dagen ziekteverschijnselen geven. De klachten zijn in eerste instantie vaag: de hond is slomer, eet minder graag en heeft vaak koorts. Na enkele dagen ontstaan verschijnselen zoals bloedarmoede, geelzucht en de typische (rood)bruin verkleurde urine.

Baby op komst

Baby op komst

Vaak is de hond er eerst en komt de baby er later bij. Dit kan problemen opleveren als uw hond de baby als indringer ervaart. Daarom is het verstandig om uw hond al van te voren te laten wennen aan de nieuwe situatie. Dat kan op meerdere manieren.

Als u een pup aanschaft, is het verstandig de hond van jongs af aan te laten wennen aan kinderen. Neem de pup mee naar een schoolplein, zodat hij kan wennen aan het lawaai en de drukte van spelende kinderen. De pup leert dan ook dat kinderen die op hem af rennen en hem gelijk willen aaien niet bedreigend zijn. Ook als u een volwassen dier uit het asiel haalt, is het goed om te kijken hoe de hond op kinderen reageert en eenmaal in huis kunt u gaan oefenen met het laten wennen aan de aanwezigheid van kinderen.

Als er een baby op komst is, probeer dan een beetje in te schatten hoe uw nieuwe dagindeling gaat worden en probeer de dagelijkse routine voor de hond hier al vast aan aan te passen.

Zorg ruim voor de komst van de baby dat er een veilige plek is waar de hond zich ongestoord kan terugtrekken. Wen de hond er ook aan dat hij daar opgesloten kan worden (bijvoorbeeld een bench). Oefen extra met de commando’s die uw hond kent, zodat u de hond goed onder controle heeft.

Wanneer de baby er eenmaal is, laat de hond dan eerst ruiken aan kleertjes van de baby zodat de hond vertrouwd is met de geur. Laat de hond vervolgens kennis maken met de baby op een rustig moment. Zorg ervoor dat er iemand bij is die de hond kan weghalen. Observeer goed hoe de hond reageert op de baby en verwijder de hond uit de buurt van de baby bij de geringste aanwijzing van agressie.

Maar bekijk de nieuwe situatie ook eens vanuit het standpunt van de hond. Opeens gaat alle aandacht en tijd naar de baby. Als de baby slaapt, is er tijd voor de hond, in de logica van de hond is de baby dus negatief, baby bij baasje, geen aandacht voor hond. Probeer daarom ook aandacht aan de hond te schenken als de baby actief en aanwezig is. Als de baby slaapt, laat dan de hond ook met rust.

De grootste oorzaak van bijtincidenten door honden bij kinderen is angstagressie. Als kinderen gaan kruipen, is het belangrijk dat de hond een plek heeft waar hij weg kan ‘vluchten’. Dat moet geen hoek zijn of de ruimte onder een afgesloten trap, maar een veilig onderkomen.

Als het kind eenmaal ouder wordt, kun je het kind leren om goed met honden om te gaan. Niet alle honden houden ervan om door een kind meteen ‘omhelst’ te worden. Laat eventueel foto’s zien van honden met een agressieve en met een relaxte houding en vertel erbij welke honden het kind wel en niet kan benaderen.

Tot slot: laat de hond nooit alleen met baby’s en kleine kinderen. Al vertrouwt u de hond nog zo volledig, er kan zomaar een onverwachte situatie ontstaan. Blijf altijd alert!

Beweging bij pups

Beweging bij pups

Er rust een behoorlijk groot taboe op het advies een jonge hond meer te laten bewegen. Hierbij wordt voornamelijk de nadruk gelegd op de nadelige effecten die meer bewegen zouden kunnen hebben. Aan de voordelen van beweging wordt zelden aandacht geschonken.

Zowel humaan als in de paardensport zijn de voordelen van gedoseerde training overtuigend aangetoond. Kinderen die vanaf hun vroege puberteit sporten, ontwikkelen meer kracht en een groter maximaal zuurstofvermogen dan kinderen die weinig actief zijn in deze levensfase. Deze kwaliteiten blijven behouden gedurende de rest van het leven.

Bij veulens is meerdere keren aangetoond dat langer lopen met een lage intensiteit de kraakbeen- en peesontwikkeling bevordert. Dit zijn effecten die de belastbaarheid voor de rest van het leven vergroten. Het is aannemelijk dat het lichaam van een jonge hond hetzelfde reageert op gedoseerde trainingsprikkels.

De vraag is echter wat op welke leeftijd voordeel oplevert voor de gezondheid en ontwikkeling van de opgroeiende hond.

Bewegen heeft aantoonbare voordelen, ook voor jonge honden. Beweging is de prikkel om de coördinatie, conditie en spierkracht van de hond te beïnvloeden. Beweging draagt bij aan een doelmatig gebruik van de opgenomen energie en voorkomt op deze manier overgewicht bij pups.

De juiste training leidt ertoe dat energie omgezet wordt in spierontwikkeling. Daarnaast moet het toegenomen lichaamsgewicht van de groeiende pup gedragen worden en hier is kracht voor nodig.

Onderzoek

In een aantal onderzoeken is onderzoek gedaan naar wat trainingsprogramma’s op een lopende band doen met de ontwikkeling van het bewegingsapparaat bij gezonde beagles. In één onderzoek werd gekeken naar een licht trainingsprogramma (15 weken op een lopende band met 15% helling, 4 km/dag) en een zwaar trainingsprogramma (15 weken op een lopende band met 15% helling, 20 km/dag). De lichte training had een toename van het gehalte aan proteoglycanen in het gewrichtskraakbeen van 11% tot gevolg. In de zware trainingsgroep was er sprake van een afname van 6%.

Proteoglycanen vormen een belangrijk onderdeel van kraakbeen. Het kraakbeen in de gewrichten bevat veel water dat door de proteoglycanen wordt aangetrokken. Dit water zorgt voor stevigheid en schokdemping. Artrose, een gewrichtsaandoening van het bewegingsapparaat, wordt veroorzaakt door de afbraak van proteoglycanen.

In deze studie had een gedoseerde training dus een gunstig effect op de gewrichtsontwikkeling. Daarnaast zijn effecten op spiermetabolisme vanzelfsprekend, hoewel er in deze studie niet specifiek naar is gekeken.

Advies

Pups mogen vanzelfsprekend niet afgemat worden, maar zolang ze vrolijk en alert zijn, mogen ze blijven wandelen. Lopen op lage snelheid is een normale niet belastende activiteit. In de praktijk blijkt dat veel pups zonder problemen langer kunnen lopen, vooral na de leeftijd van 10-12 weken. Op deze leeftijd zijn pups gedurende langere tijd per dag wakker en actief. Het is dan beter om buiten te wandelen, dan dat de pup zich binnen afreageert op de parketvloer.

Een pup in één wandeling voor de rest van de dag ‘afwerken’ is uit den boze en schadelijk, maar het is ook niet zinvol zo voorzichtig te zijn dat de pup binnenshuis verder gaat onder minder gunstige omstandigheden.

Kwaliteit van bewegen

De kwaliteit van bewegen is wel belangrijk. Plotselinge zware belastingen zoals springen en vooral bal- en stoeispelletjes kunnen dramatisch uitpakken. Met name het stoeien levert met grote regelmaat ernstige kreupelheden op die ook op latere leeftijd parten blijven spelen. Pups gaan hun grenzen te boven als ze zich in een competitief stoeispel begeven. Daarnaast is stoeien moeilijk te doseren en het wordt vaak pas afgekapt als de eigenaren ieder hun eigen weg hervatten.

Voor de sociale ontwikkeling is het veel beter om pups met een rustige volwassen hond te laten spelen.
Hoe leuk het ook is om te doen: ballen gooien is met pups echt uit den boze. Leer de pup liever een bal zoeken in bijvoorbeeld hoog gras en gooi de bal hooguit een paar meter weg. Dat houdt de vaart eruit en de pup beleeft zijn buitdrift net zo sterk. De werpstok kan het eerste jaar dus rustig in de kast blijven staan. Stevig wandelen en wat draven is daarentegen geen enkel probleem.

De pup mag ook best een stukje galopperen, maar mag daarbij niet tot het uiterste geprikkeld worden.
Eigenlijk is het kenmerkende aan verantwoord bewegen: door het te matigen blijf je binnen de grenzen van belastbaarheid.

Als de hond eenmaal in de puberteit is beland, is de snelle groei ten einde en kan er begonnen worden met een conditietraining, zoals bijvoorbeeld fietsen.

Bron: Dier en arts (maart 2012)

Bewegingstherapie

Bewegingstherapie

Bewegingstherapie wordt ingezet bij revalidatie van o.a. orthopedische operaties, maar ook bij klachten van artrose. Honden herstellen hierdoor sneller na een operatie en ervaren minder pijnklachten.

Binnen onze praktijk heeft u de mogelijkheid tot bewegingstherapie. Na doorverwijzing van één van onze dierenartsen kunt u terecht bij een assistente die samen met u oefeningen gaat doen. Na de oefeningen krijgt u ook opdrachten mee naar huis. Wij hebben indien nodig ook de mogelijkheid u door te verwijzen naar dierfysiotherapeut Anja Aartsen. Zij heeft ook de mogelijkheid voor ultrageluidtherapie, magneetveldtherapie, electrotherapie en hydrotherapie.

Er zijn veel redenen waarom het nodig kan zijn uw hond een handje te helpen om hem beter te laten bewegen.

Revalidatie na een operatie van bijvoorbeeld:

  • Knie
  • Elleboog
  • Heupen
  • Botbreuken

Een goede revalidatie heeft een positieve invloed op het resultaat van de operatie.

Artrose

Veel en vooral oudere honden hebben last van artrose (= afname van de hoeveelheid en kwaliteit van het gewrichtskraakbeen). Dit veroorzaakt stijfheid en pijn. Ook hier kun je heel veel aan doen. Door medicatie, speciale voeding en bewegingstherapie kan de stijfheid sterk verminderen, maar ook de pijn kan erg afnemen wat natuurlijk erg fijn is voor uw hond.

 

Bijsluiters

Bijsluiters

Dierenkliniek Winsum geeft indien mogelijk altijd bijsluiters mee van de medicijnen die uw kat bij ons voorgeschreven heeft gekregen. Echter is dit niet altijd mogelijk, omdat bij sommige diergeneesmiddelengeen bijsluiters geleverd worden. Deze zijn dan online in te zien of te downloaden.

Op de website van diergeneesmiddelen.info kunt u alle informatie vinden betreffende bijsluiters van diergeneesmiddelen. Deze website heeft een collectie bijsluiters die continu wordt uitgebreid en geactualiseerd.

Klik hier voor de website.

Bijtende honden

Bijtende honden

Waarom wordt of is een hond agressief?

Dit kan komen door onderliggende lichamelijke klachten, een verkeerde opvoeding of een vervelende ervaring uit het verleden. Samen met de dierenarts en een gedragstherapeut voor dieren kunt u vaak nog heel wat aan dit probleem doen.

Honden zijn leuke kameraden. Je kunt ze uitlaten, met ze spelen en lachen. Maar ze hebben soms ook minder mooie kanten. Bijvoorbeeld als ze mensen bijten, iets waar iedereen altijd erg van schrikt. Het blijkt dat in de praktijk vaak jonge kinderen in hun eigen huis worden gebeten. Kinderen spelen graag met een hond. Vaak vindt de hond dat ook leuk, echter niet altijd… Onbewust lokken kinderen soms een hondenbeet uit. Het is daarom verstandig kinderen te leren om op een veilige manier met een hond om te gaan.

LICG

Het landelijk informatiecentrum gezelschapsdieren (LICG) heeft een cd-rom met instructieboekje gemaakt waarin uitgelegd wordt hoe u hondenbeten bij kinderen kunt voorkomen: De Blauwe Hond cd-rom. Ga voor meer informatie kunt u kijken op Blauwe hond of LICG.

Agressiviteit

Honden kunnen ook naar elkaar agressiviteit vertonen. Nog altijd krijgen wij als dierenartsen regelmatig honden met bijtwonden op de praktijk. Vaak loopt het goed af, indien mogelijk sluiten we de wond en de hond krijgt standaard pijnstillers en antibiotica. Is de hond zodanig gegrepen dat de borst- of buikholte geperforeerd is, dan worden de vooruitzichten een stuk somberder. Belangrijk om te weten is dat agressiviteit bij honden ook voort kan komen uit lichamelijke klachten, zoals slechter zien of horen, pijn en misselijkheid. Dit kan de dierenarts controleren.

Hoe kunt u voorkomen dat uw hond in de toekomst gaat bijten?

Het allerbelangrijkste is om de hond goed en consequent op te voeden! Ga bijvoorbeeld met uw pup naar de puppycursus en eventuele vervolgcursussen. Ook zijn er speciale gedragstherapeuten voor honden die kunnen helpen bij problemen. Als u van uw hond weet dat hij agressief kan worden naar andere honden bij het uitlaten, lijn hem dan aan of doe hem een muilkorfje om. Zo kunnen heel veel problemen voorkomen worden. Uiteindelijk willen we toch vooral plezier van onze hond hebben!

Blauwalg vergiftiging bij de hond

Blauwalg vergiftiging bij de hond

Wanneer het warm weer is, kan er in stilstaand of langzaam stromend water een plotselinge groei van blauwalgen plaatsvinden. Deze blauwalgen gedijen het beste bij temperaturen van 20 tot 30 graden en kunnen zowel in zoet als zout water voorkomen.

Wat zijn blauwalgen?

Blauwalgen behoren tot een groep van de cyanobacteriën. Enkele van deze bacteriën zijn niet giftig, maar de meeste soorten zijn erg giftig en kunnen fatale gevolgen hebben voor mens en dier. De bacteriën kunnen o.a. goed gedijen door hoge temperaturen en door afval in het water (hondenpoep, brood voor de eenden, voer voor de vissen).

De giftige stoffen in deze bacteriën zijn natuurlijk geproduceerde stoffen en worden gezien als de meest krachtige natuurlijke gifstoffen die er zijn. Als uw hond teveel giftige stoffen binnenkrijgt, kunnen de lever en het zenuwstelsel ernstig beschadigd raken. Vooral bij jonge kinderen en huisdieren kan het fataal zijn, omdat ze minder lichaamsgewicht hebben.

Honden zijn met name erg gevoelig voor blauwalgen, omdat ze tijden het zwemmen water binnen kunnen krijgen. Maar ook nadat zij gezwommen hebben in besmet water en daarna hun vacht schoonlikken, kunnen ze ook de toxines (gifstoffen) binnenkrijgen. Het is daarom altijd aan te raden uw hond te wassen nadat ze in verdacht water hebben gezwommen.

Symptomen

  • Ademhalingsproblemen
  • Sloomheid
  • Overmatig kwijlen
  • Braken
  • Diarree
  • Plassen
  • Gebrek aan coördinatie
  • Krampen

Er is helaas geen tegengif voor de toxines van de blauwalg, maar het is belangrijk om meteen een dierenarts in te schakelen bij een vermoedelijke blootstelling aan blauwalg. De symptomen van een blauwalg besmetting kunnen binnen enkele minuten optreden. Maar ook kan het 3 tot 5 uur duren voordat symptomen optreden (dit hangt af van welk soort bacteriën er in de blauwalg zitten). De neurlologische variant kan al binnen enkele minuten tot een uur de dood tot gevolg hebben. Niet alle honden zullen overlijden door het zwemmen in besmet water, maar omdat niet met zekerheid vast te stellen is in welke mate het water besmet is, is het toch belangrijk om zo snel mogelijk uw dierenarts te waarschuwen.

Therapie

Het is belangrijk om zo snel mogelijk contact op te nemen met uw dierenarts als uw hond in besmet water heeft gezwommen. Soms kan zinvol zijn om uw hond te laten braken (de dierenarts heeft hier een middel voor). Het is belangrijk om dit zo snel mogelijk na het drinken van het water te doen (binnen 30-60 minuten).
U moet voorkomen dat de hond zijn vacht aflikt. De hond moet afgespoeld worden met schoon water. Let hierbij goed op dat u zelf niet in aanraking komt met de vervuiling.

Blauwalg of niet?

Niet altijd staat er een bord bij het zwemwater dat er sprake is van blauwalg. Een aantal dingen waarop u kunt letten:

  • Blauw/groene waas over het water
  • Mufachtige geur van het water
  • Als de blauwalg tot bloei komt, kan het water ook bruin of roodachtig zijn
  • Blauwalg onttrekt veel zuurstof uit het water waardoor vissterfte kan optreden. Als u veel dode vissen of andere dode dieren in het water ziet drijven, raden wij u af uw hond daar te laten zwemmen
  • Belangrijk is om alert te zijn bij warm weer. Meer informatie kunt u ook vinden op www.zwemwater.nl

Bloeddrukmeting

Bloeddrukmeting

Een te hoge bloeddruk bij hond en kat; dit hoort u misschien niet vaak, maar komt toch vaker voor dan u zou denken. Eén van de symptomen van een te hoge bloeddruk is hoofdpijn, maar hoe kunnen we hoofdpijn bij een dier constateren? Een ouder dier dat veel slaapt lijkt misschien gewoon ‘een dagje ouder’. Maar de gevolgen van een hoge bloeddruk kunnen ernstig zijn, een plotselinge blindheid bijvoorbeeld... Dit is dus een goede reden om bij honden en katten ouder dan 8 jaar, of met een verhoogd risico op een hoge bloeddruk (bijvoorbeeld een nierpatiënt of een schildklierpatiënt) extra onderzoek te verrichten.

Terminologie

Sommige mensen zullen bekend zijn met de terminologie vanuit de humane geneeskunde. Het is bij mensen een veelvoorkomend probleem. Toch zullen we even een aantal medische termen uitleggen.

  • Hypertensie is de officiële term voor een te hoge bloeddruk
  • Hypotensie is de officiële term voor een te lage bloeddruk
  • Systolische druk of bovendruk is de maximale druk die wordt opgebouwd in de aorta of hoofdlichaamsslagader bij het samentrekken van de linkerhartkamer
  • Diastolische druk of onderdruk is het minimum van de druk die optreedt tussen twee samentrekkingen van het hart in, als de linkerhartkamer zich weer met bloed vult.

Met de apparatuur die wij gebruiken kunnen we zowel de systolische als diastolische druk bepalen.

Hoe gaat een bloeddrukmeting in z’n werk?

Het maken van een bloeddrukmeting is een relatief eenvoudige manier van onderzoek doen. Het dier ervaart weinig stress, het onderzoek is niet pijnlijk en we krijgen als dierenarts veel informatie van zo'n meting. Om de invloed van stress zo laag mogelijk te houden, nemen we het dier een halve dag op en plaatsen we hem in ons rustigste kamertje. Tijdens zo’n ochtend of middag zal tijdens meerdere sessies de bloeddruk gemeten worden om zo een betrouwbaar gemiddelde te krijgen. De meting gaat als volgt: er wordt een manchet om de ‘bovenarm’ of staart geplaatst en opgeblazen. Door de druk van de manchet wordt de bloedstroom tijdelijk tegengegaan. Langzaam laten we de manchet leeglopen zodat op een gegeven moment het bloed weer gaat stromen. Met behulp van een sensor kunnen we dan de bloeddruk meten.

Waardoor ontstaat een verhoogde of verlaagde bloeddruk?

Katten
Bij katten komt vooral een verhoogde bloeddruk voor. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die een hoge bloeddruk kunnen veroorzaken. Zo kunnen we dit zien bij schildklierproblemen, nierpatiënten, suikerziekte, hartafwijkingen en soms is er zelfs geen duidelijke onderliggende oorzaak voor te vinden.

Honden
Bij honden zien we eerder een verlaagde bloeddruk en dan vooral bij kleinere rassen die behandeld worden voor hartproblemen. Hoe vroeger de diagnose van een verhoogde of verlaagde bloeddruk, hoe beter de levensverwachting!

Symptomen van een te hoge of lage bloeddruk

Te hoge bloeddruk
De klachten van een te hoge bloeddruk zijn vaak niet duidelijk, maar toch kun je wel wat aan je huisdier merken: door hoofdpijn zal hij veel slapen en zichzelf verstoppen. Een hoge bloeddruk zal daarnaast de nieren, het hart en het centrale zenuwstelsel schade toebrengen. Daar is in het begin nog nauwelijks iets aan te merken vanaf de buitenkant. Soms zien we echter acute verschijnselen zoals plotselinge blindheid of bloedingen in het oog.

Te lage bloeddruk
Een verlaagde bloeddruk geeft flauwtes en het dier voelt zich slap.

Wanneer is het nodig om de bloeddruk te meten?

  • Bij katten boven de 8 jaar ter controle: jaarlijks
  • Bij katten met nierproblemen, een hartprobleem, suikerziekte of schildklieraandoening: tweemaal per jaar
  • Bij honden met een hartprobleem: tweemaal per jaar

Therapie bij een te hoge bloeddruk

Met behulp van medicijnen is de bloeddruk weer op een normaal niveau te krijgen. Dieren worden vaak weer fitter en actiever nadat hun bloeddruk weer genormaliseerd is.

Twijfelt u aan de gezondheid van uw hond of kat? Aarzel niet om contact op te nemen met onze kliniek.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw dierenarts het bloed van uw huisdier wil onderzoeken. Zo kan het nodig zijn om te testen op bepaalde virusziekten of om voorafgaand aan een operatie te weten of uw dier wel goed gezond is, maar ook natuurlijk om de oorzaak te vinden waarom uw dier ziek is. Veel van de onderzoeken doen wij in ons eigen laboratorium, waardoor u vaak dezelfde dag al de uitslag krijgt.

Testen op virussen

Bij de kat testen we regelmatig op FIV en FeLV (kattenaids en kattenleukemie). Dit is bij raskatten verplicht indien er met ze gefokt wordt. Maar we testen het ook bij dieren met een verzwakte afweer. Bij de hond testen we bij bloederige diarree op Parvo.

Bloedbeeld

Hierbij wordt er gekeken naar de hoeveelheid en kwaliteit van rode en witte bloedcellen. Een verlaagde hoeveelheid rode bloedcellen duidt op bloedarmoede. Een verhoogde hoeveelheid witte bloedcellen kan duiden op een ontsteking of kanker van de witte bloedcellen (leukemie).

T4

De T4-waarde zegt ons iets over het functioneren van de schildklier. Als de T4 verhoogd is, werkt de schildklier te hard (hyperthyreoidie), dit komt vaak bij oudere katten voor. Als de T4 verlaagd is, werkt de schildklier te traag (hypothyreoidie), dit is een typische aandoening bij honden.

Comprehensive Profile

Dit onderzoek wordt gedaan om een inzicht te krijgen in het functioneren van de belangrijkste organen. We doen dit onderzoek vooral bij zieke dieren. We meten de nierfunctie (ureum en creatinine), de leverfunctie (ALT, alkalisch fosfatase, bilirubine), eiwitten (albumine, globulinen en totaal eiwit), electrolyten (natrium, kalium, fosfaat, calcium) en het glucosegehalte.

Pre-anesthetisch Profile

Bij dieren ouder dan 8 jaar die onder narcose moeten voor een chirurgische ingreep of een bepaald onderzoek raden we aan om de lever-, nierfunctie en glucosegehalte te laten controleren. Deze waarden zijn namelijk belangrijk voor de keuze van het narcosemiddel. Bij oudere dieren kan er al sprake zijn van minder functioneren van lever en/of nieren zonder dat je dat aan de buitenkant merkt.

Botulisme

Botulisme

Inleiding

Botulisme is een ziekte, veroorzaakt door het opnemen van bepaalde gifstoffen van de bacterie Clostridium botulinum. Elke zomer zien we deze ziekte bij wilde (water)vogels, zeker als het een warme zomer betreft; de ideale omstandigheden voor aanmaak van het gif door de bacterie is namelijk een watertemperatuur tussen de 20 en 25 °C in combinatie met een eiwitrijke en zuurstofarme omgeving. Dit zorgt dat elk ondiep, stilstaand water in de zomer een potentiële infectiebron vormt.

Symptomen

Het botulisme gif blokkeert het contact tussen de zenuwen en de spieren met verlammingen als gevolg. Deze verlammingen kunnen enkel het maagdarmstelsel treffen, maar ook het hele lichaam verlammen. Tussen de 3e en 7e dag en na het inslikken van de toxines beginnen de symptomen van de ziekte. Soms zijn er geen symptomen, maar sterven de dieren zonder eerst ziek te worden. Vaker zien we bij honden eerst maagdarm problemen ontstaan zoals braken, misselijkheid en diarree. Daarnaast zien we een stijve gang, zwakte in de spieren en hierdoor verminderde reflexen. Vaak wil of kan het dier niet meer drinken en eten. In ernstige gevallen zal de toxine alle spieren uiteindelijk verlammen en treedt sterfte op door ademstilstand.

Diagnose

De diagnose botulisme is lastig te stellen. Als het mogelijk is kan een monster van het water of een stukje van het opgegeten kadaver opgestuurd worden om te onderzoeken op aanwezigheid van botulisme toxine. Ook kan het bloed, de ontlasting of braaksel onderzocht worden op aanwezigheid van de toxine.

Behandeling

Er is geen specifiek tegengif voor botulisme. Behandeling is dan ook niet echt mogelijk. Het enige dat gedaan kan worden is de patiënt ondersteunen tot de toxine uit het lichaam is verdwenen. Mogelijk is infuus nodig en sondevoeding.

Prognose

Als de hond niet te erg aangetast is kan spontane genezing optreden. Matig aangetaste patiënten kunnen overleven mits voldoende intensieve zorg. Als er te zware verlammingen optreden zal het dier sterven aan de gevolgen hiervan.

Braken en diarree

Braken en diarree

Braken

  • Een dier kan om heel verschillende redenen braken, zoals:
  • Een infectie met een maagdarmvirus
  • Iets niet verteerbaars opeten wat vervolgens vastloopt in maag of darmen
  • Een geïrriteerde maagwand door verkeerde voeding
  • Gifstoffen in het bloed door een vergiftiging, maar ook door lever- of nierproblemen
  • Een te snel werkende schildklier (kat)

Braken is vaak alarmerend en er dient niet lang gewacht te worden voordat er naar de dierenarts gegaan wordt.

Diarree

Zolang de hond of kat niet echt ziek is, mag diarree best een paar dagen duren. Zodra het langer dan 5 dagen duurt of uw dier wordt ziek, ga dan naar de dierenarts.

Toelichting

Er zijn twee soorten ‘diarree’, afhankelijk van welk deel van de darmen ontstoken is:

1. dunne-darmdiarree: de hond is heeft soms ook braakklachten, vermagert, heeft echt last van z’n buik, laat veel winden, maar kan de ontlasting op zich nog wel goed ophouden.
2. dikke-darmdiarree: de hond doet niet ziek aan, vermagert niet, maar moet veel vaker z’n ontlasting kwijt en perst veel na. De diarree is vaak gemengd met slijm en vers bloed.

Oorzaken dunne-darmdiarree

  • Voedselproblemen zoals voerwisselingen, intolerantie, bedorven eten
  • Een infectie met een darmvirus
  • Een infectie met darmparasieten zoals wormen
  • Verstoring in de vertering door problemen met de alvleesklier
  • Aandoeningen van de darmen zelf waardoor het voer niet goed verteerd wordt

Oorzaken dikke-darmdiarree

  • Een infectie met Giardia (parasiet)
  • Voedselovergevoeligheid
  • Verschillende andere zeldzame aandoeningen

Bultje bij de hond

Bultje bij de hond

Bultjes komen regelmatig voor bij honden en katten. Zo’n bultje, ook wel gezwel of tumor genoemd, kan door veel oorzaken ontstaan. Het kan bijvoorbeeld een ontsteking, een insectenbeet of een overvulde talgklier zijn. Maar het kan ook een goed- of kwaadaardige tumor zijn. Tumoren zien we vooral bij oudere dieren, echter ook bij jonge dieren komen bepaalde tumoren voor. Als de tumor kwaadaardig is, spreken we over kanker.

Wat nu te doen als u een bultje bij uw huisdier ontdekt?

Het is verstandig om dan bij uw dierenarts langs te gaan. Een dikte na een insectenbeet zal na een paar dagen verdwijnen, maar een ontsteking zal toch behandeld moeten worden. Aan de buitenkant kun je niet altijd zien of voelen wat voor soort bult het is. Alleen door er een beetje weefsel uit te halen is vast te stellen om wat voor soort weefsel het gaat. De verhalen dat, wanneer een bultje los in de huid zit het niet kwaadaardig is, kloppen niet. Ook het aanprikken van een tumor geeft geen extra kans op uitzaaiing.

Er wordt meestal een DNAB (Dunne Naald Aspiratie Biopt) van de dikte genomen door de dierenarts. Met behulp van een lege spuit en een naald worden wat celletjes uit de dikte gezogen en op een glaasje uitgestreken. Dit kan zonder verdoving gewoon op het spreekuur gedaan worden. De cellen worden daarna gekleurd en door een deskundige beoordeeld. Soms geeft de DNAB niet genoeg informatie en moet een stukje weefsel uit de dikte gesneden worden. Dat moet vaak wel onder verdoving.

Als het om een tumor gaat, is het heel belangrijk om in een vroeg stadium te weten om welke tumor het gaat. De behandeling hangt namelijk erg af van het soort tumor. Een vettumor bijvoorbeeld is goedaardig en zal niet uitzaaien naar inwendige organen. Deze tumor kan wel erg snel groeien en soms daardoor problemen geven. Wanneer een tumor chirurgisch verwijderd moet worden, is het belangrijk om te weten of het type tumor mooi rond groeit of juist met allerlei uitlopertjes het omringende weefsel in gaat. In het laatste geval is het belangrijk om heel ruim te verwijderen. Sommige tumoren zitten op lastige plekken waardoor ze moeilijk chirurgisch te verwijderen zijn. Dan is het belangrijk om te weten of de tumor gevoelig is voor chemotherapie of bestraling. Deze technieken zijn tegenwoordig ook voor onze huisdieren mogelijk.  

Mocht u een bultje bij uw huisdier constateren wacht dan vooral niet te lang met naar uw dierenarts gaan. Net als bij mensen geldt: hoe eerder de juiste diagnose gesteld is, des te eerder er een behandelplan opgesteld kan worden en er minder kans op uitzaaiing is en des te beter de verdere vooruitzichten zijn voor uw dier.

Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met uw dierenarts.

Terug naar Honden informatie