Per 1 april zijn wij op zaterdagen gesloten.

S

Lees meer informatie over het seniorenprogramma, slakkenkorrels, spondylose bij de hond, sterilisatie van de teef, strandwandeling en suikerziekte.

  • Seniorenprogramma
  • Slakkenkorrels
  • Spondylose bij de hond
  • Sterilisatie van de teef
  • Strandwandeling
  • Suikerziekte

Seniorenprogramma

Seniorenprogramma

We krijgen er zelf mee te maken: ouder worden. We hebben vaker de fysiotherapeut nodig, dragen een bril of lenzen. Een gehoorapparaat is heel normaal en zijn onze heupen versleten, geen probleem: binnen een aantal maanden loop je met een kunstheup weer als vanouds.

Maar als we kijken naar onze dieren, is het helaas vaak zo dat zij met ouderdomskwalen door blijven lopen. Ten eerste omdat ze het niet goed laten zien als er wat mis is. En ten tweede omdat u als eigenaar de symptomen niet altijd herkent. Toch is het heel belangrijk dat problemen tijdig herkend worden, want in veel gevallen is er nog (relatief eenvoudig) wat aan te doen.

Voorbeelden van veel voorkomende ouderdomskwalen bij huisdieren

  1. Bij katten is een veel voorkomende klacht dat ze, als ze ouder worden, mager worden en veel drinken. Vaak gaan ze ook wat lelijk in hun haar zitten. In veel gevallen hebben deze dieren een nierprobleem. Dit kan worden aangetoond door een bloedonderzoek dat we hier zelf in de praktijk kunnen doen. De behandeling bestaat over het algemeen uit dieetvoeding en medicijnen. Veel katten hebben op deze manier nog jaren een goed leven.
  2. Bij honden horen we vaak dat ze veel liggen te slapen en weinig zin hebben om te wandelen. Uit onderzoek en röntgenfoto’s blijkt dan vaak dat ze artrose hebben. Dit betekent dat het gewrichtskraakbeen versleten is. Dit veroorzaakt veel pijn en stijfheid. Bij mensen komt dit ook veel voor. Mensen krijgen echter tabletten die de ontsteking in de gewrichten remmen en de pijn verminderen. Daarnaast gaat men naar de fysiotherapeut en zal men moeten gaan bewegen en sporten om alles soepel te krijgen en te houden. Bij honden is dit precies hetzelfde. Ze krijgen speciale medicatie en worden behandeld bij de dierfysiotherapeut (de dierfysiotherapeut waar wij mee samen werken is Anja Aartsen uit Annen). Sommige honden volgen bewegingstherapie bij ons op de praktijk en gaan daarmee thuis aan de slag.

Om u te helpen uw oudere dier zo lang mogelijk gezond te houden bieden we een senioren check-up aan. Gemiddeld genomen kunt u er vanuit gaan dat uw dier vanaf 7 jaar senior is. Grote hondenrassen zijn al vanaf 5 jaar senior.

Wat houdt een seniorenconsult in?

U komt samen met uw dier op afspraak bij ons op de praktijk. Het is handig als u wat urine van uw huisdier kunt opvangen en meenemen naar de praktijk. De dierenarts zal bloed afnemen dat samen met de meegebrachte urine direct in ons laboratorium onderzocht zal worden.

Eén van onze assistentes zal samen met u het dier bekijken en allerlei onderwerpen met u bespreken. Daarna zal de dierenarts uw dier verder nakijken en het verslag van de assistente en de uitslagen uit ons laboratorium samen met u bespreken. Mochten er problemen naar voren komen, dan krijgt u natuurlijk direct advies hierover. Als er verder onderzoek gedaan moet worden, kan dat in de meeste gevallen direct gedaan worden.

De kosten van de senioren check-up zijn €111.60 euro voor de hond. Voor de kat liggen de kosten op 121.75 euro. Dit is zo'n 30 euro goedkoper dan wanneer alles apart in rekening gebracht zou worden.

Gratis assistentenspreekuur

U kunt ook op afspraak terecht op de gratis consulten van onze assistentes. Op woensdagmiddag en -avond  controleren ze bij uw dier: het gebit, de vacht, de ogen, de oren en het gewicht. Daarnaast kijken ze hoe het dier beweegt en bespreken de ouderdomskwalen met u.

Gelukkig betekent ouder worden tegenwoordig niet per definitie dat je de gebreken maar moet accepteren. In de meeste gevallen is er veel aan te doen!

Slakkenkorrels

Slakkenkorrels

Slakkenkorrels zijn zeer giftig en kunnen dodelijk zijn voor uw huisdier. Als uw huisdier slakkenkorrels heeft gehad, neem gelijk contact op met uw dierenarts.
 
De werkzame (giftige) stof van slakkengif is Metaldehyde. Slakkenkorrels bevatten naast Metaldehyde vaak de bittere stof bitrex. Deze bittere stof zorgt ervoor dat kinderen de korrels uit spugen mochten ze die in hun mond stoppen. Honden en katten storen zich echter niet aan deze bittere smaak en kunnen zo grote hoeveelheden verorberen. Metaldehyde kan, afhankelijk van de hoeveelheid, ziekteverschijnselen in twee fasen geven. Direct na opname treden vaak maag- en darmklachten op zoals speekselen, braken en diarree. Terwijl na enige uren effecten als bewustzijnsdaling, dronkemansgang, spiertrillingen, snelle bewegingen van de pupil in het oog en epileptische aanvallen kunnen ontwikkelen. Coma en de dood kan binnen 24 uur optreden. Er is geen antigif, soms helpen anti-epilepsie medicijnen maar vaak is de kans op genezing niet al te groot. Kortom, zodra u denkt dat uw huisdier slakkenkorrels heeft gegeten, moet hij/zij zo snel mogelijk braken, dus bel direct een dierenarts!

Spondylose bij de hond

Spondylose bij de hond

Het probleem

Spondylose is een aandoening van de gewrichten van de wervelkolom. Het ontstaat door instabiliteit tussen de wervels en slijtage van de tussenwervelschijven.

Tussen alle rugwervels zit een tussenwervelschijf, dit is een soort stootkussentje van kraakbeen. Deze tussenwervelschijf zorgt ervoor dat de wervels niet hard tegen elkaar kunnen botsen. Wanneer de tussenwervelschijf gaat slijten of minder flexibel wordt, gaat het lichaam dit proberen te compenseren met botwoekeringen. Dit is echter nooit zo flexibel als het kraakbeen van de tussenwervelschijf. We zien aan de onderzijde van de wervels haakvormige botnieuwvormingen. In een later stadium kunnen de haken zo groot worden dat ze contact met elkaar maken en de wervels aan elkaar vastgroeien. Bewegen wordt hierdoor lastig en pijnlijk. Spondylose is een aandoening die zich bij bijna alle dieren in de loop van hun leven ontwikkelt. Het komt over de gehele wervelkolom voor, maar bij de hond voornamelijk in het lendegebied (onderrug).

De oorzaken

Leeftijd speelt een grote rol. Bij het ouder worden zal er meer slijtage van de wervelkolom zijn. Maar bij sommige honden komt het helaas ook al op jonge leeftijd voor. Grote hondenrassen ontwikkelen relatief vaker spondylose dan kleine rassen. Waarschijnlijk door het grotere lichaamsgewicht. Ook beweging kan van invloed zijn: als op jonge leeftijd te veel gevraagd wordt van de hond qua beweging kan er door overbelasting slijtage van de rug ontstaan. Ten slotte kan een ongeluk of blessure de rug beschadigen.

De symptomen

Meestal worden de klachten pas zichtbaar op oudere leeftijd. De hond loopt met een gekromde, stijve rug, soms met een zwabberende achterhand. Hij kan niet goed ergens meer op- of afspringen of makkelijk omhoogkomen vanuit ligpositie. Wanneer de botnieuwvormingen zo groot worden dat druk op het ruggenmerg of de zenuwen optreedt, kan zwakte of zelfs verlamming van de achterpoten ontstaan. In dat geval kan ook incontinentie van urine en ontlasting optreden.

De diagnose

Spondylose kan worden vastgesteld door röntgenologisch onderzoek, hierop zijn de Bruggen en haken in de wervelkolom vaak duidelijk te zien.

Mogelijke behandelingen

De botwoekeringen gaan niet meer weg, ze zijn ook niet operatief te verwijderen. Het is van belang om nieuwe botvorming te voorkomen, de rug soepel te houden en de bespiering in de achterhand te optimaliseren waardoor het ongemak voor de hond zo min mogelijk is.

Als eerste willen we de ontsteking en de bijbehorende pijn verminderen en verdere voortgang zoveel mogelijk afremmen. Dit wordt bereikt met behulp van ontstekingsremmende pijnstillers, de zogenaamde NSAID’s. Bekende merknamen hiervan zijn Rimadyl, Previcox en Metacam.
Daarnaast kan de therapie ondersteund worden door voedingssupplementen, zoals glucosaminen en omega-3-vetzuren.

Indien er sprake is van overgewicht is het erg belangrijk de hond, gecontroleerd, te laten afvallen.

Veel kan worden bereikt met bewegingstherapie of fysiotherapie. De spieren rondom de gewrichten worden weer soepeler, minder pijnlijk en sterker. Ook bestaan er verwarmde hondenzwembaden voor honden met dit soort klachten.

Verder kunnen de leefomstandigheden van de hond aangepast worden. Denk aan een loopplank om in de auto te komen, gladde vloeren thuis bedekken met een vloerkleed, vaak kleine stukjes wandelen in plaats van één grote wandeling per dag.

Prognose

Spondylose is een aandoening die niet hersteld, maar wel behandeld kan worden: met een adequate behandeling kan de hond nog een plezierig leven hebben. Honden laten pijn echter anders zien dan mensen, dus let goed op kleine veranderingen in beweging of gedrag.

Sterilisatie van de teef

Sterilisatie van de teef

Steriliseren kan vanaf een leeftijd van een ½ jaar, bij honden met een volwassen gewicht boven de 25 kg wachten we liever, i.v.m. urine-incontinentie, tot 3 maanden na de eerste loopsheid. De eierstokken worden verwijderd en, indien afwijkend, de baarmoeder ook. Sterilisatie kan op de traditionele manier via een snee in de buikholte, maar ook laparoscopisch (kijkoperatie) waar slechts 2 kleine gaatjes nodig zijn.

We spreken over steriliseren terwijl we feitelijk castreren. Bij een sterilisatie wordt een dier namelijk alleen maar onvruchtbaar gemaakt, maar blijven de geslachtsorganen aanwezig in het lichaam. De teef zou gewoon loops worden en aantrekkelijk blijven voor reuen. Dit is echter niet wat we willen, dus verwijderen we de eierstokken en soms ook de gehele baarmoeder. Dit heet castreren. Desondanks blijven we het sterilisatie noemen om geen verwarring te scheppen.

Sterilisatie kan vanaf een leeftijd van 6 maanden, dus vaak al voor de eerste loopsheid. Bij honden met een volwassen van gewicht van 25 kg is het advies om na de eerste loopsheid te steriliseren. Dit kan dan het beste tussen twee loopsheden in gebeuren, vanaf 3 maanden na de loopsheid.

Voordelen

  • Geen loopsheid meer, dus ook geen pups
  • Geen schijnzwangerschap meer
  • Geen kans meer op baarmoederontsteking
  • Bij sterilisatie op jonge leeftijd duidelijk minder kans op tumoren in de melkklieren op latere leeftijd
  • Minder kans op suikerziekte op latere leeftijd

Nadelen

  • Elke narcose heeft een (heel klein) risico
  • De teef zal na de operatie makkelijker dik worden
  • Sommige teven (vooral de zwaardere rassen) kunnen op latere leeftijd incontinent worden
  • De operatie kan niet meer ongedaan gemaakt worden
  • Bij bepaalde rassen verandert de vacht soms

Voor de operatie

Het is van belang dat de hond nuchter is als ze onder narcose gebracht wordt. Dit betekent dat ze 6 uur van te voren geen eten meer mag hebben (wel water). De hond kan namelijk misselijk worden van de narcose en als ze moet overgeven is er een kleine kans dat ze stikt, omdat het braaksel in de luchtpijp terecht kan komen. Voordat de hond onder narcose wordt gebracht, wordt er eerst naar het hart en de longen geluisterd. Als dit allemaal in orde is, wordt de hond onder algehele narcose gebracht.

De operatie

Voor de operatie krijgt de hond een injectie met pijnstilling. De hond wordt voor de operatie geïntubeerd en aan de bewaking gelegd. De buik wordt geschoren, gewassen en ontsmet. Als er op de traditionele manier wordt gesteriliseerd, wordt er een snee in de buurt van de navel gemaakt. De eierstokken worden verwijderd en, indien afwijkend, ook de baarmoeder. De wond wordt onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. Als er via laparoscopie wordt gesteriliseerd, worden 2 kleine gaatjes in de buik gemaakt waardoor geopereerd wordt. Lees verder op: laparoscopische sterilisatie.

Na de operatie

U kunt de hond een paar uur later weer bij ons ophalen. Het is belangrijk dat u de hond in een rustige en warme omgeving weglegt. De hond kan wat schrikachtig zijn van de narcose, dus houd andere dieren en kinderen even uit de buurt. U krijgt na de operatie pijnstilling mee en een blikje lichtverteerbaar voer. Mocht de hond aan de wond gaan likken of bijten, maak dan een jasje voor haar. U kunt de hond op een oud laken zetten en hierin gaten voor de poten knippen. Het laken kan dan op de rug vast geknoopt worden. Als dit niet lukt, kunt u altijd een kap (hondenkraag) bij ons komen ophalen. De hond moet de eerste paar dagen na de operatie aangelijnd uitgelaten worden, dit ook omdat de hond gedesoriënteerd kan zijn van de narcose.

Strandwandeling

Strandwandeling

Honden kunnen bij het binnen krijgen van te veel zeewater flink ziek worden. Voorkom dit door schoon drinkwater met een bak mee te nemen als u een tijd aan het strand verblijft met uw hond. Houd uw hond ook altijd uit de buurt van (dode) zeehonden i.v.m. gevaar op besmetting met het (zee)hondenziekte virus. Als laatste wordt het gevaar van te veel aan gewoon (‘zoet’) water besproken hieronder.

Zeewater

Zo nu en dan is het heerlijk om met je hond een lange strandwandeling te maken. Weer of geen weer, het blijft leuk. Maar van al dat geren en geblaf krijgt het dier dorst en wordt er al gauw wat zeewater naar binnen gelebberd. Een klein beetje zeewater is niet zo’n probleem, maar als er behoorlijke hoeveelheden zout water naar binnen gaan, kan dit slecht zijn voor de hond. Door al het zout raakt de inwendige “waterhuishouding” flink ontregeld. Dit kan een doodzieke hond opleveren die heel snel naar een dierenarts moet. Meestal blijft het echter bij flink braken, een beetje diarree en een dag beroerd zijn. Geen leuke afsluiting van zo’n gezellig dagje uit. Dus bent u van plan een dagje naar het strand te gaan, zorg dan voor voldoende schoon drinkwater en een bak voor de hond.

Zeehonden

Er is nog een ander gevaar voor de hond op het strand. De hond kan een dode of zieke aangespoelde zeehond op het strand tegen komen wat natuurlijk heel interessant is.

Het dier kan besmet zijn met het dodelijke zeehondenziekte virus. Dit virus, waardoor de zeehonden doodgaan, is ook besmettelijk voor de hond. Het virus is namelijk verwant aan het hondenziekte virus. Het virus is niet gevaarlijk voor de mens. Is uw hond echter goed ingeënt tegen hondenziekte en is de enting regelmatig herhaalt, dan loopt uw hond geen risico. Toch is het beter uw hond uit de buurt van de zieke of dode zeehond te houden. Het dier kan allerlei andere schadelijke ziektekiemen bij zich dragen die de gezondheid van u of uw dier kunnen schaden.

Zoet water

Ten slotte is het zinvol om te weten dat een hond ook ziek kan worden van excessief veel gewoon (‘zoet’) water. De hond vindt het prachtig om op een warme zomerse dag telkens weer dat in het water gegooide balletje op te halen. Maar iedere keer als de hond de bal probeert te pakken krijgt het dier een slok water naar binnen. Ongemerkt kan het dier soms zoveel water naar binnen krijgen dat het lichaam niet meer instaat is om al dat water op de juiste manier weer kwijt te raken. Daardoor komt er in het lichaam een proces op gang waarbij water uit de lichaamscellen onttrokken wordt. Het dier gaat in zeer snel tempo uitdrogen en komt hiermee in een levensgevaarlijke situatie. Kortom, ook voor de hond geldt: geniet, maar drink met mate.

Suikerziekte

Suikerziekte

Net als bij mensen, komt bij de hond en de kat suikerziekte voor. Hiervoor zijn verschillende oorzaken. Vaak merk je aan je huisdier dat hij veel drinkt en plast, maar ook veel eet en toch mager wordt. De diagnose is makkelijk via urine- en bloedonderzoek te stellen. De behandeling bestaat uit het 2 x daags spuiten van insuline onder de huid. De dierenarts leert de eigenaar dit om thuis te gaan doen.

Inleiding

Lichaamscellen hebben voeding (glucose) nodig om te kunnen functioneren. Als we eten nemen we voeding tot ons. Deze voeding wordt in de maag en darmen afgebroken en komt tenslotte als glucose (suiker) in ons bloed terecht. Om de glucose vanuit het bloed de cellen in te krijgen is insuline nodig. Insuline wordt in de alvleesklier gemaakt door de eilandjes van Langerhans en komt vervolgens in het bloed terecht. Insuline opent de cel voor de glucose, het heeft als het ware een sleutelfunctie. Wanneer er een tekort is aan insuline, spreken we van suikerziekte of diabetes mellitus. Glucose kan dan de lichaamscellen niet in en blijft in het bloed circuleren zonder dat het gebruikt wordt. De nieren scheiden uiteindelijk dit overtollig glucose uit via de urine. Hiervoor is veel water nodig. Het dier gaat daardoor erg veel drinken. Daarnaast blijven de cellen om voeding (glucose) vragen waardoor het dier continu een hongergevoel heeft en dus veel zal eten. Ondanks dit vele eten wordt het dier magerder aangezien er geen voeding in de cellen komt. Dus: een dier dat veel drinkt en eet en toch afvalt, is verdacht van suikerziekte.

Hoe ontstaat suikerziekte?

Dit kan bij de hond ontstaan door het afsterven van de cellen in de eilandjes van Langerhans. Daarnaast kan een teef na een loopsheid onder invloed van hormonen suikerziekte ontwikkelen. Een derde mogelijkheid is dat onder invloed van bepaalde medicijnen suikerziekte gaat ontstaan. Bij de kat ontstaat suikerziekte vaak door overgewicht en inactiviteit. Dit is te vergelijken met de ouderdomssuiker die we veel bij mensen zien.

Diagnose

We kunnen suikerziekte gelukkig makkelijk vaststellen. Allereerst hebben we de verschijnselen van veel eten en drinken en toch magerder worden. Mocht u uw huisdier van suikerziekte verdenken dan is het verstandig een beetje urine mee te nemen naar uw dierenarts. Als hier inderdaad glucose in zit, wordt meestal meteen een beetje bloed bij uw dier afgenomen. Als daar ook een veel te hoog gehalte aan glucose in zit, kunnen we de diagnose suikerziekte vaststellen.

Indien het gaat om een niet gesteriliseerde teef, wordt aangeraden deze eerst snel te steriliseren. Ook wordt naar eventuele medicatie gekeken en deze aangepast indien mogelijk. Overgewicht moet aangepakt worden. Bij de kat is afvallen en het bevorderen van activiteit erg belangrijk.

Therapie

Als de diagnose eenmaal gesteld is moet er een behandeling ingesteld worden. Dit houdt in dat u uw hond of kat twee keer per dag met insuline ingespoten moet worden op vaste tijden. Het inspuiten is makkelijk te leren en geeft meestal weinig problemen. Men moet zich wel realiseren dat regelmaat erg belangrijk is en dat de hond of kat ook z’n insuline moet krijgen  in het weekend of als u een dagje weg gaat. Uw dierenarts zal u begeleiden met het reguleren van de suikerziekte van uw huisdier.

Terug naar Honden informatie