Let op: op 9 en 30 juli is er in verband met vakanties geen budgetenting spreekuur

B

Lees meer informatie over baarmoederontsteking, bezoek aan de dierenarts, bijsluiters, blaasontsteking, bloeddrukmeting, bloedonderzoek, braken en diarree, buitenlandse dierziekten en een bultje bij de kat.

  • Baarmoederontsteking
  • Bezoekje aan de dierenarts
  • Bijsluiters
  • Blaasontsteking
  • Bloeddrukmeting
  • Bloedonderzoek
  • Braken en diarree
  • Buitenlandse dierziekten
  • Bultje bij de kat

Baarmoederontsteking

Baarmoederontsteking

Een baarmoederontsteking kan optreden als bacteriën kans hebben gekregen in de baarmoeder te komen. Vaak is dit na verschillende krolsheden of net na een bevalling. De baarmoeder raakt gevuld met pus en de kat wordt ziek. De enige juiste therapie is de baarmoeder en eierstokken operatief te verwijderen.

Wat betekent ‘krols zijn’?

Vanaf de leeftijd van ongeveer een ½ jaar oud kunnen poezen krols worden. Dit houdt in dat ze geïnteresseerd zijn in katers en gewillig zijn om gedekt te worden. Krolsheid wordt opgewekt door daglengte. Bij een bepaalde hoeveelheid licht per dag kan de kat krols worden. Dit betekent dat katten die veel in huis zijn, waar de lampen aan staan, het hele jaar door krols kunnen worden. Wordt een poes niet gedekte tijdens de krolsheid, zal ze vaak weer snel krols worden. Bij de kat zien we geen uitvloeiing tijdens de krolsheid zoals bij een loopse teef.

Wat gaat er mis bij een baarmoederontsteking?

Bij de kat kan een baarmoederontsteking optreden als er zich na verscheidene krolsheden wat vocht in de baarmoeder ophoopt. Dit kan ook gebeuren na een bevalling. Er hoeft zich maar een kleine bacteriële infectie voor te doen en de baarmoeder vult zich met pus.

Symptomen

De kat zal wat slomer zijn, wat minder eten en vaak ook iets magerder worden. Bij een open baarmoedermond zal de kat ook uitvloeiing hebben. Bij de kat zien we meestal geen verhoogde neiging tot drinken. De diagnose zal gesteld worden op basis van de symptomen, bloedonderzoek en eventueel een röntgenfoto of echo.

Therapie

Er is eigenlijk maar één goede therapie en dat is zo snel mogelijk de baarmoeder operatief verwijderen. Wordt er geen therapie ingesteld dan zal de kat zichzelf op den duur gaan vergiftigen door de gifstoffen die in de baarmoeder geproduceerd worden. Ook een antibiotica kuur zal de verschijnselen maar tijdelijk onderdrukken.

Bezoekje aan de dierenarts

Bezoekje aan de dierenarts

De meeste katten komen, als ze jong zijn, een paar keer bij de dierenarts om te worden gevaccineerd en gecastreerd of gesteriliseerd. Op latere leeftijd is ziekte of een ongeluk vaak de reden om naar de dierenarts te gaan. Een heleboel katten worden oud zonder dat ze in hun verdere leven een dierenarts gezien hebben.
Gelukkig laten veel mensen hun kat wel ieder jaar vaccineren bij de dierenarts. Hierdoor krijgen het kattenziekte virus en het niesziekte virus minder kans zich te verspreiden en dus ook minder kans om niet gevaccineerde dieren te besmetten.

Bovendien wordt uw kat bij het jaarlijkse vaccinatie bezoek aan de dierenarts uitgebreid onderzocht en zal aan u als eigenaar allerlei vragen gesteld worden over de kat. Vooral bij de oudere kat is goede observatie van het gedrag erg belangrijk. Katten zijn namelijk meesters in het niet laten blijken van pijn of ziekte. Door zo’n jaarlijkse controle kunnen vroegtijdig aandoeningen opgespoord en zo nodig behandeld worden.

Eigenaren zien vaak op tegen de reis met de kat naar de dierenarts. Het is voor de kat, en daardoor ook het baasje, een stressvolle gebeurtenis. Allereerst moet de kat, die vaak aanvoelt dat er wat gaat gebeuren, gepakt worden en in een kooitje gestopt worden waar hij persé niet in wil. Dan komt het vervoer naar de kliniek met een kat die aan één stuk door miauwt. In de wachtkamer zitten andere eigenaren met katten en honden. Sommige honden vinden het reuze interessant zo’n kat in een kooitje en gaan uitgebreid met hun kop tegen het deurtje van de kattenmand aan snuffelen. Kat in paniek, eigenaar nog meer gestrest. Dan moet de kat op de behandeltafel weer uit het mandje worden gehaald, wat de kat nu niet meer wil. En dan moet het lichamelijk onderzoek nog beginnen… Zo’n bezoek aan een dierenarts is inderdaad heel enerverend voor kat en eigenaar.

Maar het kan ook anders...

Zorg dat u een vervoersmandje hebt waar de bovenkant makkelijk afgehaald kan worden. Rieten mandjes zijn schattig om te zien, maar uitermate onpraktisch bij een onwillige kat.

Zet het mandje ruim van te voren (dagen/weken) in huis neer met een lekker dekentje of zoiets erin. U kunt het ook zo neerzetten dat de kat er altijd in kan. De kat went aan het mandje en gaat het als een veilig hokje beschouwen (sommige katten vluchten al naar buiten als de eigenaar met  het mandje aan komt zetten).

Het is aan te raden om de kat als het dier nog jong is een paar keer voor een kort ritje in het mandje in de auto te vervoeren. Er gebeurt niets met de kat en de kat zal het later als minder bedreigend ervaren. Als de dag van de afspraak is aangebroken, zorg er voor dat de kat al ruim van de voren in het mandje wordt opgesloten (geen vangacties vlak voor vertrek). Er bestaan producten die je in het mandje kan sprayen en die een kalmerende werking op de kat hebben (Feliway®). Als u eenmaal in de kliniek bent, zorg dan dat het mandje niet op de grond staat. Zorg voor oogcontact met de kat en probeer de kat met zachte stem te kalmeren. Zorg er ook voor dat geen hond voor het mandje komt snuffelen.

U kunt bij de meeste praktijken een afspraak maken, zodat u niet in een volle wachtkamer terecht komt. Erg gestreste katten kunt u beter in de auto laten en pas naar binnen brengen als u meteen naar de behandelkamer door kunt gaan.

Dan komt de volgende angstige gebeurtenis: uit het mandje op de tafel bij de dierenarts.

U bent bij de dierenarts met de kat op de behandeltafel. Indien mogelijk wordt het deksel van het mandje gehaald en kan de kat even rustig zitten en zijn omgeving opnemen. Komt u voor de jaarlijkse enting, dan zal de dierenarts eerst de kat onderzoeken en u vragen of u nog afwijkend gedrag bij de kat gezien heeft.

Een tip: maak van te voren een lijstje van wat u wilt vragen/vertellen aan de dierenarts.

Wat kijkt de dierenarts allemaal na?

Het lichaamsgewicht en de conditie van de kat zullen genoteerd worden. Valt de kat af of heeft hij juist overgewicht? Hoe ziet de vacht eruit: zitten er vlooien(poepjes) of schilvers in, is het mooi glanzend en glad of juist mottig? Vooral inspectie van de mondholte en het gebit is erg belangrijk. Katten hebben namelijk nogal eens heftig ontstoken tandvlees dat erg pijnlijk is. De kat zal daardoor soms kleinere beetjes gaan eten. Ogen en oren worden geïnspecteerd op afwijkingen en de dierenarts zal naar de bespiering kijken. Er wordt geluisterd naar hart en longen en in de buik gevoeld. Ook krijgt u de nodige vragen over de kat. Wat voor eten krijgt de kat, drinkt de kat meer of minder, is er sprake van braken of diarree, is het gedrag van de kat veranderd? Bij een oudere kat is het extra belangrijk om door middel van zo’n onderzoek en de vragen tijdig afwijkingen te constateren. Soms is er dan ook aanvullend urine- en/of bloedonderzoek nodig.

Juist bij de oudere kat is het voor de eigenaar belangrijk om z’n kat goed te observeren. Katten zijn meesters in het verbergen van allerlei problemen. Vooral niet laten zien dat je een probleem hebt. Veel eigenaren denken dat een oudere kat nu eenmaal rustiger is en minder beweegt. Maar de kat kan heel goed artrose (gewrichtsslijtage) daardoor pijn in z’n rug, heupen of ellebogen hebben, waardoor hij minder beweegt en zich minder vaak wast. Ook minder en kleinere beetjes eten kan wijzen op een probleem zoals beginnend nierfalen of ontsteking in de bek. Het tegenovergestelde, erg veel eten en toch vermageren, kan weer het gevolg zijn van een schildklierprobleem. Weten wat normale verouderingssymptomen zijn en wat afwijkend, is dus vaak lastig maar ook erg belangrijk, aangezien tijdig onderkennen van ziekte eraan kan bijdragen dat de kat langer en gezonder leeft.

Neem dus tijdig contact op met uw dierenarts als u vindt dat uw kat ander gedrag vertoont. De kat is vooral afhankelijk van uw zorg en observatievermogen.

Bijsluiters

Bijsluiters

Dierenkliniek Winsum geeft indien mogelijk altijd bijsluiters mee van de medicijnen die uw kat bij ons voorgeschreven heeft gekregen. Echter is dit niet altijd mogelijk, omdat bij sommige diergeneesmiddelen geen bijsluiters geleverd worden. Deze zijn dan online in te zien of te downloaden.

Op de website van diergeneesmiddelen.info kunt u alle informatie vinden betreffende bijsluiters van diergeneesmiddelen. Deze website heeft een collectie bijsluiters die continu wordt uitgebreid en geactualiseerd.

Klik hier voor de website.

Blaasontsteking

Blaasontsteking

Functie blaas

De blaas ligt vrij ver achter in de buik en zorgt ervoor dat de urine, die continu door de nieren wordt aangemaakt, wordt opgeslagen. De blaas zorgt er dus voor dat er niet continu geplast hoeft te worden. Als de blaas voldoende gevuld is, wordt er een signaal doorgegeven aan de hersenen. Dit signaal zorgt ervoor dat de kat naar de bak of naar buiten gaat om te plassen.

Wat gaat er mis?

Bij de kat kunnen er verschillende oorzaken zijn voor een blaasontsteking. Doordat het slijmvlies van de blaas ontstoken is, geeft de blaas veel eerder en vaak voortdurend een signaal aan de hersenen af. De kat heeft hierdoor continu de drang om te gaan plassen en zal heel vaak naar de bak of naar buiten gaan. Soms is de aandrang zo hoog dat het dier onzindelijk wordt.

Meestal is er bij de kat sprake van een blaasontsteking met een onbekende oorzaak. Soms speelt stress daarbij een rol. Dit is natuurlijk heel erg vervelend, maar gelukkig kunnen we in de meeste gevallen met medicatie en speciale voeding de problemen goed oplossen en daarna voorkomen.

Een ander veel voorkomende oorzaak voor de ontsteking is de aanwezigheid van blaasgruis. Bij sommige katten ontstaan er in de blaas kleine kristallen. Deze kristallen zijn te vergelijken met zandkorrels. Door het schuren van de kristallen tegen het kwetsbare slijmvlies van de blaas ontstaat er een ontsteking.

Naast deze zandkorrels (gruis) kan er ook een steentje aanwezig zijn in de blaas. Dit steentje zorgt uiteraard voor hetzelfde effect in de blaas. Namelijk schuren tegen het slijmvlies waardoor de blaaswand erg geïrriteerd en ontstoken raakt.

Bij sommige katten is er een bacterie of tumortje in de blaas aanwezig die zorgt voor de ontsteking. Deze laatste 2 oorzaken zien we gelukkig erg weinig.

Wat zijn de symptomen?

Zoals in de inleiding al besproken, wordt de kat vaak onzindelijk. Hij doet de plasjes niet op de bak of buiten maar in huis, heeft een verhoogde aandrang om te plassen en plast kleine beetjes. Soms is er zelfs bloed te zien in de urine. Dit kan licht aanwezig zijn waardoor de urine wat meer roze is van kleur of wat heftiger waarbij de kat bijna puur bloed plast.

Bij de kater (vaak gecastreerd) is er daarnaast het risico dat de smalle plasbuis verstopt komt te zitten met ontstekingscellen en ander materiaal uit de blaas. Op dat moment kan de kat helemaal niet meer plassen. Vanuit de blaas ontstaat er nog wel steeds het signaal om te plassen wat aan de hersenen wordt doorgegeven. Dus de kat gaat vaak naar de bak of naar buiten, neemt een plashouding aan, begint erg te persen, maar er komt niets! Deze verstopping is een spoedgeval! De urineproductie gaat namelijk gewoon door waardoor de blaas uiteindelijk kan knappen. Daarnaast zitten er in de urine allemaal afvalstoffen die weer terug het bloed in kunnen gaan, waardoor de kat zichzelf vergiftigt en doodziek kan worden. Dus hebt u een (gecastreerde) kater en twijfelt u of hij kan plassen, wacht dan niet en neem direct contact op met de dierenarts!

Hoe stellen we de diagnose?

Een blaasontsteking kunnen we diagnosticeren door de urine te onderzoeken. In ons laboratorium kijken we of er ontstekingscellen of andere cellen aanwezig zijn, wordt de zuurtegraad van de urine bepaald en kijken we onder de microscoop of we gruis zien in de urine.

Om een steentje te kunnen zien, moet de blaas in beeld worden gebracht. Dit kan door een echo van de blaas te maken of door de blaas op de röntgenfoto te zetten. Sommige steentjes zijn soms moeilijk in beeld te brengen en dan zijn beide onderzoeken nodig.

Tumortjes kunnen vaak ook met een echo in beeld worden gebracht en is er een verdenking op een bacteriële blaasontsteking dan kan de urine op kweek worden gezet.

Wat kunnen we er aan doen?

Omdat er sprake is van een ontsteking geven we als medicijn een ontstekingsremmer. Daarnaast is het uiteraard heel belangrijk om een eventueel onderliggende oorzaak aan te pakken. Wanneer bij de kat stress een rol speelt zijn er medicijnen en middelen om de stress zoveel mogelijk te onderdrukken, maar nog belangrijker is om te onderzoeken waar de stress vandaan komt en hier proberen wat aan te doen.

Blaasgruis kunnen we oplossen door een speciaal dieet voor te schrijven, een steentje moet in de meeste gevallen door een operatie worden weggenomen, bacteriën worden betreden met antibiotica en tumortjes worden (indien mogelijk) met een operatie weggenomen. Daarnaast is het in alle gevallen belangrijk om de kat zoveel mogelijk te laten drinken. Dit kan door het geven van een speciaal blaasgruisdieet, het geven van blikvoeding en door bijvoorbeeld een drinkfontein voor de kat aan te schaffen.

Wat is de prognose?

Wanneer de onderliggende oorzaak weggenomen is en verdere problemen kunnen met voeding en andere medicijnen kunnen worden voorkomen, is de prognose erg goed. Wanneer een (gecastreerde) kater verstopt zit dan is de prognose afhankelijk van verdere schade die is ontstaan. Wanneer een kat langere tijd verstopt heeft gezeten krijgen de nieren namelijk een behoorlijke klap te verwerken en kan er nierschade ontstaan. Daarnaast is er een risico op een blaasverlamming.

Bij een blaasontsteking waarbij er geen achterliggende oorzaak gevonden kan worden, is de kans groot dat de kat vaker last gaat krijgen van blaasontsteking. Gelukkig is de ontsteking zelf in de meeste gevallen snel en goed te bestrijden met de juiste medicijnen.

Bloeddrukmeting

Bloeddrukmeting

Een te hoge bloeddruk bij hond en kat; dit hoort u misschien niet vaak, maar komt toch vaker voor dan u zou denken. Eén van de symptomen van een te hoge bloeddruk is hoofdpijn, maar hoe kunnen we hoofdpijn bij een dier constateren? Een ouder dier dat veel slaapt lijkt misschien gewoon ‘een dagje ouder’. Maar de gevolgen van een hoge bloeddruk kunnen ernstig zijn, een plotselinge blindheid bijvoorbeeld... Dit is dus een goede reden om bij honden en katten ouder dan 8 jaar, of met een verhoogd risico op een hoge bloeddruk (bijvoorbeeld een nierpatiënt of een schildklierpatiënt) extra onderzoek te verrichten.

Terminologie

Sommige mensen zullen bekend zijn met de terminologie vanuit de humane geneeskunde. Het is bij mensen een veelvoorkomend probleem. Toch zullen we even een aantal medische termen uitleggen.

  • Hypertensie is de officiële term voor een te hoge bloeddruk
  • Hypotensie is de officiële term voor een te lage bloeddruk
  • Systolische druk of bovendruk is de maximale druk die wordt opgebouwd in de aorta of hoofdlichaamsslagader bij het samentrekken van de linkerhartkamer
  • Diastolische druk of onderdruk is het minimum van de druk die optreedt tussen twee samentrekkingen van het hart in, als de linkerhartkamer zich weer met bloed vult.

Met de apparatuur die wij gebruiken kunnen we zowel de systolische als diastolische druk bepalen.

Hoe gaat een bloeddrukmeting in z’n werk?

Het maken van een bloeddrukmeting is een relatief eenvoudige manier van onderzoek doen. Het dier ervaart weinig stress, het onderzoek is niet pijnlijk en we krijgen als dierenarts veel informatie van zo'n meting. Om de invloed van stress zo laag mogelijk te houden, nemen we het dier een halve dag op en plaatsen we hem in ons rustigste kamertje. Tijdens zo’n ochtend of middag zal tijdens meerdere sessies de bloeddruk gemeten worden om zo een betrouwbaar gemiddelde te krijgen. De meting gaat als volgt: er wordt een manchet om de ‘bovenarm’ of staart geplaatst en opgeblazen. Door de druk van het manchet wordt de bloedstroom tijdelijk tegengegaan. Langzaam laten we de manchet leeglopen zodat op een gegeven moment het bloed weer gaat stromen. Met behulp van een sensor kunnen we dan de bloeddruk meten.

Waardoor ontstaat een verhoogde of verlaagde bloeddruk?

Katten
Bij katten komt vooral een verhoogde bloeddruk voor. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen die een hoge bloeddruk kunnen veroorzaken. Zo kunnen we dit zien bij schildklierproblemen, nierpatiënten, suikerziekte, hartafwijkingen en soms is er zelfs geen duidelijke onderliggende oorzaak voor te vinden.

Honden
Bij honden zien we eerder een verlaagde bloeddruk en dan vooral bij kleinere rassen die behandeld worden voor hartproblemen. Hoe vroeger de diagnose van een verhoogde of verlaagde bloeddruk, hoe beter de levensverwachting!

Symptomen van een te hoge of lage bloeddruk

Te hoge bloeddruk
De klachten van een te hoge bloeddruk zijn vaak niet duidelijk, maar toch kun je wel wat aan je huisdier merken: door hoofdpijn zal hij veel slapen en zichzelf verstoppen. Een hoge bloeddruk zal daarnaast de nieren, het hart en het centrale zenuwstelsel schade toebrengen. Daar is in het begin nog nauwelijks iets aan te merken vanaf de buitenkant. Soms zien we echter acute verschijnselen zoals plotselinge blindheid of bloedingen in het oog.

Te lage bloeddruk
Een verlaagde bloeddruk geeft flauwtes en het dier voelt zich slap.

Wanneer is het nodig om de bloeddruk te meten?

  • Bij katten boven de 8 jaar ter controle: jaarlijks
  • Bij katten met nierproblemen, een hartprobleem, suikerziekte of schildklieraandoening: tweemaal per jaar
  • Bij honden met een hartprobleem: tweemaal per jaar

Therapie bij een te hoge bloeddruk

Met behulp van medicijnen is de bloeddruk weer op een normaal niveau te krijgen. Dieren worden vaak weer fitter en actiever nadat hun bloeddruk weer genormaliseerd is.

Twijfelt u aan de gezondheid van uw hond of kat? Aarzel niet om contact op te nemen met onze kliniek.

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom uw dierenarts het bloed van uw huisdier wil onderzoeken. Zo kan het nodig zijn om te testen op bepaalde virusziekten of om voorafgaand aan een operatie te weten of uw dier wel goed gezond is, maar ook natuurlijk om de oorzaak te vinden waarom uw dier ziek is. Veel van de onderzoeken doen wij in ons eigen laboratorium, waardoor u vaak dezelfde dag al de uitslag krijgt.

Testen op virussen

Bij de kat testen we regelmatig op FIV en FeLV (kattenaids en kattenleukemie). Dit is bij raskatten verplicht indien er met ze gefokt wordt. Maar we testen het ook bij dieren met een verzwakte afweer. 

Bloedbeeld

Hierbij wordt er gekeken naar de hoeveelheid en kwaliteit van rode en witte bloedcellen. Een verlaagde hoeveelheid rode bloedcellen duidt op bloedarmoede. Een verhoogde hoeveelheid witte bloedcellen kan duiden op een ontsteking of kanker van de witte bloedcellen (leukemie).

T4

De T4-waarde zegt ons iets over het functioneren van de schildklier. Als de T4 verhoogd is, werkt de schildklier te hard (hyperthyreoidie), dit komt vaak bij oudere katten voor. Als de T4 verlaagd is, werkt de schildklier te traag (hypothyreoidie), dit is een typische aandoening bij honden.

Comprehensive Profile

Dit onderzoek wordt gedaan om een inzicht te krijgen in het functioneren van de belangrijkste organen. We doen dit onderzoek vooral bij zieke dieren. We meten de nierfunctie (ureum en creatinine), de leverfunctie (ALT, alkalisch fosfatase, bilirubine), eiwitten (albumine, globulinen en totaal eiwit), electrolyten (natrium, kalium, fosfaat, calcium) en het glucosegehalte.

Pre-anesthetisch Profile

Bij dieren ouder dan 8 jaar die onder narcose moeten voor een chirurgische ingreep of een bepaald onderzoek raden we aan om de lever-, nierfunctie en glucosegehalte te laten controleren. Deze waarden zijn namelijk belangrijk voor de keuze van het narcosemiddel. Bij oudere dieren kan er al sprake zijn van minder functioneren van lever en/of nieren zonder dat je dat aan de buitenkant merkt.

Braken en diarree

Braken en diarree

Braken

Een dier kan om heel verschillende redenen braken, zoals:

  • Een infectie met een maagdarmvirus
  • Iets niet verteerbaars opeten wat vervolgens vastloopt in maag of darmen
  • Een geïrriteerde maagwand door verkeerde voeding
  • Gifstoffen in het bloed door een vergiftiging, maar ook door lever- of nierproblemen
  • Een te snel werkende schildklier (kat)

Braken is vaak alarmerend en er dient niet lang gewacht te worden voordat er naar de dierenarts gegaan wordt.

Diarree

Zolang de hond of kat niet echt ziek is, mag diarree best een paar dagen duren. Zodra het langer dan 5 dagen duurt of uw dier wordt ziek, ga dan naar de dierenarts.

Toelichting

Er zijn twee soorten ‘diarree’, afhankelijk van welk deel van de darmen ontstoken is:

  1. Dunne-darmdiarree: de hond is heeft soms ook braakklachten, vermagert, heeft echt last van z’n buik, laat veel winden, maar kan de ontlasting op zich nog wel goed ophouden.
  2. Dikke-darmdiarree: de hond doet niet ziek aan, vermagert niet, maar moet veel vaker z’n ontlasting kwijt en perst veel na. De diarree is vaak gemengd met slijm en vers bloed.

Oorzaken dunne-darmdiarree

  • Voedselproblemen zoals voerwisselingen, intolerantie, bedorven eten
  • Een infectie met een darmvirus
  • Een infectie met darmparasieten zoals wormen
  • Verstoring in de vertering door problemen met de alvleesklier
  • Aandoeningen van de darmen zelf waardoor het voer niet goed verteerd wordt

Oorzaken dikke-darmdiarree

  • Een infectie met Giardia (parasiet)
  • Voedselovergevoeligheid
  • Verschillende andere zeldzame aandoeningen

Buitenlandse dierziekten

Buitenlandse dierziekten

In het buitenland heersen soms ziekten die in ons land niet voorkomen. Uw huisdier kan hier behoorlijk ziek van worden of, erger nog, aan overlijden. Het is daarom belangrijk dat u uw huisdier hier zo goed mogelijk tegen beschermt. Dit kan bijvoorbeeld door uw dier in te laten enten, of andere beschermende voorzorgsmaatregelen te treffen.

Wettelijke verplichtingen

Behalve verplichte identificatie en registratie, is in de meeste landen alleen de vaccinatie tegen hondsdolheid (rabiës) bij het overgaan van de grens verplicht voor uw dier. Daarnaast hanteren sommige landen hun eigen aanvullende invoereisen. Informeer ruim op tijd aan welke eisen u moet voldoen. Hou ook rekening met de regels van landen waar u doorheen reist.

Vaccineren

Uw huisdier kan tegen verschillende ziekten ingeënt worden. Veel van deze ziekten kunnen ook in Nederland voorkomen. Voorbeelden zijn honden- en kattenziekte, parvo, leptospirose (ziekte van Weil), hepatitis, para-influenza, kennelhoest, niesziekte en hondsdolheid (rabiës). Er zijn echter ook ziekten waar geen goede vaccinatie voor bestaat. Om te voorkomen dat uw huisdier deze ziekten oploopt, is het van belang om uw dier zo goed mogelijk tegen infectie te beschermen.

Verschillende ziekten

In onze infotheek staan een aantal infecties besproken die uw huisdier op vakantie kan oplopen. Veelal zijn dit ziekten die in Nederland niet (of pas sinds kort met regelmaat) voorkomen en met name worden gezien na een bezoek aan Zuid-Europa. De meest voorkomende “exotische” ziekten uit deze regio zijn infecties met de parasieten Babesia, Ehrlichia, Leishmania en hartworm.

Alle beschreven ziekten hebben de volgende overeenkomsten:

  • Ze worden allemaal overgebracht door insecten, zoals teken en muggen.
  • Ze geven vaak vage klachten, zoals niet goed willen eten, koorts en vermageren.
  • De infectie kan tot jaren na het daadwerkelijke bezoek aan het buitenland tot klachten leiden.

In principe kunnen katten deze ziekten ook krijgen, maar het wordt veel minder vaak bij hen vastgesteld. Misschien speelt hierbij een rol dat met katten minder gereisd wordt dan met honden of dat katten minder gevoelig zijn voor deze ziekten.

De verschillende ziekten op een rijtje

Babesiose

Katten zijn niet gevoelig voor deze infectie. Babesiose is een infectie die wordt overgedragen door teken. Katten zijn niet gevoelig voor deze infectie. Een hond kan de ziekte ontwikkelen nadat een besmette teek gedurende twee tot drie dagen bloed heeft gezogen. Dit kan na vier tot zeven dagen ziekteverschijnselen geven. De klachten zijn in eerste instantie vaag: de hond is slomer, eet minder graag en heeft vaak koorts. Na enkele dagen ontstaan verschijnselen zoals bloedarmoede, geelzucht en de typische (rood)bruin verkleurde urine.

Ehrlichiose

Ehrlichiose is een ziekte die kan worden overgedragen door de bruine hondenteek. Het ziektebeeld kan heel heftig zijn, maar ook meer sluipend (chronisch). Eén tot drie weken na infectie wordt vaak koorts, verlies van eetlust en algemeen ziek zijn gemeld. Daarnaast worden er vaak bloedingen gezien. Deze acute fase kan, als de ziekte niet erkend wordt, jaren later chronische problemen geven. Dit kenmerkt zich door een slechte eetlust, vermagering en soms ook koorts. Vaak zijn er ontstekingen, bijvoorbeeld in de huid, nieren, ogen en gewrichten.

Ziekte van Lyme

Ook de ziekte van Lyme wordt overgedragen door teken. Zowel mens als dier kunnen deze ziekte oplopen door een beet van een teek die besmet is met de bacterie Borrelia burgdorferi. Honden met een Borrelia infectie kunnen last krijgen van koorts, kreupelheid (die soms wel en soms niet aanwezig is), gezwollen gewrichten, nierproblemen en hersenvliesontsteking.

Leishmaniasis

Leishmaniasis wordt veroorzaakt door een parasiet die in grote delen van de wereld voor komt. De ziekte kan ook bij mensen voorkomen, maar gelukkig komt dat in Nederland weinig voor. De hond vormt een belangrijke bron voor infectie bij de mens. Bij katten worden nauwelijks problemen gezien. De ziekte wordt overgedragen door de zandvlieg, wat een soort stekende mug is. De ziekteverschijnselen ontstaan op zijn vroegst één maand na infectie, maar kunnen ook pas jaren later optreden. De klachten zijn heel divers, bijvoorbeeld huidveranderingen, vermageren, wisselende kreupelheid en ontstekingen aan bijvoorbeeld de ogen.

Hartworm

Hartworm wordt veroorzaakt door een worm die wordt overgedragen door verschillende soorten muggen. Na de beet komen larven van de worm in de longslagader waar zij volwassen worden en nieuwe larven produceren. Pas bij veel wormen komen de wormen daadwerkelijk in het hart terecht. De klachten bij uw huisdier zijn overwegend hoesten (soms met bloed), vermageren en verlies aan uithoudingsvermogen. Bij hele zware infecties kan er hartfalen met leververgroting en vochtophoping in de buik ontstaan en soms komt uw dier dan onverwachts te overlijden.

Behandelingen

Er bestaan in principe voor alle genoemde infecties behandelingen, maar helaas is zo'n behandeling niet altijd even effectief. Voor Babesiose, Ehrlichiose, ziekte van Lyme en hartworm geldt dat de kans op genezing gunstiger is, wanneer er op tijd wordt ingegrepen. Leishmaniasis is bijna nooit helemaal te genezen, en een behandeling dient daarom levenslang gegeven te worden. Als de klachten voldoende onderdrukt zijn, kunnen dieren met deze infectie echter een normaal leven leiden.

Het is natuurlijk beter om te voorkomen dat uw huisdier deze ziekten oploopt. De beste manier is door uw huisdier in Nederland te laten. Gaat uw huisdier toch mee op vakantie, zorg er dan voor dat de teken of insecten die de parasieten overdragen geen kans krijgen. Gebruik een goede tekenband of spray, en controleer uw huisdier dagelijks. Verwijder eventueel aanwezige teken met een tekenpincet.

Wanneer uw huisdier meegaat naar een regio waar Leishmania voorkomt, is een goede antimuggen behandeling belangrijk. Er zijn speciale halsbanden die beschermen tegen muggen. Vermijd poeltjes met stilstaand water en hou uw huisdier vanaf de schemering zoveel mogelijk binnen (muggen zijn dan het meest actief).

Preventie van hartworm bestaat uit het geven van ontwormingsmiddelen die hier geschikt voor zijn. Doe dit niet alleen voorafgaand aan uw vakantie, maar in ieder geval ook na terugkeer in Nederland. Soms kan het nodig zijn uw huisdier ook tijdens de vakantie te behandelen. Dit is noodzakelijk omdat bij een zware worminfectie behandeling kan resulteren in een verstopping door de dode wormen, wat kan leiden tot de dood.

Bron: LICG

Bultje bij de kat

Bultje bij de kat

Bultjes komen regelmatig voor bij honden en katten. Zo’n bultje, ook wel gezwel of tumor genoemd, kan door veel oorzaken ontstaan. Het kan bijvoorbeeld een ontsteking, een insectenbeet of een overvulde talgklier zijn. Maar het kan ook een goed- of kwaadaardige tumor zijn. Tumoren zien we vooral bij oudere dieren, echter ook bij jonge dieren komen bepaalde tumoren voor. Als de tumor kwaadaardig is, spreken we over kanker.

Wat nu te doen als u een bultje bij uw huisdier ontdekt?

Het is verstandig om dan bij uw dierenarts langs te gaan. Een dikte na een insectenbeet zal na een paar dagen verdwijnen, maar een ontsteking zal toch behandeld moeten worden. Aan de buitenkant kun je niet altijd zien of voelen wat voor soort bult het is. Alleen door er een beetje weefsel uit te halen is vast te stellen om wat voor soort weefsel het gaat. De verhalen dat, wanneer een bultje los in de huid zit het niet kwaadaardig is, kloppen niet. Ook het aanprikken van een tumor geeft geen extra kans op uitzaaiing.

Er wordt meestal een DNAB (Dunne Naald Aspiratie Biopt) van de dikte genomen door de dierenarts. Met behulp van een lege spuit en een naald worden wat celletjes uit de dikte gezogen en op een glaasje uitgestreken. Dit kan zonder verdoving gewoon op het spreekuur gedaan worden. De cellen worden daarna gekleurd en door een deskundige beoordeeld. Soms geeft de DNAB niet genoeg informatie en moet een stukje weefsel uit de dikte gesneden worden. Dat moet vaak wel onder verdoving.

Als het om een tumor gaat, is het heel belangrijk om in een vroeg stadium te weten om welke tumor het gaat. De behandeling hangt namelijk erg af van het soort tumor. Een vettumor bijvoorbeeld is goedaardig en zal niet uitzaaien naar inwendige organen. Deze tumor kan wel erg snel groeien en soms daardoor problemen geven. Wanneer een tumor chirurgisch verwijderd moet worden, is het belangrijk om te weten of het type tumor mooi rond groeit of juist met allerlei uitlopertjes het omringende weefsel in gaat. In het laatste geval is het belangrijk om heel ruim te verwijderen. Sommige tumoren zitten op lastige plekken waardoor ze moeilijk chirurgisch te verwijderen zijn. Dan is het belangrijk om te weten of de tumor gevoelig is voor chemotherapie of bestraling. Deze technieken zijn tegenwoordig ook voor onze huisdieren mogelijk.  

Mocht u een bultje bij uw huisdier constateren wacht dan vooral niet te lang met naar uw dierenarts gaan. Net als bij mensen geldt: hoe eerder de juiste diagnose gesteld is, des te eerder er een behandelplan opgesteld kan worden en er minder kans op uitzaaiing is en des te beter de verdere vooruitzichten zijn voor uw dier.

Voor informatie kunt u altijd contact opnemen met uw dierenarts.

Terug naar Katten informatie