Let op: op 9 en 30 juli is er in verband met vakanties geen budgetenting spreekuur

H

Lees informatie over huidproblemen en huidschimmelinfectie.

  • Huidproblemen
  • Huidschimmelinfectie

Huidproblemen

Huidproblemen

Huidproblemen komen veel voor bij onze huisdieren. Het geeft vaak aanleiding tot jeuk, schilfers, korstjes en veroorzaakt een vieze geur. De oorzaken kunnen heel uiteenlopend zijn, maar vaak is er een basis van overgevoeligheid of allergie. Daarbij kunnen bacteriën en gisten het erger maken. Belangrijk is om goed op zoek te gaan naar de oorzaak en secundaire problemen zoals bacteriën en gisten ook aan te pakken.

Functie huid

De huid is het grootste orgaan van het lichaam, zowel bij ons als bij onze huisdieren. De huid beschermt ons tegen invloeden van buitenaf, zorgt voor warmteregulering en kan zorgen voor de opname van benodigde vitaminen.

Wat gaat er mis?

Ten eerste kan de huid worden beschadigd door de aanwezigheid van parasieten. Vlooien, teken, luizen, schimmels en mijten zorgen voor een beschadiging van de huid waardoor het dier klachten krijgt. Daarnaast kan een dier allergisch of overgevoelig zijn.

Allereerst moeten we erachter zien te komen waar een dier allergisch voor is (een allergeen). Wanneer we dit hebben uitgevonden moeten we proberen om het allergeen weg te nemen.

Wat zijn de symptomen?

De symptomen van een huidprobleem kunnen erg variëren. Vaak is er jeuk aanwezig, maar een enkele keer heeft het dier helemaal geen jeuk. Bij de hond valt jeuk vaak snel op doordat de hond gaat krabben, bijten en likken. De kat laat jeuk minder goed zien, vaak gaat het dier zich alleen wat meer wassen. Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kunnen er plekken op de huid ontstaan. Ook deze plekken kunnen erg wisselend zijn: kaalheid, roodheid, pukkels, korsten, roodbruine vachtverkleuring, schilfers, zwartverkleuring van de huid tot een hele vieze, natte, ontstoken plek.

Hoe stellen we de diagnose?

Als eerste kijken we naar de aanwezigheid van parasieten. Met een vlooienkam kunnen luizen en vlooien (of vlooienpoep) worden gevonden. Mijten kunnen onder de microscoop worden gezien. De dierenarts maakt dan een afkrabsel van de huid en bekijkt dit preparaat in ons laboratorium. Bij een verdenking op schimmels wordt materiaal afgenomen om op kweek te laten zetten in ons eigen of een extern laboratorium.

Zijn er geen mijten of schimmels aanwezig dan is er mogelijk sprake van een allergie of overgevoeligheid. Bovenaan de lijst van mogelijkheden staat zowel bij de hond als de kat een vlooienallergie. Op de tweede plek staat een voedselallergie of voedselovergevoeligheid en als laatste kunnen dieren allergisch zijn voor omgevingsfactoren zoals huisstofmijt, pollen en grassen. Dit noemen we atopie.

Een vlooienallergie is erg waarschijnlijk wanneer er vlooien aanwezig zijn en het dier klachten heeft op de achterhand en rug. De diagnose wordt bevestigd doordat de klachten verdwijnen wanneer er 8 weken lang een volledige vlooienbestrijding is toegepast.

Een voedselovergevoeligheid kan ontstaan nadat de hond iets nieuws heeft gegeten. Deze reactie is een snelle reactie en zien we dus vooral vlak na een voedselverandering. De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal van de eigenaar, de snelle reactie op de therapie en het verdwijnen van de klachten nadat dit voedsel niet meer aan het dier wordt aangeboden. Naast klachten van de huid kan er ook sprake zijn van braken en/of diarree.

Een voedselallergie is een allergische reactie die ontstaat wanneer een dier langere tijd hetzelfde voedsel krijgt. Het lichaam reageert na verloop van tijd allergisch op de aanwezige eiwitbron en het dier krijgt enorm veel last van jeuk en plekken op de huid. De diagnose wordt bevestigd door een speciaal voer te geven. Dit kan op 2 manieren.

De eerste mogelijkheid is dat er een speciaal dieet wordt gekookt. In dit dieet wordt een eiwitbron gebruikt waarvan we weten dat het dier hier nog nooit mee in aanraking is gekomen.

Bij de tweede mogelijkheid geven we een speciaal dieet met gehydrolyseerde eiwitten. Deze eiwitten in dit dieet zijn zo klein gemaakt dat de kans op een allergische reactie enorm klein is.

Als na 8 weken lang strikt dieet geven de klachten zijn verdwenen, dan is de diagnose voedselallergie gesteld.

Zijn de klachten niet over dan komen we in de 3e groep van allergieën namelijk atopie.

Atopie kan op 2 manieren worden gediagnosticeerd

De diagnose kan door middel van een huidtest gesteld worden. Bij deze huidtest worden verschillende stoffen in de huid ingespoten en wanneer er bij een bepaalde stof een bobbel ontstaat dan is de hond voor die stof allergisch.

Een andere manier is door een bloedtest uit te laten voeren. In het laboratorium wordt er in het bloed gekeken of er een duidelijke reactie is op verschillende allergenen.

Bij de kat zijn helaas beide testen niet betrouwbaar en komen we in deze laatste categorie vaak niet verder dan symptomatisch behandelen.

Kunnen we na het uitvoeren van bovenstaande onderzoeken nog steeds geen diagnose stellen dan nemen we vaak een stukje van de huid weg en sturen we deze op naar een laboratorium. De patholoog kan ons vervolgens vertellen hoe de huid er uitziet en welke cellen er aanwezig zijn, zodat we een diagnose en passende therapie kunnen instellen.

Wat kunnen we er aan doen?

Parasieten kunnen goed worden bestreden met het juiste middel. Een vlooienallergie is ook vrij snel en makkelijk onder controle te krijgen. Bij een vlooienallergie is het heel belangrijk om naast het dier met huidklachten ook de omgeving en de andere huisdieren goed te behandelen. Verder worden er vaak medicijnen gegeven om de jeuk te onderdrukken.

Een voedselallergie kan worden aangepakt door op zoek te gaan naar de juiste voeding voor het dier. Daarnaast worden er in het begin ook medicijnen gegeven om de allergische reactie te onderdrukken.

Huidschimmelinfectie

Huidschimmelinfectie

Huidschimmelinfectie is een zeer besmettelijke en vervelende aandoening, ook mensen en honden kunnen besmet raken. Het is daarom altijd noodzakelijk om een vastgestelde infectie te bestrijden, maar dit vereist wel een langdurige en consequente behandeling. Voorkomen is uiteraard de beste remedie. In dit artikel gaan we dieper in op de besmettelijkheid, behandeling en het voorkomen van de infectie.

Microsporum canis is de meest voorkomende verwekker van schimmel bij katten. De infectie wordt overgebracht door de ‘sporen’ van de schimmel. Schimmelsporen kunnen in huis zeer lang besmettelijk blijven. Vaak worden schimmelinfecties in een asiel of pension opgelopen, omdat hier veel dieren op een relatief klein oppervlak bij elkaar zitten, maar ook mensen kunnen de infectie aan hun eigen dieren overdragen na contact met een besmet dier. Het is niet bekend waarom sommige dieren besmet raken en andere niet. Bij Perzische katten bijvoorbeeld komt het vaker voor dan bij andere rassen. Ook jonge of juiste oude dieren lopen een grotere kans dan de volwassene. Er zijn ook katten waaraan niets is te zien, maar die toch de infectie bij zich dragen. Dit zijn zogenaamde ‘dragers’. Zij kunnen de infectie weer op hun kittens, andere katten, andere dieren en mensen overdragen.

Diagnose

Een schimmelinfectie kan veel verschillende huid- en vachtveranderingen geven. Vaak zien we ronde tot ovale kale plekken. Soms is de rand van zo’n plek roder dan het centrum en kan de vacht erom heen schilferig zijn. Ook kunnen er korsten op het lichaam zitten. De diagnose wordt bevestigd door middel van een schimmelkweek. Er worden haren en schilfers verzameld door het plekje 1 minuut te borstelen met een tandenborstel. Deze tandenborstel wordt naar een laboratorium gestuurd en na ongeveer 3 weken is de uitslag daar.

Behandeling

De behandeling is intensief en langdurig. De geïnfecteerde katten dienen geïsoleerd te worden en krijgen een ingrijpende behandeling: ze moeten gewassen worden met een anti-schimmel shampoo,  krijgen een drankje tegen de schimmel en bij langharige katten dient de vacht afgeknipt te worden aangezien daar juist veel sporen in zitten. Ook de dieren waarmee de kat in aanraking is geweest moeten gewassen worden en het huis moet grondig gereinigd en gedesinfecteerd worden. Let op: katten komen vaak overal en hebben veel ligplaatsen! Ten slotte moet u ook goed denken om uw eigen hygiëne. Was gelijk uw handen na contact met de geïnfecteerde kat en was uw kleding regelmatig. Kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of zieke mensen kunnen beter helemaal niet in contact komen met katten met huidschimmel. Pas als na de behandeling een nieuwe schimmelkweek negatief is, dus geen schimmel wordt aangetoond, kan de behandeling stop gezet worden. Bij mensen is de infectie gelukkig meestal eenvoudig met een speciale zalf te genezen.

Nieuwe infecties kunnen worden voorkomen door katten die elders zijn geweest eerst te wassen met een anti-schimmel shampoo en te laten drogen voordat ze weer bij de anderen worden toegelaten. Wilt u katten met een onbekende (onbetrouwbare) herkomst toevoegen, houd ze dan apart tot een schimmelonderzoek heeft uigewezen dat de kat geen drager is.

Terug naar Katten informatie