Per 1 april zijn wij op zaterdagen gesloten.

V

Lees informatie over vaccinaties, voeding en voortplanting bij de fret.

  • Vaccinaties
  • Voeding
  • Voortplanting

Vaccinaties

Vaccinaties

Hondenziekte

Ook wel de Ziekte van Carré of Canine Distemper genoemd. Ook fretten kunnen hondenziekte krijgen. Besmetting ontstaat via contact met niet gevaccineerde honden of hun speeksel, urine en uitwerpselen. De symptomen zijn: koorts, uitvloeiing uit de neus en ogen, ademhalingsproblemen en darmproblemen. Jonge honden en fretten gaan vaak dood door hondenziekte. Oudere honden kunnen een besmetting overleven, maar kunnen blijvend neurologische klachten houden.

Fretten blijken zeer gevoelig te zijn voor het Hondenziektevirus. Zelfs veel gevoeliger dan de hond. Eenmaal geïnfecteerd zal een fretje altijd sterven. Gelukkig kunnen we het fretje wel beschermen voor deze infectie door hem te laten enten.

Om het immuunsysteem van het fretje niet teveel te belasten met entstoffen voor ziektes waar het fretje niet gevoelig voor is, kan het beste Nobivac Puppy DP® gebruikt worden. Zeker wanneer je fret veel buiten komt, is het verstandig deze in te laten enten.

De frettenkliniek in Helmond is in samenwerking met de Faculteit Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht) en Stichting De Fret tot het volgende entschema voor fretten in Nederland gekomen:

  • Pups vanaf 9 weken: Enting Hondenziekte (Nobivac Puppy DP®)
  • Daarna op 14 weken: Enting Hondenziekte (Nobivac Puppy DP®)
  • Daarna jaarlijks: Enting Hondenziekte (Nobivac Puppy DP®)

De Ziekte van Weil

Ziekte van Weil, ook wel bekend als ‘leptospirose’, is een bacteriële ziekte die wordt overgebracht via urine van besmette honden of de bruine rat. Gevaar voor besmetting heerst voornamelijk daar waar ratten voorkomen, dus bij sloten en meren. 

Vroeger dacht men dat de fret de ziekte van Weil zou kunnen oplopen, maar uit nader onderzoek is gebleken dat de fret vrijwel niet gevoelig is voor deze ziekte. Het is dan ook niet noodzakelijk om hiertegen te vaccineren.

Het buitenland (Hondsdolheid)

Een enting tegen Hondsdolheid (Rabiës) is alleen nodig als uw fret mee gaat naar het buitenland. De inenting moet, afhankelijk van het land waar de fret naar toe gaat, ongeveer 21 dagen van tevoren gegeven worden. De fret dient, net zoals hond en katten, ook gechipt te worden en een officieel Europees dierenpaspoort te hebben.

Voeding

Voeding

Helaas worden nog veel fretten verkeerd gevoerd. Op jonge leeftijd merk je daar weinig van, maar veel oudere fretten worden vroegtijdig ziek door verkeerde voeding. De fret is een echte carnivoor en moet dus zo weinig mogelijk plantaardig voedsel krijgen. Zijn maagdarmkanaal is erop gebouwd om prooidieren in zijn geheel op te eten en te verteren. Het maagdarmkanaal is relatief kort; de helft korter dan die van een kat. Het voedsel wordt dan ook twee keer zo snel verteerd (binnen 4 uur). Door het korte maagdarmkanaal en de snelle passagetijd is de opname van voedingsstoffen veel minder efficiënt dan bijv. bij de kat of hond. Hierdoor hebben ze een grote behoefte aan kwalitatief goede voeding met een hoog eiwit- en vetgehalte van dierlijke oorsprong.

Fruit en groenten worden niet verteerd. Als deze in de voeding verwerkt zitten, zullen ze dus de voedingswaarde van het voer verlagen. Grote stukken fruit kunnen zelfs verstopping (obstipatie) veroorzaken. Fretten hebben echter helaas wel een voorkeur voor suikers, groenten en fruit.

Het beste voedsel voor een fret is vleesvoeding. Belangrijk is om hier al op jonge leeftijd mee te beginnen. Totally Ferret gecombineerd met Carnibest (vleesvoeding) is een goede keuze. Als tweede keus kunnen Hill's kittenbokjes gegeven worden. Je kunt je fret ook voeren met prooidieren en vers vlees. Muizen zijn een volledige voeding waaraan niets aan toegevoegd hoeft te worden. Een fret eet over het algemeen gemiddeld 2 muizen op een dag.

Een simpele test om de kwaliteit van de voeding te beoordelen, is te kijken naar de hoeveelheid geproduceerde ontlasting op een bepaalde voeding. Hoe meer ontlasting, hoe slechter het voer wordt opgenomen door de darmen. Dit betekent dat de kwaliteit van het voer slecht is.

Als een fret jarenlang verkeerde voeding krijgt, zal hij op latere leeftijd gezondheidsproblemen krijgen zoals maagdarmklachten, gebitsproblemen, hartaandoeningen en blaasstenen en –gruis.

Fretten eten verschillende keren op een dag en het voedsel dat niet direct wordt opgegeten, wordt meestal in het nachthok verstopt. Dit moet in verband met bederven dagelijks worden weggeruimd.

Fretten drinken water. Geef nooit koemelk of koemelk producten. Fretten raken hiervan aan de diarree door de lactose die erin zit.

Voortplanting

Voortplanting

Over het algemeen wordt het vrouwtje moertje genoemd en het mannetje aangeduid als ram.

De ram bereikt zijn seksuele rijpheid in het voorjaar volgend op zijn geboorte of op de leeftijd van 6 - 9 maanden. Hij is seksueel actief van december tot juli. Dit gaat vooraf aan de loopsheid van het moertje en is een aanpassing in verband met spermarijping. De testikels dalen slechts gedurende het bronstseizoen af in het scrotum en zijn dan het grootst.

Het moertje bereikt de seksuele rijpheid in het voorjaar volgend op haar geboorte of op de leeftijd van 6 - 9 maanden. De loopsheid begint met het zwellen van de roze vulva, die na ongeveer één maand de volle omvang bereikt (van enkele mm. tot haast 2 cm).

Vanaf twee weken na het begin van de vulvazwelling kan men het moertje laten dekken. De loopsheid duurt van maart t/m augustus.

Indien een moertje niet gedekt wordt, blijft zij continu loops (eventueel tot 6 maanden). Dit is niet bevorderlijk voor haar gezondheid.

Terug naar Fretten informatie